'Artists fuck groupies. According to my reputation, I fuck the artists.'
...

'Artists fuck groupies. According to my reputation, I fuck the artists.' Aan het woord is Allen Klein, de boekhouder die zowel The Beatles als The Stones naaide en, according to his reputation, ook The Verve. Veel fucking is er niet meer bij voor hem - Klein stierf in juli 2009 aan de ziekte van Alzheimer - maar bij leven en welzijn heeft hij meer dan zijn deel gehad. Ook en vooral in de overdrachtelijke zin. Nu zult u zeggen: cliënten fucken, is dat niet wat álle boekhouders doen? Jazeker, maar Allen Klein was nog dat beetje gewiekster, dat tikje sluwer, dat ietsje valser en geniepiger ook dan de gemiddelde accountant. Zijn leerschool was een New Yorks boekhoudkantoor dat in opdracht van muziekgroepen achterstallige royalty's incasseerde. Daar leerde hij in de vroege sixties Sam Cook kennen, de soulzanger voor wie hij een lucratieve platendeal onderhandelde. Lucratief voor Cooke, maar ook voor Klein: hij roomde een voor die tijd ongeziene 25 procent van Cookes inkomsten af en maakte zich via allerlei contractuele achterdeurtjes mede-eigenaar van zijn songs. Same procedure toen hem een paar jaar later het comanagerschap van The Rolling Stones in de schoot viel. Hij won hun vertrouwen door een voordelig platencontract te negotiëren, maar achter hun rug investeerde hij een voorschot op hun royalty's ten belope van 1,7 miljoen pond in een van zijn eigen bedrijfjes en werd hij de feitelijke beheerder van hun hele sixtiescatalogus. En toen moesten The Beatles nog langs zijn kassa passeren. Klein maakte hen zo'n vier miljoen dollar lichter en ging lopen met een deel van de opbrengsten van The Concert For Bangladesh, het benefietconcert dat George Harrison in 1971 organiseerde voor de slachtoffers van de burgeroorlog aldaar. En arme Sjors werd nog een tweede keer genaaid toen hij met My Sweet Lord van plagiaat beschuldigd werd. Harrison, die het nummer zou hebben afgekeken van He's So Fine van The Chiffons, moest in die zaak eigenlijk worden bijgestaan door Allen Klein, maar die kocht doodleuk het labeltje van The Chiffons en werd dus zijn feitelijke schuldeiser. Schofterig, zegt u? Dan wijzen we u graag op nog een ándere plagiaatzaak waarin monsieur Klein een onfrisse rol speelde. We schrijven 1997: Richard Ashcroft maakt Bitter Sweet Symphony en Allen Klein, op dat moment nog steeds de beheerder van een deel van de Stonescatalogus, geeft hem de toestemming om een sample uit The Last Time te gebruiken. Faire deal. Tot Bitter Sweet Symphony uitgroeit tot een intergalactische monsterhit en Allen Klein geld ruikt. Hij lapt Ashcroft een proces aan zijn broek - hij zou méér van het Stonesnummer hebben gebruikt dan afgesproken - en verwerft op die manier zélf de uitgeefrechten van Bitter Sweet Symphony. Wat de New Yorkse zakenman zo graag verweet aan de muzikanten die hem voor de rechter daagden, ging dus evengoed op voor hemzelf: 'Nobody sues a failure, they only sue a success.' VINCENT BYLOO