Willem de Kooning Action painter

De Hollandse immigrant schilderde bij voorkeur vleselijk ofwel over 'het spul waar mensen van gemaakt zijn'. De Kooning werd bekend met de Woman-serie waarin hij de vrouw afbeeldde als femme fatale. Werd omschreven als stier - of matador - die breed schilderend de confrontatie met het noodlot wilde aangaan.
...

De Hollandse immigrant schilderde bij voorkeur vleselijk ofwel over 'het spul waar mensen van gemaakt zijn'. De Kooning werd bekend met de Woman-serie waarin hij de vrouw afbeeldde als femme fatale. Werd omschreven als stier - of matador - die breed schilderend de confrontatie met het noodlot wilde aangaan. De maker van de vibrerende kleurvlakken zocht tragiek en tijdloosheid en werd een van de belangrijkste exponenten van de Colorfield Painting. Ondanks zijn succes als kunstenaar kreeg hij zware depressies die uiteindelijk tot zelfmoord leidden. Van de Fransman werd gezegd dat hij zijn vuilnisbak leegde op het doek. Het minste van zijn zorgen, want erkenning vond hij dodelijk voor de creativiteit. Hij was geïnteresseerd in tekeningen van geesteszieken, schilderde met zand, teer en kippenstront en leverde korstige doeken af onder het motto 'alle werkelijk oorspronkelijke kunst is op het eerste gezicht lelijk'. Jackson Pollock (1912-1956), de schilder met de spetterende kwasten, wordt wel eens omschreven als de origineelste kunstenaar van Amerika, beroemd om zijn fysieke aplomb en zijn veruitwendiging van actie en contemplatie. Op zijn hoogtepunt maakte Pollock drippaintings met gegoten en gedrupte verf. Dat hield hij vol tot aan zijn fatale auto-ongeval in 1956. Hij was toen 44 en op de terugweg na een succesrijke periode. Zoals velen van zijn tijdgenoten had hij bepaald niet de reputatie van ideale schoonzoon. Hij had te kampen met depressies, was slechtgemanierd en ruw en een alcoholist van het agressieve type. 'I'm no good, I'm a phony', keelde hij wel eens tijdens een van zijn luidruchtige aanvallen van twijfel. Om vervolgens op een gedistingeerd feestje bij de culturele crème in de open haard te urineren. Met zijn houthakkersimago - norse blik, weinig spraakzaam, de sigaret onveranderlijk aan de onderlip klevend - was hij een vreemde vogel in het New Yorkse kunstwereldje. Pollocks ongeduld en onverschilligheid maakten dat hij scherp kon zijn als een mes. Maar ook met zichzelf had hij het hevig te stellen. Op zijn 26e stortte hij in door een alcoholvergiftiging. Met de schilderkunst wilde het hem evenmin lukken: zijn doeken onder invloed van Picasso en Miro zaten vol geworstel. Het verging Pollock iets beter toen hij zich op oude, Amerikaanse tradities concentreerde, en toen hij de stad inruilde voor het platteland. In het groene Long Island buiten New York kwam Pollock tot rust. Hij richtte de stal achter het huis in als studio en kwam er al snel tot een eigen stijl. Hij legde een groot doek op de grond, viel er van vier kanten tegelijk op aan en besloot te druppen en de verf los uit de pot te gieten. De penselen werden overboord gegooid en vervangen door messen en stokjes. De ware Pollockstijl zag eindelijk het licht. Critici noemden de doeken arena's waarin zich een epische strijd tussen mens en materiaal voltrok. Pollocks Action Painting werd verklaard als een kunst van confrontatie en catharsis. Een tijdlang zat het Pollock mee, maar dan keerde het tij en kwam de drank weer roet in het eten gooien. Echtgenote Lee Krasner kon de eeuwig benevelde Jackson niet meer harden. Ruth Kligman nam haar plaats in, maar voor het nieuwe elan waar Pollock op hoopte, was het wellicht te laat. In augustus sukkelde hij met zijn auto van de weg en reed tegen een boom. In Time gaf een journalist hem de bijnaam Jack The Dripper. Niet zo gek, want er wordt wel eens gefluisterd dat Pollock zijn stokjes als penis gebruikte, en dat zijn strijd met de materie een uiting was van het machokarakter waar ook andere fiftieskunstenaars op afgerekend worden. Uit bepaalde hoek klinkt tegenwoordig dat de action painters een stel zuipschuiten waren die zich met arrogante gestes naar het heldendom wilden schilderen. Of hoe de weg naar de eeuwige roem toch nog altijd geplaveid blijft met - eh - Amerikaanse feministes. Door Els Fiers