Eerst die groepsnaam dan maar. 'Die hebben we uit een ongepubliceerd kinderverhaal van een vriend van mij in Portland', vertelt zanger-gitarist Kip Berman. 'Ik viel meteen voor het simpele sentiment dat eruit spreekt: samen met je vrienden groot worden, met dezelfde vragen kampen, de wijde wereld intrekken, en zo een band voor het leven smeden.'
...

Eerst die groepsnaam dan maar. 'Die hebben we uit een ongepubliceerd kinderverhaal van een vriend van mij in Portland', vertelt zanger-gitarist Kip Berman. 'Ik viel meteen voor het simpele sentiment dat eruit spreekt: samen met je vrienden groot worden, met dezelfde vragen kampen, de wijde wereld intrekken, en zo een band voor het leven smeden.' Klinkt als de baseline van de film Stand By Me, maar dan zonder het kinderlijkje. Berman (31) lacht niet voor het laatst zijn mekkerende lach. Het showroommodel van de nerd is hij: geboetseerd naar een rietstengel, met een slome pas en nasaal gekwetter. Deze jongeman moet aangeschoten wild zijn geweest in de jungle genaamd high school. Tenminste, dat nemen we aan omdat Berman op de twee langspelers en evenveel ep's van The Pains Of Being Pure At Heart de naargeestigheid van het opgroeien bezingt, de speurtocht naar een thuis buitenshuis, en hoezeer dat zenuwslopende peilen naar liefde en vriendschap je op latere leeftijd bijblijft. Kip Berman: Je bedoelt: 'De ooit genadeloos gepeste losers die later getormenteerde artiesten worden?' Haha, dat zijn en waren we inderdaad niet. Ik zat op een kleine katholieke jongensschool in Philadelphia. De populairste van de klas was ik allerminst, maar een outsider ook weer niet. Net als elke adolescent worstelde ik met vragen over identiteit, in de blinde overtuiging dat ik de énige was. Tot je gaandeweg beseft: oh, Thom Yorke zong ook voor jóú. ( Lacht) Eigenlijk is dat idee van wie je bent en waar je thuishoort een rode draad door ons oeuvre. Berman: Eerst Strange, Our Dreams Are Coming True. Maar aangezien het woord ' dreams' al twee keer in een songtitel voorkwam, viel die af. Daarna leek het Everything's Cool In America te gaan worden. Alleen hadden we geen zin om anderhalf jaar lang de vraag 'Is Amerika vandaag écht zo cool?' te moeten beantwoorden. Berman: Tja, noem me een egoïst, maar het is niet omdat de wereld naar de vaantjes gaat dat ik het geen wondermooie plek mag vinden. Zeker niet wanneer ik bij valavond mijn straat uitwandel, op weg naar vrienden of een concertzaaltje in de buurt. Maar goed, die titel zou wellicht verkeerd de indruk hebben gewekt dat we de problemen van vandaag fluitend de rug toekeren. Het was nochtans een mooie verwijzing geweest naar onze gouden jeugdjaren, de vroege nineties. De Koude Oorlog was definitief achter de rug, naties groeiden naar elkaar toe, alles leek goed te komen. En vooral: de alternatieve rock bloeide, met Nirvana, Smashing Pumpkins, Sonic Youth en Pixies. Een heel optimistische tijd. Berman: Wil je de poëtische versie? Luister dan naar The Suburbs van Arcade Fire, mooier zal ik het nooit kunnen verwoorden. ( Lacht) Zelf doodde ik met mijn maten de tijd in die ene plek die 's avonds nog open was: een diner, waar we bodemloze koppen koffie naar binnen zwolgen, oeverloos over bands, anarchie en meisjes praatten, en ons afvroegen of het ooit wel iets zou worden met dat leven. Berman: Néén! Eigenlijk deden we best wel veel: hardcoreshows meepikken, bij vrienden thuis rondhangen, heel veel naar muziek luisteren, of die ene goede platenwinkel binnenduikelen waar we indruk probeerden te maken op het coole meisje dat er werkte. Gewoon met de dingen die we kochten: Pavement, Guided By Voices, Yo La Tengo. En verder kon er altijd wel iemand de auto van zijn ma lenen. Gezellig samen rondrijden en naar tapes luisteren, nergens heengaan: hemels. Berman: Ben je gek? Natúúrlijk begonnen we er met knikkende knieën aan. Maar praat twintig minuten met hem en je realiseert je dat hij helemaal geen Bijbelse halfgod is. Hij lust geen tomaten, bijvoorbeeld. ( Lacht) En wat belangrijker is: hij heeft zich helemaal ten dienste gesteld van onze wensen, beperkingen en eigenaardigheden. Daar zaten we wat mee: dat mensen ons nu voor pro's zouden aanzien, in de zin van: oninteressant en opgeklopt. Weet je, in 2007 reden we nog met ons busje door Georgia, om elke avond voor vijf tot tien man te spelen. Pas in 2009 kregen we in New York hier en daar een voet tussen de deur. Dat heeft ons gesterkt in onze overtuiging dat we dit vooral gráág doen. Onze attitude is: zolang we maar blijven bestaan, winnen we. BELONG Nu uit bij PIAS.DOOR KURT BLONDEEL