Op 24 april 1912 troepen de bewoners van Fishbourne om klokslag middernacht samen op de begraafplaats, die aan het zoutmoeras grenst. Toortsen en flakkerende lantaarns belichten de grafzerken. Hoewel velen het oude gebruik afdoen als bijgeloof zijn bijna alle dorpelingen aanwezig. Niet in de overtuiging dat de doden voor één nacht zullen herrijzen, wel omdat de toekomstige slachtoffers van de man met de zeis zichtbaar zouden worden. Wie wil weten of hij het komende jaar beter een testament opmaakt, doet zijn best zijn eigen geest te ontwaren.
...

Op 24 april 1912 troepen de bewoners van Fishbourne om klokslag middernacht samen op de begraafplaats, die aan het zoutmoeras grenst. Toortsen en flakkerende lantaarns belichten de grafzerken. Hoewel velen het oude gebruik afdoen als bijgeloof zijn bijna alle dorpelingen aanwezig. Niet in de overtuiging dat de doden voor één nacht zullen herrijzen, wel omdat de toekomstige slachtoffers van de man met de zeis zichtbaar zouden worden. Wie wil weten of hij het komende jaar beter een testament opmaakt, doet zijn best zijn eigen geest te ontwaren. Maar het is een vlucht vogels die met de aandacht gaat lopen: paniekerig schieten ze de kerkdeur uit, fladderend door de beroete nacht. In de commotie voelt iemand een staaldraad in de hals vlijmen. In een flits - metaal rijt door zacht vel, slagaders verliezen kostbaar vocht, een willoos lichaam wordt door het moeras opgeslokt - is het voorbij. Een paar dagen later vindt Connie, de dochter van de lokale taxidermist, een lijk tussen het riet. Onder de natte lompen herkent ze Birdie, het wat simpele meisje dat door de bossen dwaalt en vogels voedert. De vondst zorgt voor zenuwachtigheid bij de lokale notabelen. Een dokter ondertekent de overlijdensakte zonder gewag te maken van de snijwond in haar hals en een vastgoedmakelaar uit een naburig stadje spoedt zich naar Fishbourne. Connie raakt verstrikt in een web van geheimen en tussen de hoofdstukken door spookt de stem van een oude vrouw - ooit werd ze het slachtoffer van een gruweldaad en nu zint ze op wraak. Klapwiekende raven, mistbanken, dwaallichtjes boven moerassen, loom beierende kerkklokken, geknars en krakende traptreden, knekelhuizen en operatietheaters: de gothic novel is terug van nooit echt weggeweest. Eerder bewees Kate Mosse - met een 'e' - al haar kunde in het historische genre. Haar Languedoc-trilogie, die zich in de buurt van Carcassonne afspeelde, veroverde met elk nieuw boek nieuwe lezersharten. Met De nacht van de vogels keert ze terug naar haar geboortegrond. Een bewuste keuze, zo blijkt. KATE MOSSE: Na Citadel, het laatste deel van die Franse trilogie, had ik behoefte om enkele kleinere boeken te schrijven. Hoe graag ik ook research doe, en voor een breed opgezette historische reeks moet je heel wat leesarbeid verrichten, ik miste de daad van het schrijven zelf een beetje. Ik wilde weer aan mijn bureau zitten en minder in de leeszaal van een bibliotheek. Veel onderzoek hoefde ik thuis in Chichester (het Zuid-Engelse district waarvan Fishbourne deel uitmaakt, nvdr.) niet te doen. Ja, je zoekt wel eens iets op. Het lokale weekblad verschijnt tegenwoordig op dinsdag, in 1912 was dat woensdag. En waar je tegenwoordig een Starbucks vindt, stond vroeger een slagerij. Maar een echt doorwrocht schrijfplan had ik niet. Ik maakte vooral lange wandelingen. Bij mij ontkiemt elke roman uit het landschap. Zijn er bossen waar stropers zich schuilhouden? Is er een zee waar vreemdelingen kunnen aanmeren? Welke invloed hebben de getijden op een estuarium? Kan daar een huis staan, zo dicht bij de oevers of zou het net onder water komen te staan bij springtij? Beetje bij beetje komen de personages zo uit de mist tevoorschijn. MOSSE: Ja, maar ik ken de natuur niet. Vraag me niet hoe die boom of struik heet, of welke bloemen daar bloeien. Dat moet ik opzoeken. Of ik vraag het aan mijn schoonmoeder, die wel elke plant kan benoemen en nog weet waar ze goed voor is. MOSSE: Eigenlijk is dat niet zo