Op 30 april interviewt Annelies Beck in Internationaal Literatuurhuis Passa Porta (www.passaporta.be) Jonathan Coe, schrijver van onder meer De Rotters Club, Het huis van de slaap en Het moordende testament. Zelf zou ze iedereen Stilte van Alice Munro aanraden.
...

Op 30 april interviewt Annelies Beck in Internationaal Literatuurhuis Passa Porta (www.passaporta.be) Jonathan Coe, schrijver van onder meer De Rotters Club, Het huis van de slaap en Het moordende testament. Zelf zou ze iedereen Stilte van Alice Munro aanraden.'Hartverscheurend vind ik het, om één boek te moeten noemen. Vandaar dat ik toch nog snel onder andere The Plot Against America van Philip Roth, South of the River van Blake Morri-son en het erg mooie prentenboek Linus wil vermelden. Toch kies ik nu voor Stilte, een bundel kortverhalen van de Canadese schrijfster Alice Munro. Bij ons is ze vrij onbekend, maar ze mag wel literaire prominenten als Jonathan Franzen tot haar fans rekenen. Zijn op zich al schitterende voorwoord heeft me trouwens overtuigd dit boek te lezen.' 'Munro steekt in zestig pagina's meer dan anderen in 600 pagina's krijgen, zowel wat betreft de diepgang van de personages, als de sfeer van de gemeenschap en de verwijzing naar andere literatuur. Haar verhalen zijn gelaagd én goed geschreven. Vaak, maar niet altijd gaat het over vrouwen die zich proberen te ontworstelen aan de gevangenis van een slecht huwelijk of aan enge sociale verwachtingspatronen. Aangezien Munro zelf uit zo'n kleine gemeenschap uit Canada komt, wéét ze waarover ze het heeft. En dat maakt haar verhalen echt.' 'Munro creëert een wereld waar je in kunt stappen. Kommer en kwel is het níet. Haar personages komen de grote levensvragen tegen, zoals wij allemaal bij momenten. Begrijp me niet verkeerd, het is géén Bond zonder Naam! Af en toe weet Munro haar lezers trouwens mooi te verrassen. Zo laat ze in een boek eenzelfde personage in verschillende verhalen opduiken, telkens op een ander moment in haar leven.' 'Door Munro heb ik kortverhalen leren waarderen. Aanvankelijk was ik niet zo'n fan van het genre. Zij heeft me doen inzien dat ook een kortverhaal rijk en bevredigend kan zijn. Dankzij haar ben ik teruggegaan naar klassiekers als Tsjechov, maar ook naar bijvoorbeeld Witte Veder van Sanneke Van Hassel en vooral Nul - Zes van de Duitser Ingo Schulze. Nu nog lees en herlees ik Stilte, omdat ik er toch telkens nieuwe dingen in zie. Misschien lijken haar verhalen op het eerste gezicht niet altijd af, maar dat is het leven ook niet.' (B.D.C.)