CHRISTOPHER NOLAN
...

CHRISTOPHER NOLAN MET CHRISTIAN BALE, MICHAEL CAINE, LIAM NEESON, MORGAN FREEMAN, KATIE HOLMES Eerlijk is eerlijk: van de avonturen rond Gotham City's filantropische misdaadbestrijder in vleermuizenpak hebben we nooit wakker gelegen. Nee, zelfs niet van de eerste twee episodes uit de populaire filmfranchise, Batman (1989) en Batman Returns (1992): ook al waren die door Tim Burton geregisseerd en fladderden ze qua post-gotische flair moeiteloos boven de middelmaat van het gecapete superhelden-genre uit, het raakte onze koude kleren niet. Toen Batman na vier films (de vreselijke Joel Schumacher gooide er later nog twee kitschprullen tegenaan) terug in de spelonken van Hollywood dook, waren we eerlijk gezegd blij dat we ervan af waren. Met Batman Begins is het anders: daar zaten we wel op te wachten. Niet omdat in deze prequel eindelijk wordt verklaard waarom de rijke erfgenaam Bruce Wayne in zijn vrije tijd verkleed als anabool opgefokte vleermuis het gespuis van Gotham City te lijf gaat. Ook niet omdat Warner Bros. met nogal wat bombarie wist aan te kondigen dat deze vijfde Batman-film de 'donkerste' en 'meest introspectieve' zou worden. Wél omdat Christopher Nolan in de regiestoel zat, de Brit die eerder al fraaie dingen had laten zien met de neo-noir Memento en de psycho-thriller Insomnia. Helaas weet Nolan onze verwachtingen niet écht in te lossen. Toegegeven: Batman Begins is de meest geduldig opgebouwde en psychologisch meest genuanceerde blockbuster die we in weken hebben gezien. En ja, de nieuwe Batman van dienst Christian Bale weet het strippapieren icoon wel degelijk een ziel in te blazen, inclusief gekwelde blikken en fragiele gestes. Maar de slotact verzuipt in warrig georchestreerde actiescènes en bebaarde oneliners, alsof Nolan plots drie versnellingen hoger schakelt in de hoop de adrenaline-geile kids het opvallend trage, sombermoedige en dus commercieel niet zo makkelijk te slijten begin alsnog te doen vergeten. In dat opzicht is Batman Begins even schizofreen als haar protagonist. In het eerste deel - waarin we kennismaken met Bruce Wayne, zijn vleermuizen-fobie, zijn vaderlijke butler (Michael Caine) en via flasbacks ook met zijn traumatische jeugd - ligt de klemtoon vooral op de innerlijke angsten en schuldcomplexen die langzaam het alter ego Batman doen gisten. Eens het zover is - na pakweg tachtig minuten -, moeten de psychische conflicten bruusk plaats ruimen voor een tuttige love-interest (Katie Holmes), blitse gadgets en ridicuul comicbook-bravado. Dat Bale als Batman plots elk summier lijntje tekst oprochelt alsof hij door een hondsdolle vleermuis werd gebeten, maakt het er ook niet beter op. We weten het: dit is een dure, op de mainstream mikkende comicbook-verfilming, geen Bergmaneske exploratie van de diepste zielenroerselen van een misdaadbestrijdende travestiet. Een streepje cartoon-psychologie, wat geïnspireerde kitsch en een portie digitaal aangelengde actie horen er zeker bij. Enig probleem: het vloekt als een ketter tegen het zelfgezochte realisme en de ernst waarmee Nolan uit de startblokken schiet. En bovendien: als actieregisseur slaat blockbuster-neofiet Nolan lang niet zo'n viriel figuur als Wayne annex Batman in zijn strijd tegen corrupte CEO's (Rutger Hauer), gewetenloze maffiabazen (Tom Wilkinson), geflipte advocaten (Cillian Murphy) en sofistische ninja's (Liam Neeson). Batman Begins begint aardig, maar eindigt onbeholpen. (D.M.)