March Of The Zapotec / Holland
...

March Of The Zapotec / Holland gypsyfolk elektronica Pompeii RecordsEr zijn van die artiesten die zich maar wat graag in de eigen voet schieten. Neem nu Zach Condon aka Beirut. Nauwelijks heeft hij een solide reputatie opgebouwd - met Nantes had hij eind 2007 in onze contreien zelfs een hit te pakken - of hij komt met een conceptuele dubbel-EP aanzetten. U leest het goed: Een conceptuele dubbel-EP. 's Mans nieuwste worp bestaat met andere woorden uit twee miniplaten. Op de eerste, March of the Zapotec, legt de handelaar in balkanmuziek en zigeunerdeuntjes het muzikaal aan met een obscure funeral band uit Mexico. Op de tweede, Holland, kruipt hij in de huid van zijn allereerste alter ego - Realpeople - en vermeit hij zich in elektronica en synthpop. Commerciële zelfmoord van een balorige stijfkop of een gedurfde carrièrezet van een muzikale vrijdenker? Geen van beide, zo blijkt, want March of the Zapotec / Holland klinkt toegankelijker dan men op basis van bovenstaande onheilstijdingen zou verwachten. De eerste EP borduurt voort op de Oost-Europese gypsyfolk van Gulag Orkestar en The Flying Club Cup, een niet voor de hand liggend genre waarmee Beirut ons de voorbije jaren echter opvallend vertrouwd heeft gemaakt. De tweede EP voelt wel enigszins unheimlich aan, maar eist met zijn minimalistische karakter nu ook weer niet zóveel inzet van de luisteraar. Na een veredelde intro - El Zocalo - schiet March of the Zapotec pas echt uit de startblokken met La Llorona, een weemoedige wals waarbij men zich in een dramatische scène van The Godfather waant. De naam van The Godfather-componist Nino Rota dringt zich tijdens die eerste EP wel vaker op. The Shrew is bijvoorbeeld nog zo'n offer you can't refuse: een zwierige wals, maar ondanks zijn vadsige hoempadeun beslist geen driekwartsmaat voor niets. Tijdens het in tuba's, mandolines en mariachitrompetten omzwachtelde My Wife en de begrafenishymnes The Akara en On A Bayonet blijft het overigens soundtrackreferenties regenen. Van Goran Bregovic over Ennio Morricone tot Yann Tiersen: ze komen allemaal vroeg of laat voorbijgewaaid. Op de tweede EP baadt alleen The Concubine in dezelfde mediterrane en Oost-Europese sferen als March of the Zapotec. Zach Condon croont een eind weg tegen een achtergrond van xylofoons, koperblazers en - er bestaan geen foute instrumenten meer - een dwarsfluit. Maar voor de rest lijkt Holland zich volledig in de eighties af te spelen, en helaas met wisselend succes. My Night With The Prostitute From Marseille doet nog iets interessants met een synthloop à la Kraftwerk, maar Venice en vooral No Dice zijn niets meer dan bloedeloze instrumentals tjokvol elektronische stoplappen die zelfs in Dancing The Sound in Rillaar op een sardonische bulderlach worden ontvangen. Dat laptopgepingel mag Zach Condon voortaan achterwege laten. Dubbeltalenten bestaan niet, en getuige de briljante Balkan- meets TexMex-muziek die ruim tweede derde van 's mans dubbel-EP beslaat, schuilt zijn ware talent níét in het maken van elektronica. DOWNLOADLa Llorona My Wife The ShrewVincent Byloo