Zondag 13/11, 21.05, Canvas ***
...

Zondag 13/11, 21.05, Canvas ***De geschiedenis leert: na slijk komt asfalt - of nog meer slijk, maar daar hebben we het nu even niet over. Vorig jaar ploeterde productiehuis Diplodokus met onder anderen een veldrijder en -loper door de modder, nu volgt het zes atleten wier sport niet los te koppelen valt van een andere ondergrond. Omdat tarmac wat hard klinkt, sintel te onbekend is en parket te veel binnenopnames vergt, werd het asfalt. Denk ik. Misschien wilden ze gewoon minder bekende sporten belichten, dat kan ook. Net als bij Slijk moeten de zes afleveringen het vooral hebben van de sfeer, de beelden, de geluidsmontage en de beperkte commentaren van de geportretteerde zelf. Met prachtig gefilmde sportverhalen als resultaat. Of ze ook beklijvend zijn en vijftig minuten blijven boeien, hangt af van de zwakste en tegelijk de centrale schakel in het geheel: hoe interessant kan de sportmens over zichzelf vertellen? En heeft hij überhaupt wel iets te zeggen dat verder reikt dan voor de hand liggende clichés als 'Ik ben een winner', 'Ik wil de beste zijn' en 'Ik ben ontgoocheld als ik niet de beste ben'? Zeldzaam is de atleet die meer over de relatie tussen zichzelf en zijn sporttak te melden heeft dan dat. Ook autocoureur Laurens Vanthoor kwam in deze eerste aflevering niet veel verder dan bovenstaande opmerkingen. Al voegde hij er enigszins verontschuldigend aan toe dat hij nu eenmaal een gesloten persoon is en dat hij emoties liever onderdrukt dan uitdrukt. Alleen in de auto, met zijn handen om het stuur geklemd en de blik in opperste concentratie op het wegdek - asfalt! - voor hem voelde hij zich echt op zijn gemak. De camera's van Asfalt volgden hem en zijn zeven jaar jongere broer Dries een etmaal lang tijdens de 24 uren van Spa. Omdat Vanthoor bijzonder spaarzaam omsprong met woorden moest deze aflevering het volledig van de beelden en de montage hebben. Prachtig voor een halfuur, te eentonig voor vijftig minuten. Natuurlijk was het mooi, die opening met een camera die van de top tot aan de wortels langs de stam van een den gleed, en ja, het was een voortreffelijke vondst om op het einde van de rit die beweging in omgekeerde richting te maken, maar verder werd iedere mogelijke spanning uitgevlakt omdat een camera te lang bleef hangen, een beeld te veel werd uitgesponnen en de kern van de spanning verloren ging door de emotionele afstandelijkheid van de hoofdrolspeler. Vanthoor had ongetwijfeld alle reden om het hoofd zo koel mogelijk te houden: hier viel een race te winnen, hij stond hoog op de lijst van de bookmakers, maar zonder emotie voelt een verhaal - zeker over jongens en auto's - al te mechanisch. Er waren nochtans momenten waarop de makers hun passieve registratie van de feiten hadden kunnen verlaten om wat dieper te graven. Zo heb ik nog altijd geen idee waarom en wanneer Vanthoor zo'n liefde voor auto's en asfalt heeft ontwikkeld. Ik heb ook de indruk dat er net iets meer zat in de relatie tussen de twee broers die eenzelfde ambitie koesteren, de ene als ster, de andere als nieuwkomer. Zo keek Dries wel heel erg blij toen zijn wagen enkele ronden lang voorlag op die van zijn broer. En ja, ook Laurens toonde geen onvoorwaardelijke blijdschap toen zijn jongere broer hem op de hielen zat. Maar verder dan een beeld van Dries die naar de monitor tuurde en tegelijk zijn lippen kapotbeet, kwam het niet. Of Dries Laurens uiteindelijk gefeliciteerd heeft met zijn derde plaats, om eerlijk te zijn: ik herinner het me niet meer. Net voor de camera opnieuw de boom in dook, zoemde hij nog even in op de uitzonderlijk grote beker die tussen de voeten van Vanthoor op het asfalt stond. 'Of ik blij ben met een derde plaats?' Het antwoord kon je als kijker wel raden. Natuurlijk niet, hij is een winnaar en een winnaar heeft graag alles. Aan poëtische reflecties doet deze man van de snelheid niet. De montage van Asfalt daarentegen des te meer. Dat wringt. door Tine HensAan poëtische reflecties doen mannen van de snelheid niet. De montage van Asfalt daarentegen des te meer.