Alfred Hitchcock voerde in zijn films stelselmatig spionnen, saboteurs, maniakken, moordenaars, afpersers, boeven en kleptomanen ten tonele, maar zelf pakte hij graag uit met zijn rimpelloze kleinburgerlijke bestaan. Hij zag het maken van films als een nine to five-kantoorklus en wanneer hij na zijn werkuren thuis kwam, nuttigde hij rustig het avondmaal, hielp hij zijn vrouw met de vaat, las hij nog wat (uitsluitend biografieën en reisver...

Alfred Hitchcock voerde in zijn films stelselmatig spionnen, saboteurs, maniakken, moordenaars, afpersers, boeven en kleptomanen ten tonele, maar zelf pakte hij graag uit met zijn rimpelloze kleinburgerlijke bestaan. Hij zag het maken van films als een nine to five-kantoorklus en wanneer hij na zijn werkuren thuis kwam, nuttigde hij rustig het avondmaal, hielp hij zijn vrouw met de vaat, las hij nog wat (uitsluitend biografieën en reisverhalen) en installeerde hij zich voor de televisie. Om rond tienen rustig voor het kijkkastje in te dommelen. 'Daarvoor werd televisie ook gemaakt', placht Hitchcock te zeggen. Wat hem toch niet belette om in de jaren vijftig, toen zijn meeste collega's met misprijzen op het nieuwe medium neerkeken, als een van de eersten in Hollywood het potentieel van de verpletterende concurrent te onderkennen. Behalve uitvoerend producent en occasioneel regisseur, speelde Hitchcock ook gastheer van zijn eigen show Alfred Hitchcock Presents; met zijn uitzinnig zwartgallige en koddige introducties (én uitleidingen) in de vorm van kurkdroge monologen vol spot met de adverteerders, werd de 'paus van de suspense' ook een Beroemde Verschijning. Hitchcocks zeven jaar lange tv-carrière (van 1955 tot 1962) drijft voor een flink stuk op routine en ook veel verhaaltjes uit het derde seizoen, dat nu ook op schijf werd gezet, zijn alleen genietbaar dankzij hun aandoenlijke oubolligheid. Maar ook nu weer zitten er pareltjes tussen de 39 afleveringen - niet toevallig die episodes die de meester zelf regisseerde. Zo vat Lamb to the Slaughter (1958) in luttele 25 minuten de kwintessens van Hitchcocks uitzinnige gevoel voor het macabere en zijn voorkeur voor moord als een huiselijke bezigheid. De tuttige Barbara Bel Geddes (die hetzelfde jaar ook mocht opdraven als de gefrustreerde vriendin van James Stewart in Vertigo) speelt een zwangere vrouw die haar man, nadat hij haar koeltjes meedeelt dat hij de echtscheiding aanvraagt, met een diepgevroren lamsbout de schedel inslaat. Waarna ze rustig verder de maaltijd bereidt, de klomp vlees in de braadoven stopt en later opdient aan de politiedetectives. Die zich maar blijven afvragen waar het moordwapen gebleven is terwijl ze zich de vingers aflikken bij het verorberen van het enige bewijsstuk. Patrick Duynslaegher