James Cameron met Sam Worthington, Zoe Saldana, Sigourney Weaver, Stephen Lang, Giovanni Ribisi

'We hebben de lat niet hoger gelegd. We hebben ze weggegooid.' Zo orakelde James Cameron, die zich met zijn sciencefictionepos Avatar had voorgenomen de moeder aller 3D-films af te leveren. Is het de commander-in-chief achter The Terminator 1 & 2, Aliens en überkaskraker Titanic ook gelukt?

Op Camerons blitse mix van driedimensionale CGI en live-action valt alvast weinig af te dingen. Alleen blijkt de hypergeavanceerde technologie geënt op een primitief verhaaltje dat vooral op tienerjongetjes mikt.

Held van dienst is G.I. Jake Sully (Sam Worthington), die in een rolstoel zit, maar toch besluit deel te nemen aan een missie naar de planeet Pandora. Dankzij het experimentele Avatarprogramma - met Alien-veterane Sigourney Weaver als expeditieleidster - hoeft Pandora toch niet meer fysiek te worden verkend. Het volstaat in een cocon te kruipen en je bewustzijn in een virtueel alter ego te projecteren.

Dat laat Jake niet alleen toe er weer lustig door de fluojungles te rennen. Aangezien zijn avatar er net zo uitziet als de Na'Vi - de mensachtige aliens die de planeet bevolken - kan hij zich ook onder de inboorlingen mengen. Zo loopt hij Na'Vi-prinses Neytiri (Zoe Saldana) tegen het lijf, die hem doet inzien dat de Avatarmissie enkel dient om Pandora's kostbare energiebronnen richting Aarde te beamen.

Je hoeft niet in hogere stratosferen te verkeren om in dit militaristisch gepimpte sf-avontuur een ecoparabel of een allegorie op de Irakoorlog te zien. Al blijft het ironisch dat die anti-establishmentboodschap gestut wordt door een hightech armada die van Avatar de duurste film aller tijden maakt - 300 miljoen dollar heeft hij gekost, jawel.

Nog een geluk dat Cameron tenminste visueel waar voor zijn geld biedt. Zo is dit de eerste blockbuster die driedimensionale liveaction bevat, iets waarvoor Cameron nieuwe fusioncamera's liet ontwikkelen. Vooral in de simpele scènes met langere shots - zoals de intro waarin Jake in het ruimteschip zweeft - levert dat spectaculair oogsnoep op. Alleen kan Cameron het niet laten om de testosteronspiegel vaak nodeloos op te fokken, wat de fysieke impact van zijn 3D-kunstjes niet ten goede komt.

Bovendien wordt het vooral een platte bedoening in de massascènes met de volledig uit motion capture opgetrokken Na'Vi. Die blauwe beestjes zien er niet alleen kitscherig uit, alsof een troep Star Trek-figuranten in een reuzengroot Center Parcs is gestrand. Camerons bewering dat ze compleet fotorealistisch en dus even tastbaar zijn als echte acteurs, is zelfs je reinste bullshit, al zijn het de meest complexe en geloofwaardige schepsels uit de CG-geschiedenis tot nu toe.

Simpel gezegd. Cameron weet de Gollem dan wel te verstoten als Lord of the Bits and Bytes, beukt de liveactioncinema de derde dimensie in en levert een film af die als een monoliet de filmannalen induikt, maar 2009: A Space Odyssey, sure as hell it ain't!

Dave Mestdach