1 Wat heb je met Mary Shelley?
...

1 Wat heb je met Mary Shelley? Anne Eekhout: Ik wist al heel lang wie Mary Shelley was, maar hoe het boek Frankenstein precies ontstaan is, kwam ik pas een paar jaar geleden te weten. Hoe ze die verregende zomer van 1816 in Villa Diodati aan het meer van Genève had doorgebracht en hoe ze daar met die beroemde vrienden van haar afspraken dat ze ieder een griezelverhaal zouden schrijven, dat vond ik een mooi gegeven om iets mee te doen. Ik wilde meer over Mary te weten komen, begon me in te lezen en ontdekte dat ze vier jaar eerder een tijdje in Schotland had gezeten en ze die periode zelf bijzonder belangrijk voor de vorming van haar verbeelding vond. Over wat ze daar precies gedaan heeft, is weinig bekend. Ideaal, dacht ik, dan kan ik dat invullen en er misschien wel een vroege versie van Frankenstein laten ontstaan. 2 Wat is volgens jou de essentie van Frankenstein? Eekhout: Het mooie aan dat boek is dat het zo rijk is. Het is natuurlijk een horrorverhaal, maar ook een filosofische verhandeling. Wat mij het meest trof, is hoe het monster in eerste instantie helemaal geen monster is. Het ziet er natuurlijk niet uit en jaagt iedereen schrik aan, waardoor het van niemand het voordeel van de twijfel krijgt. Het wordt ook in de steek gelaten door zijn eigen maker en is zo gedoemd om een monster te worden, door iedereen verstoten, gevreesd en gehaat. Wie is nu echt het monster, zou je je kunnen afvragen, dat wat onbeholpen wezen, of dokter Frankenstein die zijn eigen creatie aan haar lot overlaat? 3 Mary was de dochter van Mary Wollstonecraft, een van de eerste feministes. Zou die zich niet in haar graf omgedraaid hebben toen haar dochter zich al te gedwee naar de wensen van Percy Shelley plooide? Eekhout: Dat zou best kunnen. Mary hield zoveel van Percy dat ze heel ver in zijn wensen meeging. Dat merkte ik in haar brieven en dagboeken. Ze was zelfs bereid zijn seksuele omgang met haar stiefzus Claire erbij te nemen. Vrije liefde, noemde Percy dat, maar ook al heeft Mary zich er bijna nooit over uitgelaten, ik ben ervan overtuigd dat ze het vervelend vond. Het was pas na zijn dood in 1822 dat ze een zelfstandige vrouw werd die van haar schrijven leefde en voor haar lotgenotes opkwam.