'Do you think he planned it all out or does he make it up as he goes along?'
...

'Do you think he planned it all out or does he make it up as he goes along?'Die vraag stelt een Engelse officier zich bij het grillige gedrag van kapitein Sparrow. Maar ze zou even goed gericht kunnen zijn aan snertregisseur Gore Verbinski, aan überproducer Jerry Bruckheimer en aan de Walt Disneystudio die 200 miljoen dollar pompte in wat allicht een van de meest incoherente en mismeesterde blockbusters aller tijden is. Niemand lijkt enig idee te hebben welke film men voor ogen had, en het ergste is dat dit onaangename vertier voor de betrokkenen ook nog schandalig lonend is. Het begint allemaal met een massale ophanging; met zeven tegelijk worden de sukkelaars opgeknoopt, onder wie een joch dat op een kist moet worden gezet opdat de beul de strop rond zijn nek kan leggen. Vooraleer de lijken worden weggevoerd, gooit men hun schoenen op een hoop, wat onvermijdelijk de schokkende journaalbeelden van Auschwitz oproept. En u meteen een idee geeft van het niveau van de zwarte humor in dit gezinsspektakel van de kindvriendelijke Disney Company (en van het schaamteloos cynisme van de makers - daders lijkt voorwaar een betere woordkeuze). Pirates of the Caribbean: At World's End toont geen genade voor laatkomers in de trilogie of gelukkige toeschouwers die de plot van de vorige twee afleveringen niet fris in het geheugen hebben. Er wordt niks uitgelegd over hoe dandy-boekanier Jack Sparrow (Johnny Depp), piratenleider Barbossa (Geoffrey Rush), gouverneursdochter Elizabeth Swann (Keira Knightley) en gewezen hoefsmid Will Turner (Orlando Bloom) verzeild geraakten in de situaties waar deel drie de draad weer van opneemt. Niet dat wie gisteren de vorige films in zijn dvd-speler schoof wél een touw zal kunnen vastknopen aan de warboel die Verbinski hier met heroïsche incompetentie op het doek gooit. De intriges en schermutselingen zijn niet ingegeven door zulke aftandse zaken als - God verhoede - verhalende logica, opbouw van spanning of inleving. Nee, ze werden volledig gedicteerd door cynische marketingstrategieën. Zo begint de onzin in Singapore, kwestie van een Aziatische ster (Chow Yun-fat) in de mix te krijgen. Daarna begeven we ons naar een tussenwereld om een dode Depp op te vissen die in narcistische hallucinaties van een vermenigvuldiging van zichzelf droomt. De rest van deze onprettige film wordt ingevuld met de pogingen van de perfide bevelhebber van de East India Company (Tom Hollander) om een eind te maken aan de kleurrijke wereld van de globale piratenfederatie; strijd die wordt uitgevochten op drie schepen: de Black Pearl, het spookschip de Flying Dutchman en het koopvaardijschip de Endeavour. Wat de film totaal ontbeert is de sierlijkheid, de acrobatische finesse, de magie en de pure fun van de oude swashbucklers met Douglas Fairbanks, Errol Flynn en Burt Lancaster. Depps gemaniëreerde vertolking van de zeeschuimer met de slappe polsen is een gimmick die zijn houdbaarheidsdatum al fataal overschreden heeft. Bovendien worden zijn sympathieke fratsen volledig overstemd door de overdaad aan afstotelijke figuren die elkaar allemaal beliegen en bedriegen dat het niet schoon meer is, met op kop de Australische plaag Geoffrey Rush die voortdurend zijn pokdalig gezicht in de lens duwt en begint te tieren (sommigen noemen dit acteren). Als would-belovers wier passie voortdurend opgeschort wordt, zouden Keira Knightley en Orlando Bloom theoretisch een emotionele connectie met het publiek moeten teweegbrengen, helaas lijken ze zich in elkaars fraaie gezelschap stierlijk te vervelen. De uitkomst van al de drukdoenerij kan ons trouwens geen ene moer schelen omdat er ook niets op het spel staat. De helft van de cast is toch al dood en de actiescènes bestaan hoofdzakelijk uit degengevechten met dode piraten die immuun zijn voor steekwonden. Lang voor de strijd is beslecht, hebben de special effectslui dit stuurloze schip al veroverd met hun onverteerbare visioenen van galjoenen die op de rand van de wereld bengelen of door gigantische draaikolken verslonden worden. De meest levendige karakters zijn groteske digitale creaturen of triomfen van make-up, zoals de schimmige kapitein Davy Jones met de inktviskop (Bill Nighy) of de in de scheepshuid geïncrusteerde Bill Turner (Stellan Skarsgard). En wie ongeduldig zit te wachten op het onvermijdelijke gastoptreden van Keith Richards (naar wie Johnny Depp in de eerste plaats zijn vertolking modelleerde) als piratenkoning Captain Teague is er ook aan voor de moeite: de makers weten gewoon niet wat aanvangen met het rockfossiel. Het zegt veel over het Hollywood van vandaag dat de succesrijkste film aller tijden (deze maand tenminste) wezenlijk niet meer is dan het verlengstuk van een van de populairste attracties uit de Disneypretparken. Het ergste is niet dat Pirates of the Caribbean: At World's End als film niets voorstelt (tenzij het einde van de film zoals we die kennen). Want zelfs als een dolle rit is dit een zinkend fiasco, en met zijn onwaarschijnlijke lengte van 168 minuten (!) een beproeving waar maar geen eind aan komt. Door Patrick Duynslaegher