2006 Beaufort

PMMK, ROMESTRAAT IN OOSTENDE EN OP LOCATIE IN 10 KUSTGEMEENTEN

TOT 1 OKTOBER. WWW.2006BEAUFORT.BE

Goed geprobeerd maar te toeristisch, klonk het drie jaar geleden over de eerste Beaufort. De mannetjes van Antony Gormley stonden toen in de branding, kinderen gebruikten de bronzen zeeschildpad van Jan Fabre als klimrek en Wim Delvoye presenteerde een gotische kraanwagen die ondertussen onder een laag roest zit. Maar het mocht niet zijn, een lading curieuze fotopanelen en een overdosis recreatiekunst gooiden in 2003 roet in het eten. Intussen klonk het schot voor een tweede Beaufort en wat opvalt: aan deze editie is grondig gesleuteld. Hoewel de installaties nog altijd attracties zijn, werden ze logischer geplaatst en zorgvuldiger uit de doeken gedaan. Daardoor komt het grootscheepse kustevenement consequenter en iets serener voor de dag, en valt de toeristische bombarie minder zwaar op de maag. Per kustgemeente tref je minder maar zeewaardiger in-stallaties, en tegenover de panelen van de eerste editie staan schilderijen die veilig weggeborgen zitten in kerken en kapellen. Groot tot reusachtig is over het algemeen de norm, naast inhoudelijk niet te gecompliceerd en thematisch zo veel mogelijk gelinkt aan de zee. De spektakelwaarde loopt vrij hoog op, maar rekening houdend met wat Beaufort is - een familieverpakking kunst aan de kust - blijft het recreatieve aspect nog redelijk binnen de perken. In Oostende kun je terecht voor de strategisch opgestelde Maman van Louise Bourgeois. De huizenhoge spin staat in het werk van Bourgeois symbool voor de moeder. Aan de ter Duinenkerk werd het metalen gevaarte boven het graf van Ensor geparkeerd: een tikje luguber maar sculpturaal gezien past het, alsof het daar altijd al stond. In Middelkerke kruipen twee polyesterbaby's tegen de dijk op (David Cerny), en vind je Kamagurka met zijn hyperkinetische stripschilderij Job. De Kabakovs versierden het strand van Nieuwpoort met een in het zand stekend hemelpaneel, en in De Panne lopen dit keer geen mannetjes maar houten olifanten naar de zee (Andries Botha). Vergeleken bij de wat geforceerde eersteling is deze Beaufort goed gestoffeerd en merkbaar beter geproportioneerd, al vallen toch een paar bedenkingen te noteren. Zo is Dirk Frimout die de zee dirigeert (Jan Fabre) een sequel die je nauwelijks nog serieus kunt nemen. Na de Man die de Wolken Meet dient Fabre de Belgische astronaut op als een zeemzoeterige action figure voor kleine jongens. Ook de tentoonstelling Inside (in het PMMK) maakt door een te grote diversiteit een verbrokkelde en gedateerde indruk. Weliswaar houden de schilderijen van Magritte, bijgestaan door de Bom Boys van Jane Alexander en nog een handvol andere bijdragen het schip op de golven, maar voor het echte werk moet je toch buiten zijn. Al ligt ook dat niet voor de hand. Je kunt twee dagen rondrijden met een speciale bus, vijftien keer opnieuw parkeren of iets triatlonachtigs op touw zetten met fietsen en trams, maar in werkelijkheid is per ongeluk tegen een installatie aanlopen zowat de enige haalbare optie.

Els Fiers