Film: **** Extra's: **** (Warner)
...

Film: **** Extra's: **** (Warner) Film. Na al die jaren blijft Blade Runner een van de meest verbluffende toekomstvisioenen die ooit op het witte doek werden gegooid. Deze vrije bewerking van een roman van cultschrijver Philip K. Dick (zie kaderstuk) is een van die zeldzame sf-films die ons echt onderdompelt in een parallel universum, in een wereld zoals die alleen in de verbeelding van de makers bestaat maar die twee uur lang door de bioscoopkijker als een volstrekt geloofwaardige realiteit wordt ervaren. Het Los Angeles van 2019 dat aan onze verbaasde ogen voorbijtrekt is een wonder van retrofuturistische production design, een paradoxale maar toch coherente mix van architecturale mijlpalen uit de City of Angels (de Bradbury Building, Frank Lloyd Wrights Ennis House, Union Station), Egyptische invloeden (afgeplatte piramides, mausoleumachtige interieurs), oosterse bric-à-brac, een Chandleriaans film noir-universum waar het onophoudelijk regent, een extreem vervuild inferno van danteske olieraffinaderijen en chaotische labyrinten vol neon, plastic, schroot, stoom, mist en voorbijglijdende reclamezeppelins. Dit alles dan nog eens royaal overgoten met een bombastische synthesizer- soundscape van Vangelis. Wat de beroemdste film van Ridley Scott zo uniek maakt is tegelijk ook zijn achillespees: zo overdonderend zijn de visuals dat ze de summiere detectiveplot over een special agent (een blade runner) die jacht maakt op de vogelvrij verklaarde replicants (genetisch gemanipuleerde robotten die nauwelijks van hun schepper te onderscheiden zijn) volledig ondersneeuwen. Zelfs tijdens de meest intense actiescènes of griezelige confrontaties tussen de replicants en hun menselijke tegenhangers, is er wel een decoratief hoogstandje, een subliem fotografisch effect of vernuftig special effect dat de spanningsopbouw of de leesbaarheid van het verhaal in de weg staat. Extra's. Eens te meer een pluim voor Warner, de studio die het best gebruikmaakt van het dvd-medium om de film in een historisch perspectief te plaatsen en die ook maximaal het cinefiele potentieel van de digitalisering ontgint. Niet alleen wordt Ridley Scotts final cut omkaderd door een schat aan achtergrondmateriaal, onder meer een epische making of van bijna vier uur (!), docu's, archiefbeelden, commentaren, vergelijking tussen boek en film. Maar bovendien bundelt deze definitieve uitgave niet minder dan vijf verschillende versies van de film. Ze met elkaar vergelijken (zie pagina hiernaast) levert alvast een fascinerende reis op door de historiek, het productieproces, de meningsverschillen (tussen de regisseur, zijn steracteur en de studio) en vooral ook het finetunen (' God is in the details', is zeker een gezegde dat de filmmakers zich ter harte nemen) van een van de meest invloedrijke films van de jaren tachtig. Patrick Duynslaegher