Sterven in gevangenschap: het is doorgaans het trieste lot van zoodieren en terdoodveroordeelden, maar het overkwam ook Billie Holiday. En met een leven vol drank en drugs heeft de Amerikaanse jazzsirene vooral zichzelf veroordeeld: een paar keer tot het cachot, maar uiteindelijk ook tot de dood. Nee, dat mogen we niet schrijven. Niet over een zwarte zangeres die zich moest zien te handhaven in het racistische Amerika van de jaren 30 en 40. Niet over een selfmade woman die zich optilde uit een straatarm gezin in Baltimore. Niet over een fiere zwarte zwaan die eigenlijk was voorbestemd tot een uitzicht...

Sterven in gevangenschap: het is doorgaans het trieste lot van zoodieren en terdoodveroordeelden, maar het overkwam ook Billie Holiday. En met een leven vol drank en drugs heeft de Amerikaanse jazzsirene vooral zichzelf veroordeeld: een paar keer tot het cachot, maar uiteindelijk ook tot de dood. Nee, dat mogen we niet schrijven. Niet over een zwarte zangeres die zich moest zien te handhaven in het racistische Amerika van de jaren 30 en 40. Niet over een selfmade woman die zich optilde uit een straatarm gezin in Baltimore. Niet over een fiere zwarte zwaan die eigenlijk was voorbestemd tot een uitzichtloos prostitueebestaan. Niet over Lady Day. Billies jeugd leest als een dickensiaanse roman, zij het één waarvan zelfs Charles Dickens de tragische plotwendingen een tikje ongeloofwaardig zou vinden en de schrijnende troosteloosheid ronduit overdreven. Als dochter van een tienermoeder en een afwezige vader is Billie Holiday grotendeels op zichzelf aangewezen. Ze vertoeft vaker bij verre familieleden en in allerlei instellingen dan thuis, laat staan op school. En de bijbehorende ellende gaat crescendo. Op haar negende verdwijnt ze wegens veelvuldig absenteïsme in een verbeteringsgesticht. Op haar tiende wordt ze er door de streng katholieke nonnen gestraft door haar in bed te stoppen bij een pas gestorven medeleerling. Op haar elfde treft haar moeder haar op kerstavond aan terwijl ze door de buurman wordt verkracht. Op haar twaalfde verdient ze haar eerste centen door in een plaatselijk havenbordeel liedjes van Louis Armstrong en Bessie Smith te zingen. En op haar dertiende bewijst ze aan de klanten van een soortgelijke club in Harlem, New York heel andere lipdiensten. Maar haar vijfdollarbeurten blijven ook voor de autoriteiten niet onopgemerkt: in 1928 verdwijnt Billie Holiday voor het eerst achter tralies. Dertien en veroordeeld voor prostitutie: veel schrijnender kan een mens het niet bedenken. Maar eenmaal op vrije voeten keren haar kansen miraculeus. Ze wordt ontdekt door John Hammond - de man die later Bob Dylan en Bruce Springsteen zou lanceren - en wordt geïntroduceerd bij Benny Goodman en Lester Young. En hoewel haar eerste opname als backing vocal van Ethel Waters niet wordt gesmaakt - Waters vindt dat ze zingt 'alsof haar schoenen te klein zijn' - raakt Billie Holiday in de jaren 30 en 40 almaar meer opgestuwd in de vaart der volkeren. Maar dan komen de foute mannen en de drugs. Jimmy Monroe, een pooier, leert haar opium kennen; Joe Guy, een trompetspeler, ook heroïne. Wat volgt, zijn een reeks spectaculaire drug busts - in '47 in haar appartement in New York, twee jaar later in het Mark Twain Hotel in San Francisco - en een al even spectaculaire aftakeling van Billies gezondheid. In '59 laat ze zich, verteerd door levercirrose en uitgemergeld van de heroïne, opnemen in het Metropolitan Hospital in New York. Ze wordt er op slag gearresteerd en onder bewaking geplaatst wegens drugsbezit. Twee maanden later, terwijl een politieagent voor haar ziekenhuiskamer de wacht houdt, blaast Lady Day op 44-jarige leeftijd haar laatste adem uit. God bless the child. VINCENT BYLOO