Deliverance (John Boorman, 1972)

'Samen met mijn broer gezien vlak na de begrafenis van mijn ma. Ik dacht: 'Laat ons iets helemaal anders doen en naar de cinema gaan.' Ik weet het: het is niet de meest luchtige of aangename film voor na een begrafenis, maar het blijft tenslotte maar film. Hoe hard en brutaal hij ook is. En dat vond ik toen op een bizarre manier een heel troostende gedachte. Ook de muziek is me altijd bijgebleven: er zijn bijna alleen maar natuurgeluiden te horen - het is een soort machonachtmerrie over zakenlui wier tochtje langs een wilde rivier helemaal uit de hand loopt - met die razende, duellerende banjo's in het begin en af en toe wat countrydeuntjes op de achtergrond. Wreed intens allemaal.'
...

'Samen met mijn broer gezien vlak na de begrafenis van mijn ma. Ik dacht: 'Laat ons iets helemaal anders doen en naar de cinema gaan.' Ik weet het: het is niet de meest luchtige of aangename film voor na een begrafenis, maar het blijft tenslotte maar film. Hoe hard en brutaal hij ook is. En dat vond ik toen op een bizarre manier een heel troostende gedachte. Ook de muziek is me altijd bijgebleven: er zijn bijna alleen maar natuurgeluiden te horen - het is een soort machonachtmerrie over zakenlui wier tochtje langs een wilde rivier helemaal uit de hand loopt - met die razende, duellerende banjo's in het begin en af en toe wat countrydeuntjes op de achtergrond. Wreed intens allemaal.' 'Ik doe zelf mee in die film. Hij speelt zich af in Oostende en gaat over Vlaamse rockers; ik was dus wel verplicht om hem op het programma te zetten. En het is ook een goeie film, hotverdomme. Laat die critici van bij ons maar zagen: in het buitenland zijn ze zot van die film. Maar wij zijn niet gewend om West-Vlaams te horen in de cinema en een beetje vuiligheid te zien. Na de eerste visie had ik zelf ook wel iets van: 'Moet dat nu allemaal?' Eigenlijk is het vrij grof en gewelddadig - het gaat over drie gehandicapte rockers die een bandje oprichten en als drummer een arrogante kloot van een schrijver aanspreken - maar tegelijk is het ook enorm grappig en eerlijk, zoals Trainspotting of C'est arrivé près de chez vous. Er zit dezelfde marginale en surrealistische poëzie in en het is tenminste een keertje niet in het Antwerps. Ze goan doa nogol verschoten zin. ' 'De eerste film die ik in de cinema gezien heb was High Noon, met Gary Cooper en Grace Kelly. Ik was toen zeven. Niet veel later heb ik ook La Strada gezien, op de tv van mijn tante. En die is me ook altijd bijgebleven. Er is die fantastische muziek van Nino Rota, madame Fellini (Guiletta Masina) die aan een circus wordt verkocht, er is Anthony Quinn als brute circusartiest die on the road trekt en dus het soort bohemienleven leidt dat ik als muzikant ook leid. En er is dat rare, wat surrealistische sfeertje. Als kind was ik zelfs een beetje bang van die film. Die clowns met al die make-up, die marginale levensstijl én dat felle zwart-wit. Alles ziet er sterker en intimiderender uit in zwart-wit. Ik ben zelfs benauwd van mijn eigen pasfoto in zwart-wit. Wie dat ook perfect begrepen heeft, is fotograaf Anton Corbijn. Ik wil dan ook zeker zijn debuutfilm Control zien, een zwart-witfilm over het leven van Joy Divisionzanger Ian Curtis.' 'De eerste en enige film van de Britse acteur Gary Oldman - diene gast van Dracula en Romeo is Bleeding - en misschien wel een van de beste films aller tijden. Ik ga niks zeggen: deze moet je gewoon zelf zien. Het enige wat ik wil verklappen, is dat het een heel zwaar sociaal drama is in de traditie van Ken Loach en dat er hele goeie, bluesy muziek op staat van Eric Clapton. Ik ben nooit een Claptonfan geweest, maar hier klinkt hij gewoon fantastisch. In België is de film nooit uitgebracht, maar ik heb hem gratis gekregen via mijn copain Dominique Deruddere, die me dikwijls dvd's toespeelt die ik dan bekijk op de toerbus.' 'Het is lang geleden dat ik die film heb gezien en ik hou eerlijk gezegd een beetje mijn hart vast. Ik herinner me dat ik als kind van mijn generatie die psychedelische muziek van Pink Floyd en die kritiek op de love generation wel interessant vond, maar ik vrees dat hij ondertussen misschien een beetje gedateerd overkomt. Dat had ik ook met Easy Rider: een revolutionaire film in mijn herinnering, maar nu gewoon niet meer om aan te zien. Misschien is Zabriskie Point ondertussen even naiëf en saai en had ik eerder Blow-Up moeten kiezen, als ik dan toch een Antonionifilm wilde. Maar voor hetzelfde geld is het nog altijd die raadselachtige roadmovie met die maffe vrijscène in de woestijn en die exploderende villa op het einde die ik voor ogen heb. Vraag het mij straks nog eens na de première.' 'Henri Storck was een geboren en getogen Oostendenaar die in Brussel woonde, zoals ik. Hij was dan ook een grote vriend van mij en wellicht de strafste regisseur die we ooit hebben gehad. Hij werd wereldbekend met heel gedurfde documentaires zoals Misère au Borinage uit '33 - een somber en pakkend portret van de arbeiders en de sociale ellende van toen. Hij werd vanwege die sociale kritiek verketterd door de kerk en de staat. Voor het Arteprogramma Macadam - waarin ik mijn favoriete film- en muziekfragmenten mocht kiezen - heb ik ooit zijn kortfilm Idylle sur la Plage (1931) getoond, die op muziek van mijn Filles du Bord de Mer werd gezet. Daarin zie je twee jonge personages dansen op het strand en daarna zo ongeveer de hele Kamasutra afwerken. Ongelooflijk straf voor die tijd. Vandaar dat ik zijn films ook absoluut op het programma wilde, want de jeugd kent dat jammer genoeg niet meer. Niet dat ik de schoolmeester wil uithangen, maar het kan nooit kwaad om je eigen cultuur en geschiedenis te kennen. Die onnozele flaminganten en politiekers die nu België dreigen op te blazen, hebben waarschijnlijk nog nooit van Storck gehoord. Vandaar dat ik hen een beetje wil opvoeden, voor ze zotte dingen doen.'