In 1996 begon Amerikaan Jason Lutes aan een imposante striptrilogie over Berlijn tijdens het interbellum. Het moest een stadspanorama worden, waarin niet de Tweede Wereldoorlog of de Holocaust, maar de aanloop daarnaar centraal stond. In de eerste twee boeken, City of Stones en City of Smoke (samen 420 bladzijden, destijds ook in het Nederlands vertaald), volgde hij heel verschillende personages van september 1928 tot de verkiezingen van september 1930, waarbi...

In 1996 begon Amerikaan Jason Lutes aan een imposante striptrilogie over Berlijn tijdens het interbellum. Het moest een stadspanorama worden, waarin niet de Tweede Wereldoorlog of de Holocaust, maar de aanloop daarnaar centraal stond. In de eerste twee boeken, City of Stones en City of Smoke (samen 420 bladzijden, destijds ook in het Nederlands vertaald), volgde hij heel verschillende personages van september 1928 tot de verkiezingen van september 1930, waarbij de nazi's de grootste partij werden. Via het personage Marthe, een kunststudente die uit Keulen in Berlijn aankwam, leerde je de stad kennen als een vrijplaats, waar ruimte was voor afwijkend gedrag en tegengestelde politieke meningen. Samen met de nazi's groeiden bijvoorbeeld ook de communisten. Het sluitstuk van de trilogie, City of Light, heeft maar liefst tien jaar op zich laten wachten. Journalist Kurt heeft in een vlaag van wanhoop al zijn schrijfsels verbrand en is in een depressie verzonken. Een razzia in een lesbische club leidt uiteindelijk tot een breuk tussen Anna en Marthe, wat die laatste doet besluiten om Berlijn te verlaten. In zekere zin maakt Lutes de cirkel zo rond, maar in de vier jaar die zijn cyclus uiteindelijk bestrijkt, is de stad haast onherkenbaar veranderd: oprukkend antisemitisme, autoritair optreden van de politie en de arrestatie van een hoofdredacteur wiens krant heeft onthuld dat Duitsland in het geheim aan een leger bouwde. Die man, Carl von Ossietzky, die enkele jaren later de Nobelprijswinnaar voor de Vrede kreeg, is trouwens het enige historische personage in Berlin. Toch krijg je door Lutes' lappendeken van fictieve stedelingen een veelzijdige en geloofwaardige blik op de ondergang van de Weimarrepubliek. Naar de normen van 2018 illustreert Lutes zijn boek bijzonder sober, in een zwart-wit dat de aandacht zo veel mogelijk van zichzelf probeert af te wenden. Het gaat Lutes niet om de tekeningen, maar om de mensen. Hij brengt een vervlogen tijd geloofwaardig terug en legt zo de parallellen met die van ons overtuigend bloot. Als portret van een periode is Berlin een van de grootste huzarenstukken van het hedendaagse stripverhaal.