Een houten woonwagen aan de rand van een bos. Jonas Van Geel nipt aan een blik bier, Jef Hoogmartens lurkt van een waterpijp. Ze spelen Tim Delvo en Maarten Compernolle, in Amateurs. Die serie schreven ze, samen met Steve Aernouts, als een vrolijke, absurde ode aan de amateurs die we uiteindelijk allemaal zijn, hoe hard we ook roepen dat het tegendeel waar is. Dat we voor alles zeer professioneel zijn!
...

Een houten woonwagen aan de rand van een bos. Jonas Van Geel nipt aan een blik bier, Jef Hoogmartens lurkt van een waterpijp. Ze spelen Tim Delvo en Maarten Compernolle, in Amateurs. Die serie schreven ze, samen met Steve Aernouts, als een vrolijke, absurde ode aan de amateurs die we uiteindelijk allemaal zijn, hoe hard we ook roepen dat het tegendeel waar is. Dat we voor alles zeer professioneel zijn! Ik stel me voor dat ze de serie zo geschreven hebben: leuterend en zeverend in een houten woonwagen aan de rand van een bos, graaiend in de ton van pompeuze uitspraken die ze als beginnende acteurs over zich heen kregen van mensen die het gezien hadden en die het konden weten. Over de hoogte van de kunst, het belang van de stilte en de diepte van de hedendaagse cultuur. Lichtjes geamuseerd en niet vies van eerder flauwe grappen en grollen brengen ze de mens in beeld die zichzelf zo hard opblaast dat hij uiteindelijk hulpeloos spartelend naar adem hapt. Het verhaal is eenvoudig en zo oud als de gemiddelde Griekse tragedie. Hart en ziel van het plaatselijke amateurgezelschap, Jan Delvo - een heerlijke Marc Van Eeghem - is een man die barst van de goede bedoelingen. Met alles en iedereen heeft Jan het beste voor. Met de leden van zijn amateurgezelschap, die samen acteren omdat dat nu eenmaal is wat ze al zo lang doen, met zijn vrouw, die de hardnekkige verveling uit haar leven probeert te mediteren, en met zijn twee zonen, die zelden een glimp van genialiteit of van ambitie tonen. Jan is een gelukkig man. Hij houdt van Bob Dylan en hij mijdt lastige vragen. De grenzen van zijn dromen vallen netjes samen met de grenzen van de knusse gemeente in het groen waar hij in een onopvallend nieuwbouwhuis woont, zijn verlangens zijn even getrimd als de meeste hagen in de buurt. Maar dan paradeert de professionele acteur-regisseur-scenarist het leven van Delvo binnen. De man die het gemaakt heeft, staat tegenover de man die niet verder raakte dan het dorp waar hij geboren is. Stanny Krets - gespeeld door Stany Crets - neemt voor een jaar de regie over. Om het Koninklijk Landjuweel, de Oscar der amateurs, te winnen. Delvo wordt langzaam gedeporteerd naar het randgebied van zijn eigen bestaan, van man-op-zijn-plaats wordt hij de misplaatste man. Naast Stany als Stanny houden Van Geel, Hoogmartens en Aernouts wel van verder totaal onschuldige metabespiegelingen. Postbode Patje - gespeeld door Ludo Hoogmartens, vader van - houdt er een voltijdse hobby als semiprofessionele figurant op na en zo worden er scènes uit Thuis en Daens in Amateurs gesmokkeld. Diep gaat het allemaal niet: Amateurs strooit vooral gretig met vrolijke knipogen. De serie zet de mens in zijn onderbroek, maar kleedt hem wel liefdevol uit en plooit de kleren keurig op. Met Frank Van Passel als regisseur is het ook een serie met de blik in de achteruitkijkspiegel. Het geel van de zon lijkt wat voller in het Pajottenland waarin de reeks zich afspeelt, de stoelen in de theaterzaal zijn niet voor niets hel oranje. Amateurs toont het dorpsleven zoals dat enkel nog van 9 tot 5 in Bokrijk bestaat, waar mensen elkaar kennen, waar iedereen onbekommerd de auto neemt, waar nieuwkomers netjes hun voeten vegen en waar we graag naar kijken als het paradijs dat we verloren toen we de appelen van de lokale kruidenier inruilden voor de goedkopere exemplaren en de andere dumpingprijzen uit het grootwarenhuis op de steenweg. Je bent amateur, of je bent het niet. **** maandag 21.10, VTM DOOR TINE HENSNIET VIES VAN EERDER FLAUWE GRAPPEN EN GROLLEN BRENGT AMATEURS DE MENS IN BEELD DIE ZICHZELF ZO HARD OPBLAAST DAT HIJ UITEINDELIJK HULPELOOS SPARTELEND NAAR ADEM HAPT.