In een zeldzaam interview noemde Stanley Kubrick de Wimbledonfinale van 1980 tussen Björn Borg en John McEnroe een van de spannendste thrillers die hij ooit had gezien, maar veel suspense valt er in deze dramatisering van die titanenstrijd niet te ...

In een zeldzaam interview noemde Stanley Kubrick de Wimbledonfinale van 1980 tussen Björn Borg en John McEnroe een van de spannendste thrillers die hij ooit had gezien, maar veel suspense valt er in deze dramatisering van die titanenstrijd niet te detecteren. Janus Metz trekt de klassieke biografische kaart en serveert Borg als de ijskoele Zweedse tennismachine en introverte posterboy, en zet McEnroe aan de andere kant van het dramatische net neer als de impulsieve maar supergetalenteerde schreeuwlelijk uit de States. Het acteerduel wordt zonder een druppel zweet te laten gewonnen door Borg-lookalike Sverrir Gudnason, maar dan vooral omdat de man en de mythe - Borg zegde al op zijn 26e het proftennis vaarwel - meer mysterie en tragiek bevatten dan zijn extraverte opponent. De reconstructie van de tennismatchen en het productiedesign ogen stijlvol en verzorgd, bijna té. En de flashbacks maken duidelijk dat de tegenpolen die later beste vrienden werden meer gemeen hadden dan hun imago deed vermoeden. Dat alles neemt niet weg dat je de indruk krijgt dat je vanaf de baseline naar een twee uur durende rally zit te kijken. Game, set, but no match.