Een gladde verkoper (Jon Hamm), een soulzangeres (Cynthia Erivo), een doorzopen priester (Jeff Bridges) en een hippiemeid (Dakota Johnson). Dat zijn de vier gasten die in Drew Goddards neonoir inchecken in de El Royale, een hotel dat, net als de clientèle, beslist betere tijden heeft gekend. Het du...

Een gladde verkoper (Jon Hamm), een soulzangeres (Cynthia Erivo), een doorzopen priester (Jeff Bridges) en een hippiemeid (Dakota Johnson). Dat zijn de vier gasten die in Drew Goddards neonoir inchecken in de El Royale, een hotel dat, net als de clientèle, beslist betere tijden heeft gekend. Het duurt niet lang vooraleer je in de smiezen krijgt dat elk van hen een duister geheim te verbergen heeft, waardoor de poppetjes algauw aan het dansen en finaal ook aan het moorden gaan. Net als in zijn debuut Cabin in the Woods (2012) serveert Drew Goddard een mash-up van genres en knipogen, met personages als matroesjka's. Alleen is het resultaat lang niet zo slim, opwindend of inventief als de premisse en de talloze subplots (zowel Vietnam als Charles Manson passeren de revue) doen vermoeden. Meer nog: met zijn praatzieke personages en 142 veel te illustratieve minuten is het een uitputtend verblijf in de El Royale, zeker wanneer de aanvankelijk hitchcockiaanse, paranoïde suspense in de groteske slotakte wordt ingeruild voor tarantineske nouvelle violence. Met een beetje goede wil zou je deze potpourri kunnen omschrijven als een soort The Hateful Eight in een sixtieshotel, maar dan met dien verstande dat Goddard de cinematografische schwung van Tarantino mist én zich tot zijn naamgenoot met één -d verhoudt als een bed and breakfast tot een luxeresort. Geen hard-boiled maar overkookte noirkitsch.