Eerste zin Ik heb lasagne meegebracht.
...

Eerste zin Ik heb lasagne meegebracht. 'Ik zijn niet in mijn talloor, ' zegt moeder steeds vaker, en dus niet alleen wanneer haar zoon, de schrijver Ivo Victoria, met een schaal lasagne voor de deur staat. Moeder heeft alzheimer, is vaak erg verward, spreekt soms zelfs achterstevoren en lijkt niet veel langer in staat te zullen zijn om alleen te wonen. Als Ivo Victoria een boek over zijn moeder wil schrijven, moet hij daar dus niet te lang mee wachten, weet hij. Alles is oké is dat boek. Alzheimerboeken zijn stilaan een genre op zich geworden. Wat doet moeder met al dat geld dat ze wekelijks uit de automaat haalt? Is ze nog wel te vertrouwen met de kleinkinderen? Het zijn vragen die ook in Alles is oké aan bod komen, maar Ivo Victoria is een te scherpzinnig schrijver om het daarbij te laten. Vandaar dat hij in zijn boek een tweede, gefictionaliseerde verhaallijn introduceert, over het verleden van zijn moeder, over mevrouw Stevens die godsdienstlerares was. Net zoals de eerste verhaallijn over moeders gevecht tegen de dementie gaat, waarbij zij uiteindelijk zoals iedereen de duimen moet leggen, gaat ook die tweede verhaallijn over een gevecht, meer bepaald over dat tegen schooldirecteur Pauwels. De families Stevens en Pauwels liggen immers al decennialang in ruzie. Het is een verhaal dat al voor WO II startte, tijdens de oorlog op de spits werd gedreven en na de oorlog, toen vader Pauwels misschien wel door toedoen van vader Stevens opgepakt werd voor collaboratie, zijn hoogtepunt bereikte. Schooldirecteur Pauwels meent wraak te moeten nemen op mevrouw Stevens en betaalt haar daarom niet, wel een half jaar lang, wat culmineert in een van de meest geladen en knapst opgebouwde scènes die Ivo Victoria ooit heeft geschreven, over mevrouw Stevens die tijdens het schoolbal midden op de dansvloer tevergeefs haar gram probeert te halen. Alles is oké zou je kunnen lezen als Ivo Victoria's afscheid van zijn moeder, over hoe ze steeds verder wegzonk in de dementie tot ze onbereikbaar was geworden voor haar zoon, maar het is ook meer. Door de alzheimer van zijn moeder begon de schrijver meer en ander contact te hebben met haar. Enerzijds vervaagde ze, schrijft hij, maar tezelfdertijd doemde ze ook op. En hoe meer hij van haar zag, hoe meer hij van haar ging houden.