Door Jo Smets
...

Door Jo Smets'K-19: The Widowmaker' vanaf 18/9 in de bioscoopAi, denkt u, weer een duikbootfilm. Alsof we al niet wisten dat het er in zo'n atoomsigaar behoorlijk claustrofobisch kan toegaan. Alleen, dit is geen gewone duikbootfilm, althans niet naar Hollywood-normen. Eén: de personages zijn allemaal Russen, weliswaar gespeeld door Amerikanen. Twee: de film is geregisseerd door een vrouw. En drie: die vrouw is, om het simpel uit te drukken, niet de eerste de beste. Kathryn Bigelow was al op jonge leeftijd voorbestemd voor high art. In de vroege jaren zeventig kreeg ze als schilderes een prestigieuze beurs, kon ze Richard Rauschenberg en Susan Sontag tot haar kring van intiemen rekenen en was ze lid van de Britse conceptuele kunstgroep Art & Language. Ze studeerde later af aan de Columbia Film School en met een flink pak filmtheorie tussen de oren waagde ze zich in 1982 naar buiten met The Loveless, een vreemde variant op de biker-film The Wild One en tevens het debuut van acteur Willem Dafoe. Daarna pakte ze uit met Near Dark (1987), een van de beste vampierenfilm-updates ooit gemaakt, waarin een anarchistische bende bloed slurpende nozems met William S. Burroughs op de T-shirt de zuidelijke staten van de VS onveilig maakt. Blue Steel (1990) was een stijlbewuste psychokillerfilm rond een politieagente die het object wordt van een obsessionele janusfiguur: deels zakenman, deels doder. En dan leert Bigelow action man James Cameron kennen, met wie ze trouwt en met wie ze Point Break op de wereld loslaat, een duik in een outcastcultuur van rovende surfers. Idioot maar behept met een haast abstracte fascinatie voor mannenlichamen, kicks en aanrollende golven. Bigelow wordt - nota bene als vrouw - de nieuwe incarnatie van high-paced action-packed kinetic movies: ze gebruikt helmcamera's en vindt een manier om de al te gladde steadicam in achtervolgingen van schokken te voorzien. Na twee jaar scheidt ze van Cameron, maar met zijn hulp én een van zijn ideeën timmert ze verder aan de weg. Strange Days, hoewel dom als thriller, is haar radicaalste reflectie op het medium: een fin-de-siècle-traktaat over virtuele kick and snuff movies, waarin de identificatie van de toeschouwer met wat zich op het scherm afspeelt, wordt getest. De periode tussen Strange Days (1995) en haar vorige film, The Weight of Water (2000, niet eens uitgebracht), was voor Bigelow een martelgang. Strange Days dook na het monstersucces van PointBreak recht de dieperik in. Daarna raakte ze in een juridische strijd verwikkeld met Luc Besson, die haar project rond Jeanne d'Arc- Joan of Arc - saboteerde omdat Bigelow Bessons liefje Jovovich niet in de hoofdrol wou. K-19 is een project waarmee Bigelow al sinds 1996 bezig is. De film is gebaseerd op het waar gebeurde verhaal rond atoomduikboot K-19. Die beleeft in 1961 een waar doemscenario als tijdens zijn eerste vaart de kernreactor door een lek in de koeling oververhit raakt en de duikboot op een meltdown en een radioactieve ramp afstevent. De Sovjets willen evenwel geen hulp, zeker niet van nabije Amerikanen, en een ploeg jonge matrozen moet zonder bescherming het lek dichten. Ook rond K-19 is er hommeles geweest. Een filmproductiehuis had de overlevenden van de vervloekte duikboot gecontacteerd en een overeenkomst gesloten voor de adaptatie van hun verhaal. Een en ander liep zuur en werd in de rechtbank bevochten, waarbij Bigelows project won. De film is bijzonder efficiënt in zijn aanloop naar en behandeling van het incident - dat pas in de jaren '90 bekend raakte - en toont Bigelows meesterlijke beheersing van camera en actie. Vooral tegen het einde wordt de prent echter een viering van heroïsche vaderlandsliefde die niet had misstaan in sovjetpropaganda, maar die met Amerikanen