moeilijk. Natuurlijk, in de verte zie je nog eens pylonen met elektriciteitskabels of een moderne villa, maar die denk je zo weg. Een ongerept landschap verandert niet veel. Je hebt nog steeds de oude eiken, tussen de boomtoppen zie je nog steeds de kathedraalspitsen en als je je prikt aan een doorn, dan is dat gevoel in een eeuw niet veranderd. Wanneer ik wandel, probeer ik me ook mijn jeugd voor te stellen, hoe ik als klein meisje over de bospaden liep, toen je nog moest opkijken tegen bomen, toen het bos nog net dat tikkeltje angstaanjagender was. MOSSE: Ja, om meerdere redenen. De belangrijkste was het overlijden van mijn vader in 2011. Onbewust heb ik gewacht tot hij overleden was, misschien was ik bang om hem in een tekst te gieten - in zekere zin was mijn geboortegrond zijn land. Dus heb ik eerst een kleine vingeroefening geschreven, een kort verhaal dat ik opgenomen heb in mijn bundel De bruidskist. Dat voelde goed aan, er kleefde geen verraad aan het verleden aan. Raar was alvast de ontvangst. Toen we het boek in Chichester presenteerden; was heel Fishbourne afgezakt. Iedereen wilde weten of ze er een rolletje in speelden. 'Tenzij u al leefde in 1912, hoeft u zich geen zorgen te maken', was mijn standaardantwoord. Een andere man kwam op me af en begon over Blackthorne House, waar Connie in woont. 'Je hebt dat huis op mijn grond gezet. Normaal zou ik dat vervelend vinden, zo'n gebouw op mijn land, maar zolang het enkel op papier bestaat, ben ik er zeer vereerd mee. Iets om aan de kleinkinderen te vertellen.' Iedereen leek heel blij dat hun stadje - en het is een stadje, weliswaar van vier straten maar omdat er een kathedraal staat, mogen ze zichzelf 'stad' noemen - zo'n prominente rol in mijn boek kreeg. Niet iedereen heeft het al gelezen en daar maak ik me nog wat zorgen over: al die moord en ontucht en gruwel op hun grond... Maar voorlopig niets dan leuke reacties. Toch zal ik blij zijn als ik weer in Frankrijk aan de slag kan. MOSSE: De liefde heeft me naar Frankrijk geleid. Mijn man is vertaler en heeft jaren in Parijs gewoond. Toen mijn schoonmoeder op pensioen ging, kwam haar pensioenfonds vrij. Een vriendin overtuigde haar om naar Carcassonne te komen - het zwarte gat bekampen met de zuiderse zon - en wij gingen mee. Wat een vakantieplan was, is uitgegroeid tot een tweede verblijf. Mijn schoonmoeder heeft er een klein huisje gekocht waar we parttime wonen. Mocht dat vreemd klinken: ook in Engeland woonde ze bij ons in, net als mijn ouders toen ze nog leefden, en mijn zussen logeren vaak bij mij - in tegenstelling tot andere auteurs die op hun rust gesteld zijn, hou ik van een bomvol huis. Het mag leven en bruisen en ik ben dol op tuinfeestjes. In mijn huis is het zelden stil. Maar ik moet me er goed voelen. En meteen toen ik in Carcassonne aankwam, voelde ik me thuis. Instantliefde. Daar kon ik ook anoniem werken. In Chichester ben je toch altijd een beetje 'de schrijfster', de rare vogel die misschien wel zijn snavel in je privéleven steekt om er een goed verhaal te roven. MOSSE: Veel. Het is veel plezanter om te schrijven. Bij mijn historische reeks ben ik aan de werkelijkheid gebonden, en die kan een belemmering zijn voor het verhaal. Je moet je aan de feiten houden, feiten die dan ook nog eens begraven liggen in stoffige documenten, oorkonden, oude dagboeken vol archaïsch taalgebruik. Je bent jaren bezig met onderzoek nog voor je de eerste letter geschreven hebt en je bent het aan je publiek verplicht om het te doen kloppen. Maak je een foutje, dan krijg je geheid een brief van iemand die het net iets beter weet. Voor een thriller dienen de feiten het verhaal. Kleine details soms: kan Connie in de klederdracht van 1912 rennen? Ja, als ze haar rokken optilt. Een paar jaar daarvoor, met de mode van de hoepelrok, zou dat onmogelijk zijn geweest. Dat soort zaken is belangrijk voor de vaart van een thriller. Je feiten moeten kloppen, maar ze mogen niet opvallen. Als de geschiedenis in een thriller de bovenhand