U weet het intussen al: de sterkste film op het recente festival van Cannes was 22 jaar oud. De nieuwe montage van Apocalypse Now (1979) verpletterde in cinematografische grandeur alle nieuwe films die op de Croisette defileerden.
...

U weet het intussen al: de sterkste film op het recente festival van Cannes was 22 jaar oud. De nieuwe montage van Apocalypse Now (1979) verpletterde in cinematografische grandeur alle nieuwe films die op de Croisette defileerden. De Redux die nu achter de titel staat, maakt de film bijna een uur langer, maar je komt de zaal uit in de overtuiging dat Francis Coppola er best nog een uurtje aan had kunnen toevoegen. De episodische structuur van Apocalypse Now maakt de tocht door de Vietnamese jungle even rekbaar als kneedbaar. De plot - Martin Sheen als de opgebrande Willard die de opdracht krijgt om in Cambodja de afvallige kolonel Kurtz te liquideren - is niet meer dan een summier geraamte (scenarist John Milius haalde de klassieke structuur van de tocht stroomopwaarts uit Joseph Conrads Heart of Darkness, dat in Belgisch Congo speelde). In de nieuwe montage wordt Coppola minder gedwongen om het verhaal voort te stuwen, zodat sommige scènes meer kunnen ademen, bestaande scènes versterking krijgen (de schrijnende taferelen met de zich prostituerende Bunnies geeft aan het grote shownummer dat eraan voorafgaat een bittere nasmaak) en de mythisch en metafysisch opgevatte film zelfs een concrete politieke inhoud krijgt. Dat laatste geldt dan vooral voor de beslissende sequentie op de Franse plantage, die niet alleen de film onafwendbaar naar zijn flamboyante surreële bestemming voert, maar waar ook de rol van de Amerikanen in het Zuidoost-Aziatisch conflict frontaal wordt aangekaart. Mede door de vorstelijke plastische fotografie van Vittorio Storaro die de Filipijnse jungle transformeert tot een ijle zone van licht en schaduw, krijgt Coppola's concept van een psychedelische rock-'n-rolloorlog hallucinant gestalte. Hoe spectaculair Apocalypse Now Redux ook is om naar te kijken, deze vernieuwde kennismaking restaureert ook de al even indrukwekkende soundtrack. En dan heb ik het niet zozeer over de intussen beroemd geworden dialogen, van Willards voorzichtig geformuleerde opdracht (' terminate Kurtz with extreme prejudice') over Robert Duvalls surfende cavaleriecowboy die 's ochtends zo graag de geur van napalm opsnuift, tot het finale inzicht van Kurtz vooraleer hij als een karbouw wordt afgeslacht (' the horror, the horror'). Want heel indrukwekkend blijft ook de vermetele keuze van de muziek (van het profetische The End van The Doors waarmee de film opent tot de Wagneriaanse helikopteraanval) en de geraffineerde geluidsdesign van cutter Walter Murch. Sterker dan ooit klinkt ook de schitterende voice-overcommentaar geschreven door Michael Herr en prachtig voorgelezen door Martin Sheen. Het is alsof Sheen dit epische avontuur in het oor van de toeschouwer fluistert - het is zijn zacht-hese stem die ons binnenvoert in de morele schemerzone van deze nachtmerrie. Patrick Duynslaegher