als Russen - met onder meer Harrison Ford als de stugge kapitein van de K-19 - voor enig haarkrabben zorgt. Intussen is K-19 in de VS jammerlijk geflopt. Hoewel Bigelow, Harrison Ford en Hollywood brood zagen in een glasnost naar Rusland, moest het Amerikaans publiek de prent in elk geval niét. Enige tijd voor de release, in New York, leek de opvallend grote, atletisch voorkomende Bigelow - ze is 51 maar oogt nauwelijks ouder dan 40 - nog hoopvol. Kathryn Bigelow: De mensen van K-19 waren verschrikkelijk moedig en ik dacht dat zoiets wel een inspiratie kon zijn. Wat we portretteren is menselijkheid, moed en heroïsme in het aanschijn van een bepaald, ondenkbaar obstakel. Ik vond dat nogal aangrijpend. Het kon geen kwaad, dacht ik, om eens aan dat soort menselijkheid te worden herinnerd. Verder trok de schoonheid van de geografische omgeving me aan en de gedachte dat dit een uitstekende gelegenheid zou kunnen zijn om een menselijk gezicht te kleven op Rusland en zijn cultuur. De Koude Oorlog heeft ons volledig afgesloten van kennis daaromtrent. Meteen was het ook een kans om terug te kijken op die periode en misschien een aantal politieke vragen te stellen. Wat heeft het ons nu bijgebracht? Heeft er iemand gewonnen, verloren? Wat was eigenlijk de bedoeling? We kunnen de wereld tien keer vernietigen, maar moeten we daar trots op zijn? Stel dat al het economisch en intellectueel gewicht nu eens samen had gewerkt, rond iets echt belangrijks zoals het milieu. Waar zouden we nu dan staan? Bigelow: Daar heb je een punt. Eigenaardig toch hoe technologie een mensenleven helemaal kan dicteren, terwijl het toch de mens zelf is die de technologie heeft geschapen. Technologie is een ongelooflijk instrument maar ze kan het laten afweten, net zoals de mens fouten kan maken. Volgens het militair-industriële complex van de Sovjet-Unie konden enkel mensen in de fout gaan, technologie was onfeilbaar. Techniek was de motor van de samenleving. Postcommunisme stelt naar mijn gevoel de mens opnieuw centraal, het humanisme en de ontdekking van menselijkheid. Misschien steekt daar een soort punt van focus om mens en technologie, maar ook de twee naties - Rusland en de VS - bij elkaar en in balans te laten komen. Bigelow: Ik ben er verzot op. Misschien brengt het wel ongeluk om het te zeggen, maar ik heb ook altijd heel wat voorspoed gehad op het water. Voor deze film had ik een waterkundig coördinator die bij de zij-aan-zij-scène met de onderzeeërs de condities van stroming, windkracht en water had vastgelegd. Welnu, hij was al maanden op de locatie en vertelde me dat het simpelweg onmogelijk zou zijn de scène te draaien. We hadden een mirakel nodig om de twee boten naast elkaar te leggen zonder dat ze tegen elkaar botsten en in stukken braken. Op de dag dat we volgens de planning de zaak moesten draaien, krijg ik om halfvijf 's morgens een telefoontje van hem. 'Ik kan het niet geloven', zei hij, 'het is alsof God ervoor gezorgd heeft dat alles zo is als het moet zijn.' Let op, de scène was maanden vooraf op die dag gepland. Het was niet dat we de dag ervoor eventjes naar het weerbericht luisterden en zeiden: 'Oké, jongens, morgen doen we dit.' Ik aarzelde geen moment. 'Zet de boten bij elkaar tegen zes uur, ik ben er met de cast om zeven uur, en we draaien onmiddellijk.' Bleek dat de hele dag, en zelfs de dag erna, de condities volmaakt bleven. Ik ben uiteraard heel flexibel in zulke zaken, maar ik vind dat water mij, bij wijze van spreken, altijd erg de hand heeft toegereikt. Bigelow: Daarom is het genre ook zo meeslepend. De universele vormen van angst zijn levend begraven te worden en te verdrinken. In dit genre, en in die reële omgeving, heb je de twee bij elkaar. Je moet echt wel over een wonderlijk gevoel van overmoed