Eerste zin Ik zou willen dat ik van de man, de eerste keer dat hij de winkel binnenkwam, alleen zijn handen had gezien; traag, bedeesd en onbeholpen, bewegend zonder veel vertrouwen, lang en nog niet gebruind, verontschuldigden ze zich voor hun ongeïnteresseerde manier...

Eerste zin Ik zou willen dat ik van de man, de eerste keer dat hij de winkel binnenkwam, alleen zijn handen had gezien; traag, bedeesd en onbeholpen, bewegend zonder veel vertrouwen, lang en nog niet gebruind, verontschuldigden ze zich voor hun ongeïnteresseerde manier van doen. Een aan tuberculose lijdende voormalige basketbalcoryfee arriveert begin jaren vijftig in een kuuroord in de Argentijnse bergen. Naast een hotelkamer huurt hij iets verderop ook een chalet. Veel komt de man niet buiten, tenzij om zijn brieven op te halen en daarbij in de lokale winkel annex café een biertje te drinken. Het is de eigenaar van die zaak die in de novelle Afscheid van de Uruguayaan Juan Carlos Onetti fungeert als verteller. Maar veel om op af te gaan heeft hij natuurlijk niet, behalve de verhalen die een verpleger en een kamermeisje met hem delen, en dan blijft de vraag in hoeverre zij op de hoogte zijn van wat er aan de hand is. In lange, beheerste en ronduit bedwelmende zinnen toont Onetti, een van de groten van de Zuid-Amerikaanse literatuur, hoe de fantasie op hol slaat wanneer de basketter het bezoek krijgt van twee vrouwen, eerst een oudere en daarna een jongere, en hoe hij met de een de hotelkamer en met de ander de chalet deelt.