haalt, heb je gefaald. MOSSE: Omdat de wereld op het punt stond te veranderen. Engeland was nog een heel gesloten maatschappij, absoluut niet op de wereld gericht, zeker in zo'n klein dorpje waar zelden nieuws binnensijpelt, zelfs niet van een dorpje dat een paar mijl verder ligt. In 1912 is de Titanic gezonken, en geen enkele lokale krant maakte daar melding van. Wij kunnen ons nauwelijks voorstellen dat de wereldgeschiedenis niet live bij ons zou binnenkomen. Dat alles zou veranderen in 1914. Drastisch veranderen. En de lezer weet dat: de schaduw van de Eerste Wereldoorlog hangt boven het verhaal. Zelfs al eindigt het betrekkelijk goed, zelfs al worden de schuldigen gestraft en de deernen gered, dan nog zal al dat geluk over luttele maanden weggeblazen worden. Wreed, maar het zorgt er wel voor dat je net iets meer meeleeft met die onwetende personages. Er is ook een praktische kant. In die tijd was van mobiele telefoons of bewakingscamera's geen sprake. Ik bewonder auteurs van hedendaagse thrillers die erin slagen mysterie te scheppen ondanks die moderniteit, maar ik zou het zelf niet kunnen. Ik heb geheimen nodig. MOSSE: Voor een veganist als mezelf ligt die keuze inderdaad niet voor de hand. Maar ook dat gaat terug naar mijn jeugd. Jij kunt het je nauwelijks voorstellen, maar vroeger was er niet zoveel te doen op een zondag. Je bezocht de kerk, of een theehuis, of een museum. De zeven-op-zeven-, vierentwintiguurseconomie bestond in mijn kindertijd niet. De opties waren beperkt. Maar het taxidermiemuseum was vaste prik en ik jengelde op druilerige dagen vaak om daarheen te mogen. Mijn zussen vonden het een gruwel. Al die opgezette beesten, al die rare tableaus - de dieren werden in scènes gezet: een poppenhuis waarin kittens theedrinken, vogels met jasjes aan, heel raar allemaal. Toen ik het plan opvatte om een thriller te schrijven, sprong dat museum meteen naar voren. Een dergelijk museum, en dan nog eentje in vervallen staat, schept onmiddellijk onbehagen. Veel betere settings krijg je niet als je griezeligheid beoogt. Ja, ik heb zelf een vogel opgezet. Taxidermie mag bij jullie dan een vergeten beroep zijn, in Engeland is het een ware hype. Dankzij Damien Hirst eigenlijk. Zijn gepekelde haai heeft de interesse daarin aangewakkerd. Je kunt elk weekend wel ergens ingewanden uit een beestje scheppen. Heel ecologisch allemaal: het zijn dieren die langs de weg worden gevonden, roadkill, of die tegen je venster aan vliegen. Het vergt wel een vaste hand en veel geduld. Eén bruuske beweging en dat lichaampje is verloren. MOSSE: Aha! De prijs is ondertussen trouwens omgedoopt naar de Baileys Prize. Het is een prijs voor mannen en vrouwen die fantastische fictie willen lezen. Het is een feest van vrouwelijk talent. Ik ben een grote voetbalfanaat en elke zaterdag vier ik de verwezenlijkingen van mannen - daarom hoef ik niet zelf op het veld te staan om die mannen aan te moedigen. Hun prestaties vullen me met vreugde, net zoals die van vrouwelijke auteurs me verheugen. We hebben net Ali Smith als winnaar van de Baileys uitgeroepen, een fantastische schrijfster. Zelfs bij de uitgevers van de andere genomineerden was er blijdschap: 'Onze kandidaat heeft het niet gehaald, maar met Smith zijn we blij.' En de cijfers blijven bedroevend. Hoewel vrouwen de meeste fictietitels schrijven, blijven ze ondervertegenwoordigd in het prijzencircuit. Toen ik twintig jaar geleden mee aan de wieg van die prijs stond, had ik me nooit kunnen voorstellen dat hij twee decennia later nog altijd zo noodzakelijk zou zijn. Naïef van me, maar het toont hoe hard we aan de weg moeten blijven timmeren. DE NACHT VAN DE VOGELS Uit bij Meulenhoff. DE MOORDZOMER Knack heeft 25 nieuwe pageturners geselecteerd voor een (ont)spannende zomer. Alle info: demoordzomer.be VOLGENDE WEEK BELINDA AEBI DOOR RODERIK SIX - ILLUSTRATIES KIMKate Mosse 'ONBEWUST HEB IK MET DIT SPOOKVERHAAL GEWACHT TOT MIJN VADER OVERLEDEN WAS. MISSCHIEN WAS IK BANG OM HEM IN EEN TEKST TE GIETEN.'