Er heerst gezellige chaos ten huize Pierlé, waar we plaatsnemen aan de eettafel in een decor van kleurrijke kinderschilderijen. Kleine Isadora is nergens te bekennen, net als onze gastvrouw - een uitgelopen yogales, zo blijkt -, dus worden we ontvangen door Koen Gisen, Pierlés partner, vaste producer en gitarist bij White Velvet, haar begeleidingsgroep die voor de opnames van Strange Days even buitenspel werd gezet. Voor de eerste keer in tien jaar tijd ging An Pierlé nog eens solo aan de schrijftafel zitten.
...

Er heerst gezellige chaos ten huize Pierlé, waar we plaatsnemen aan de eettafel in een decor van kleurrijke kinderschilderijen. Kleine Isadora is nergens te bekennen, net als onze gastvrouw - een uitgelopen yogales, zo blijkt -, dus worden we ontvangen door Koen Gisen, Pierlés partner, vaste producer en gitarist bij White Velvet, haar begeleidingsgroep die voor de opnames van Strange Days even buitenspel werd gezet. Voor de eerste keer in tien jaar tijd ging An Pierlé nog eens solo aan de schrijftafel zitten. 'Het is langer geleden,' legt Pierlé even later uit, 'want eigenlijk moet je teruggaan tot mijn debuut Mud Stories uit 1999. Op Helium Sunset (2002), de tweede plaat, stonden al liedjes die ik samen met Koen heb gemaakt. Maar een bandnaam gebruiken mocht toen nog niet van de platenfirma. Ik had zo een harde strijd geleverd om de eerste alleen te doen, zonder producers, zonder bas en drum, en dat werd tegen alle verwachtingen in een succes, dus mocht er absoluut niet aan de formule gesleuteld worden, want dat zou natuurlijk commerciële zelfmoord betekenen! En ik was al zo... (zoekt naar woorden)' AN PIERLÉ: Dat vind ik dus niet van mezelf. Ik ben altijd veel te braaf geweest, dát is mijn probleem. (lacht) Uiteindelijk word je als meisje in de muziek nog steeds in een poppetjes-achtig iets geduwd. Ik had beter nog veel meer op tafel geklopt. PIERLÉ: Neen, want ik ben al die tijd op mezelf liedjes blijven maken. Alleen, nu moest ik alles opnieuw op mijn eentje afmaken, en dat was toch al veertien jaar geleden. De inspiratie is nooit een probleem. De stukjes van nummers, de thema's en de zinnetjes, dat gaat allemaal. Maar een tekst afmaken bijvoorbeeld, ik heb het op de Nick Cave-manier moeten doen: alle dagen zwoegen aan mijn bureautje van negen tot halfvier. PIERLÉ: Nu zeker, ja. Vroeger was dat anders, toen ik nog geen kindje had. Nu sta ik om zes uur 's ochtends op, en om negen uur 's avonds ben ik bekaf. De keuze wordt dus scherp gesteld. Ik kon het me niet permitteren om te zeggen 'de inspiratie komt niet', of toe te geven aan de schrik voor Het Witte Blad. (lacht) Ik kon me de luxe van faalangst niet veroorloven. Maar werken onder zulke druk vergroot je concentratie en werpt verrassende vruchten af. Een alternatief had ik sowieso niet, anders duurde het nog vijf jaar voor ik een volgende soloplaat af had - en de goesting was te groot om nog zo lang te wachten. PIERLÉ: Maar dat is allemaal veel aangekleder, toch? Er zit telkens bas of drum of een of andere pulserende electronica op de achtergrond. En dan nog: ik doe dit wel al vijftien jaar hé! (lacht) Op een Franse website schreef iemand dat mijn nieuwe plaat klonk als Birdy. Komaan zeg, Birdy zat nog in haar ei toen ik begon! Fuck it, daar ben ik over, over zulke opmerkingen. Weet je wat mij wel stoort? Dat ik altijd vergeleken word met de meisjes die piano spelen. Dat vind ik niet juist. Niemand die ooit iets zegt over John Cale, van wie ik, zeker op Mud Stories, veel meer heb gejat. Of Robert Wyatt. Of Mark Hollis. Ik neem zelf een cover van Talk Talk op, en dan nog zegt niemand daar wat over. PIERLÉ: Maakt dat iets uit? Want daar denk ik echt niet over na. PIERLÉ: Dit is de eerste keer dat ik een cover effectief op een plaat zet, we hebben dat tot nu toe gemeden. Ik heb er vrede mee dat zo'n cover dan iets makkelijker in het gehoor ligt dan mijn andere songs. Het zet ook een schijnwerper op de rest, en als de mensen zo de weg vinden naar mijn platen, des te beter. Of omgekeerd: als mensen via mijn versie van It's a Shame naar de albums van Talk Talk of de soloplaat van Mark Hollis gaan luisteren, is dat ook mooi meegenomen. PIERLÉ: Het is niet alleen een grote eer - als meisje, en als componist - maar ik krijg ook de kans om allerlei dingen uit te proberen, grenzen te doorbreken en zaadjes te planten. Neem nu de compositie die ik gemaakt heb ter gelegenheid van het Festival van Vlaanderen, op het kerkorgel van Sint-Baafs; hoeveel muzikanten krijgen, wegens geldgebrek, nog de tijd en de kans om zoiets unieks mee te maken? En omdat Loesje Maieu van Blackie & The Oohoos erbij betrokken was, kreeg het geheel zelfs een hip tintje mee. (lacht)PIERLÉ: Natuurlijk zou ik graag hip zijn, maar wat is hip? Het heeft vooral te maken met jong en nieuw zijn. Misschien dat ik ooit lang genoeg bezig ben om vanzelf weer in de mode te komen? Ik hoop dat ik met deze nieuwe plaat een nieuwe generatie kan aanspreken, want ik heb ze wel graag in mijn publiek, die zestienjarige meisjes. Ik denk dat ik voor hen een goed voorbeeld ben. PIERLÉ: De onafhankelijke koers die ik altijd gevaren heb. Kiezen voor jezelf, investeren in jezelf. Je niet laten doen door wat conform is. Dat het oké is om te zoeken, zolang je maar doorzet. Geloof me, ik ben vroeger veel gepest en dat raak je niet zomaar kwijt. Daarom maak ik er ook een punt van om heel bereikbaar en niet arrogant te zijn. PIERLÉ: Ik wil zeker geen typisch meisje-meisje zijn, of mij jonger voordoen dan ik ben en Strange Days is ook geen meisjesachtige plaat. Ze is veel voldragener dan dat. Maar een zekere speelsheid blijft wel aanwezig, ja, en het helpt natuurlijk dat hier een kleine kleuter van drie jaar rondloopt. En daarbij, ik zie er ook nog altijd beter uit dan mijn pestkoppen van weleer. (lacht luid) Voilà, dat was nu eens gênant eerlijk van mij! PIERLÉ: Zeer zeker, ik volhard in de boosheid - branding heet dat. (lacht)STRANGE DAYS Nu uit via PIAS.DOOR JONAS BOELAN PIERLÉ: 'OP EEN FRANSE WEBSITE STOND DAT MIJN NIEUWE PLAAT KLONK ALS BIRDY. KOMAAN ZEG, BIRDY ZAT NOG IN HAAR EI TOEN IK BEGON!'