Van de zieltogende muziekindustrie, in werkelijkheid steeds meer een herverpakkingsindustrie, zijn we de onophoudelijke stroom verzamelaars en overzichtsboxen inmiddels gewend geraakt. In de muziekjournalistiek zijn zulke bloemlezingen merkelijk zeldzamer, maar één man maakt met recht en reden aanspraak op zijn eigen best-of. Greil Marcus, die aan de universiteit van Berkeley politieke wetenschappen en Amerikaanse geschiedenis studeerde, schrijft al een le...

Van de zieltogende muziekindustrie, in werkelijkheid steeds meer een herverpakkingsindustrie, zijn we de onophoudelijke stroom verzamelaars en overzichtsboxen inmiddels gewend geraakt. In de muziekjournalistiek zijn zulke bloemlezingen merkelijk zeldzamer, maar één man maakt met recht en reden aanspraak op zijn eigen best-of. Greil Marcus, die aan de universiteit van Berkeley politieke wetenschappen en Amerikaanse geschiedenis studeerde, schrijft al een leven lang over de Zingende Neus die we Bob Dylan noemen en ziet zijn pennenvruchten nu verzameld in een handig te raadplegen naslagwerk. Als Dylan écht de 'spokesman of his generation' is, zoals luie copywriters nog altijd beweren, dan heeft Greil Marcus van alle toehoorders zonder twijfel het aandachtigst geluisterd. Sinds hij zijn vier jaar jongere onderwerp voor het eerst in de smiezen kreeg tijdens een optreden van Joan Baez in 1963, heeft hij zowat al zijn platen tot op de laatste groef geanalyseerd en al zijn teksten tot op de laatste letter uitgeplozen met één doel voor ogen: een beter begrip van misschien wel het grootste mysterie uit de moderne muziek. Marcus is geen biograaf die in Dylans privéleven graaft - hij schimpt wat graag op schrijvers die dat wél doen - maar verheldert de betekenislagen in zijn songs, plaatst ze in een cultureel-historisch perspectief en legt verbanden. Véél verbanden: onder meer naar het folkarchief van Harry Smith, de Amerikaanse highway als metafoor voor vrijheid - zie Highway 61 Revisited - en de zogenaamde tegencultuur. Maar Marcus is zeker ook geen hagiograaf die Dylan aldoor op een voetstuk zet: hij durft een klassieker als You're Gonna Make Me Lonesome When You Go zonder verpinken 'een stinker' te noemen en opent zijn recensie van New Morning met de gevleugelde woorden 'What is this shit?'.Minder essentieel is de inclusie van kleinere krantenartikels en kattebelletjes tussen die essays en kritieken: zo geheel out of context zijn ze vaak weinig inzichtelijk en soms zelfs compleet onleesbaar. Voor een coherente en diepgravende analyse van Dylans werk is de Bob-o-fiel dus nog steeds aangewezen op de twee boeken die níét in deze verzameling zijn opgenomen: Invisible Republic, over The Basement Tapes; en Like A Rolling Stone, over - welja - Like A Rolling Stone. VINCENT BYLOO