Skammen
...

Skammen 1967 Film: ****The Passion of Anna 1970 Film: **The Serpent's Egg 1977 Film: * Lumière (geen extra's) Films over het einde van de wereld zoals we die kennen, komen doorgaans in twee varianten: de stripversie, zoals onlangs nog The Book of Eli, of de minimalistische variant, zoals recent nog The Road. De moeder aller Spartaanse apocalyptische visioenen blijft Ingmar Bergmans Skammen (Schaamte). De Zweedse meester kreeg voor zijn intense psychodrama's uit de jaren 60 het verwijt te slikken dat hij enkel vervreemde mensen schilderde en zich niet inliet met de politieke en maatschappijkritische thema's van de linkse golf die toen ook veel filmmakers meesleepte. Zelfs Bergman voelde echter de drang om uiting te geven aan zijn verwarde gevoelens ten aanzien van de oorlog in Vietnam, een politiek conflict dat eind jaren 60 geen enkele intellectueel of kunstenaar onberoerd liet. Anders dan zijn Franse nouvelle-vaguecollega's die samen Loin du Vietnam (1967) regisseerden , maakte Bergman geen documentaire getuigenis over de imperialistische oorlog in Zuidoost-Azië. Integendeel, hij koos voor een speculatieve fictiefilm waarin Zweden door een denkbeeldige burgeroorlog wordt geteisterd en waarin helse beelden zoals dreigende bommenwerpers, martelingen in een schoolklasje en arbitraire terechtstellingen rechtstreeks verwijzen naar de gehate oorlog die elke avond ook de Europese huiskamer werd ingestraald. Wie nu precies tegen wie vecht en welke ideologie de strijdende partijen belijden, laat Bergman verder in het ongewisse. Hij gebruikt de burgeroorlog als een haast abstract motief: een dreigende, alomtegenwoordige achtergrond voor zijn meest desolate en wanhopige film. Skammen is ook Bergmans gaafste werk, het sterk aangrijpende drama spreekt voor zich en wordt nooit overschaduwd door charlatanachtig metafysisch of religieus gepreek. De angstige muzikant Jan (Max von Sydow), die niet langer zijn kunst beoefent, en zijn vrouw Eva (Liv Ullman) zijn wegens de burgeroorlog naar een eiland gevlucht, waar ze denken de waanzin en het geweld te kunnen ontspringen. Als de vijand ook hun schaarse paradijs binnenvalt, worden ze niet alleen als koppel vernietigd, maar moeten ook hun menselijkheid en psyche eraan geloven. De film eindigt met beelden om nooit meer te vergeten: de roeiboot waarmee Jan en Eva samen met enkele andere overlevenden vluchten, raakt op drift, zodat het verwoeste echtpaar stuurloos tussen de drijvende lijken zwalpt. Nooit wist Bergman zijn schrikbarend troosteloze levensvisie zo compact en dwingend in één beeld samen te ballen. Toch is Skammen geen deprimerende film, omdat een echt kunstwerk nooit deprimerend kan zijn - de artistieke kwaliteiten verhinderen dit. En de filmkunstenaar Bergman verkeert hier in topvorm. ` Ook in The Passion of Anna zijn strengheid, neerslachtigheid en zwartgalligheid troef. Het is een sterk allegorische meditatie, strak gecomponeerd als een vierstemmige fuga, over psychisch en fysiek geweld onder een kwartet gefolterde personages. De protagonist, Andreas Winkelman (Max von Sydow) heeft zijn vrouw verlaten en leeft teruggetrokken van de bewoonde wereld op een schaars bevolkt Baltisch eiland. Eerst heeft hij een vluchtige affaire met een buurvrouw (Bibi Andersson), die niet aan haar trekken komt bij haar zelfingenomen echtgenoot (Erland Josephson), later begint hij een relatie met een door schuldgevoelens verteerde weduwe die bij een auto-ongeval haar man en haar kind verloor. Er hangt steeds een sfeer van doem over hun geluk, wat nog wordt versterkt door de voortdurende dreiging van een ongrijpbare, niet geïdentificeerde maniak die schapen slacht en dieren martelt. En passion reikt weinig nieuwe elementen aan in het Bergmandiscours, het is een typische synthesefilm die variaties spint op vorige relatiedrama's van de regisseur. Esthetisch voegt hij er echter tenminste één element aan toe: de psychologisch verantwoorde kleurenfotografie van vaste cameraman Sven Nykvist. Minder gelukkig is het deconstructivistisch foefje om de handeling geregeld te onderbreken met setinterviews van de vier hoofdacteurs die commentaar leveren op het personage dat ze spelen. Een geforceerde brechtiaanse ingreep die alleen maar de aandacht afleidt en er niets wezenlijks aan toevoegt. Problemen met de fiscus van de Zweedse welvaartsstaat dreven Bergman in 1976 voor enkele jaren het land uit. Zijn eerste in ballingschap gedraaide film maakte hij voor rekening van Dino De Laurentiis in de Bavariastudio in München. De film speelt zich af in de vroege jaren 20 van de vorige eeuw, tijdens de somberste crisis van het door de nederlaag van de Eerste Wereldoorlog vernederde en economisch totaal ontwrichte Duitsland. We zijn getuige van de lange aftakeling van Abel Rosenberg (David Carradine), een Amerikaanse Jood die aan de kost komt als circusacrobaat. Na de mysterieuze zelfmoord van zijn broer neemt hij contact op met zijn schoonzus (Liv Ullman), die de attractie is van een schunnig derderangscabaret . Samen ontrafelen ze een vreselijk complot dat de voorbode is van de gruwelen van het Hitlerbewind. Wat Bergman hier opdient, is opgewarmde kost uit eigen films, versierd en gekruid met toespelingen op het Duitse expressionisme. Dit dan vooral in de figuur van dokter Vergerus, een diabolische wetenschapper in de traditie van Mabuse en Caligari. De weinig subtiele schok-effecten botsen met de pseudodiepzinnige alibi's van Bergmans horrorvisie op de ontaarde maatschappelijke chaos die het nazisme baarde. The Serpent's Egg gaat ten onder aan zijn overdaad. Bergman behoeft geen dure studiodecors, groot budget, historische reconstructie, buitenlandse acteurs, zoomlenzen of Grand Guignoleffecten. Hij is op zijn best als hij kale films maakt, zoals Skammen. Twee mensen op een eiland: meer heeft hij niet nodig. Win 5 Ingmar Bergman-boxen en 10 double disc- dvd's en 5 Blu-rays van De helaasheid der dingen. Zie pagina 6. Trakteert op KNACKFOCUS .BE Patrick Duynslaegher