beschikken om onderzeeman te worden. Ofwel ben je heel erg moedig, ofwel denk je niet aan de mogelijke gevolgen, wat op zich een heel interessante psychologie en dynamiek creëert, die uiteraard alle nationale grenzen overstijgt. Het is in elk geval ook een weinig gastvrije omgeving om in te wonen, want ik wéét wat het is om erin te draaien. Film kan alles met je doen, niet? Het kan je overbrengen naar een andere omgeving, naar een plaats of een psychologie die je al dan niet zelf ooit wil ervaren, en geeft je informatie die je graag hebt. Bigelow: Ja, dat was precies zo bedoeld. Het publiek en de bemanning hadden zo lang binnen gezeten en al zoveel druk te verwerken gekregen dat er iets moest gebeuren. Er was de nooit geteste, maximale duik, samen met de spanning van de eerste vaart. En er was een kapitein die koste wat het kost het beste of misschien het slechtste uit iedereen wou halen. Hij wou zijn bemanning - eigenlijk nog jongens - trainen, smeden tot een hecht geheel dat elk obstakel kon nemen, zonder te weten dat zij inderdaad de ultieme hindernis op hun weg zouden vinden. Het was dus tijd voor een break, zowel op het scherm als in de zaal. Mijn monteur Walter Merchand - de beste ter wereld, vind ik - was het met me eens dat de film even op adem moest komen. En ik verzeker je, ik heb het publiek in de gaten gehouden: je ziet hun schouders helemaal naar beneden komen en hun lichamen relaxen. De film speelt met rustpauzes als deze: 'Oké, hier zijn we, het gaat goed, we hebben het volbracht; we hebben de raket gelanceerd, we kunnen naar huis.' Níet dus. Bigelow: Ik hoop in elk geval dat deze film geen uitzondering is. Hij zou niet bestaan als er niet een begin van een verandering was, als er niet wat openheid was gekomen. Ik hoop dat het een beetje overslaat naar andere films en filmmakers, het publiek en de critici. Dat zou mooi zijn. Zeer belangrijk voor mij was de gelegenheid om als Amerikaanse - zéker als Amerikaanse - naar onszelf te kunnen kijken door de ogen van de vijand. Ik besefte snel dat we niet zo volmaakt zijn als we soms denken. Het was echt een ontroerende en lerende ervaring. Films kunnen zoiets realiseren. Ze kunnen spektakel en entertainment brengen, maar is het niet schitterend als je dat in balans kunt brengen met een bewustzijn? Film is ook een groots medium van communicatie en bewustwording en het potentieel is enorm. Bigelow: Als dat zo is, zou het een mooi compliment zijn, niet? Ik sta er natuurlijk te dicht bij om het te kunnen beoordelen, maar ik zou in elk geval gevleid zijn als ik al kon denken dat het inderdaad dat is wat ik probeer te doen. Mijn motivatie hangt samen met het verhaal en het personage en de wil om daar zo hard in te geloven dat alles er rond gaat verbleken. Waarna het verlangen ontstaat om het in een film om te zetten en op het scherm te realiseren. Ooit zat ik aan tafel met Joan Didion, die net haar boek Salvador af had. Ik vroeg haar: 'Hoe schrijf jij boeken, wat is jouw methode?' Ze antwoordde: 'Ik begin met een vraag waarvan ik geen flauw benul heb wat het antwoord zou kunnen zijn. Als ik het antwoord wist, zou ik het boek niet schrijven.' Dat was vijftien jaar geleden, maar ik denk er nog vaak aan terug. Tegen de tijd dat ze aan het einde van haar boek komt, zegt Didion, heeft ze in elk geval al enig benul van het antwoord. Ik besefte dat films maken, althans voor mij, iets gelijkaardigs is. Het is een proces, een reis om die dingen uit te vissen waarover je je vragen stelde. Als ik de antwoorden al wist, zou ik het niet doen. 'We moeten ons afvragen wat de Koude Oorlog ons heeft bijgebracht. We kunnen de wereld tien keer vernietigen, maar mogen we daar trots op zijn? Stel dat iedereen samen had gewerkt rond het milieu, waar zouden we dan nu staan?'