Brokeback Mountain ****

ANG LEE

MET HEATH LEDGER, JAKE GYLLENHAAL,

MICHELLE WILLIAMS, ANNE HATHAWAY, RANDY QUAID

Ongetwijfeld zal Brokeback Mountain straks in de filmannalen worden bijgezet als de eerste échte 'gay-western', maar daarmee wordt de alom gefêteerde film (een Gouden Leeuw, vier Golden Globes en acht oscarnominaties) van Ang Lee eigenlijk tekortgedaan. De revisionistische neo-western van de veelzijdige Taiwanese regisseur is immers een wondermooie instant klassieker over verboden verlangens en verdoemde liefde - en dat is heel wat universeler dan zijn betuttelende gay-classificatie doet vermoeden.

Centraal in de tot epische lyriek uitvergrote adaptatie van Annie Proulx' gelijknamige kortverhaal, staan cowboy-minnaars Ennis Del Mar (Heath Ledger) en Jack Twist (Jake Gyllenhaal - zie foto): de één een zwijgzame boerenzoon, de ander een extraverte outcast. Beiden ontmoeten elkaar begin jaren zestig, wanneer ze als jonge schapenhoeders samen de zomer doorbrengen op de ruwe hoogvlaktes van Wyoming. Veel romantiek zou daar niet in de lucht mogen hangen: zowel Ennis als Jack zijn grootgebracht met een aartsconservatief ethos, het ruige cowboyleven laat sowieso weinig amoureuze verzuchtingen toe en de seksuele revolutie is nog lang niet tot in het Amerikaanse hinterland doorgedrongen. Toch duiken de twee na een opwelling van onbenoemde begeerte (het woord 'homoseksualiteit' krijgen ze geeneens over hun lippen) in elkaars schoot - een scène die door Lee even brutaal als oprecht wordt in beeld gezet. Vanaf dat moment wordt hun leven een tragische odyssee langs conflicterende emoties, liefdeloze heterohuwelijken en heimelijke afspraakjes, een ruim twee decennia omspannende dooltocht die evenwel zonder catharsis blijft. Wanneer Ennis in de hartverscheurende slotscène het bezoek krijgt van zijn inmiddels volwassen dochter schiet nog slechts een doffe schim over van de stoere cowboy. Het leven is duidelijk bikkelhard, daar in Wyoming, waar mannen van oudsher op de grond spuwen en vrouwen aan de haard hangen.

Terwijl je Ennis, subtiel vertolkt door een chronisch mompelende Heath Ledger, voor je ogen ziet opbranden door een allesverslindende liefde die hij als boerenknul geeneens kan benoemen, leiden Lee en zijn briljante cameraman Rodrigo Prieto ( Amores Perros, 21 Grams) ook formeel zijn onafwendbare ondergang in. De idyllische Marlboro Man-iconografie en de weidse John Ford-tableaus uit het eerste deel worden naarmate het verhaal vordert, ingeruild voor claustrofobische huis-, tuin- en keukensettings. Het melancholieke orgelpunt is de trieste aanblik van Ennis voor zijn sjofele caravan: een misfit die door vrouw, mores, milieu en topografie naar de periferie van de Amerikaanse Droom is verdreven.

Wat Brokeback Mountain zo bijzonder maakt, is dan ook niet zozeer het taboedoorbrekende onderwerp als wel de intens cinematografische, haast contemplatieve manier waarop Ang Lee vorm en inhoud doet samensmelten. Let in dat verband trouwens ook maar eens op de talloze pillow-shots, de repetitieve klankband (met de mooie score van Gustavo Santaolalla) en de sprekende pauzes; classicistische stijlmiddelen waarmee Lee deze even uitgepuurde als ontroerende romance sublimeert tot een elegisch liefdesgedicht en waarmee hij zichzelf nog maar eens (herinner u Sense and Sensibility, Crouching Tiger, Hidden Dragon en ander fraais) subtiel profileert als een hypergetalenteerde kameleon. John Wayne krijgt allicht een postume hartaanval, u een bloedmooie neowestern waar de stille tragiek van afdruipt.

Dave Mestdach