1959-1982 Curtis en Christus

Mark Eitzel, nochtans geboren in Californië, brengt een groot deel van zijn jeugd in Groot-Brittannië door. Hij maakt er van op de eerste rij de punkrevolutie mee en dweept onophoudelijk met Joy Division. En dan vooral met zanger Ian Curtis, die hij tot op vandaag zijn 'muzikale held en persoonlijke sekssymbool' noemt. Terug in de States roept hij zich uit tot born-again Christian, maar zijn vrome bestaan is van korte duur: op 16-jarige leeftijd gaat hij aan de drank, een verslaving die hem nooit meer zal lo...

Mark Eitzel, nochtans geboren in Californië, brengt een groot deel van zijn jeugd in Groot-Brittannië door. Hij maakt er van op de eerste rij de punkrevolutie mee en dweept onophoudelijk met Joy Division. En dan vooral met zanger Ian Curtis, die hij tot op vandaag zijn 'muzikale held en persoonlijke sekssymbool' noemt. Terug in de States roept hij zich uit tot born-again Christian, maar zijn vrome bestaan is van korte duur: op 16-jarige leeftijd gaat hij aan de drank, een verslaving die hem nooit meer zal loslaten. In de vroege jaren 80 maakt Eitzel de Amerikaanse westkust onveilig met zijn eerste punkband, The Naked Skinnies. Wanneer die groep in '83 een roemloze dood sterft, stampt hij meteen American Music Club uit de grond, een vijf leden tellende band waarmee hij het daaropvolgende decennium een knappe discografie én een trouwe aanhang opbouwt. Van debuutplaat The Restless Stranger tot zwanenzang San Francisco evolueert de gemoedelijke countryrock van American Music Club naar hypergesofistikeerde americana en slowcore à la Low en Tindersticks. Het muziekjournaille mag zich graag schamper uitlaten over de doemslyriek van Eitzel - 'who made a career out of being miserable' - maar de zanger gaat door een diepe identiteitscrisis. Terwijl hij volop met zijn geaardheid worstelt, ziet Eitzel talloze homovrienden ten prooi vallen aan aids en doet zijn alcoholverslaving hem van de ene depressie in de andere belanden. Ondanks zijn stevige cultstatus en absolute meesterwerken als California en Everclear blijft American Music Club een typische musician's band, met Thom Yorke en Michael Stipe als bekendste believers. Eitzel ontbindt de groep om zich verder op zijn solocarrière te concentreren. Na Songs Of Love, zijn solodebuut uit '93, volgen het jazzy 60 Watt Silver Lining, het met R.E.M.-gitarist Peter Buck opgenomen West, het naar een tekstflard uit Elvis' Suspicious Minds getitelde Caught In A Trap And I Can't Back Out Because I Love You Too Much, Baby, het met elektronica stoeiende The Invisible Man en twee coverplaten, Music For Courage And Confidence en The Ugly American, waarop hij songs van AMC herneemt met een Griekse folkband - een Griekse (!) folkband (!!). Precies tien jaar na de split van American Music Club fluit Mark Eitzel zijn oude makkers weer bij elkaar voor Love Songs For Patriots, een verrassend straffe comebackplaat die het aan de kassa haast beter doet dan Eitzels hele voorafgaande discografie sámen. Na Candy Ass, een persoonlijk tussendoortje van Eitzel, is er nu The Golden Age, de negende langspeler van American Music Club. Dit jaar onderneemt de groep zijn langste concerttournee ooit. (V.B.)