STRIPS JANUARI : Brecht Vandenbroucke

Eind 2013 zal de naam Brecht Vandenbroucke klinken als een forse beiaard. Daar speculeren toch steeds meer bookmakers op. Hoewel het 26-jarige talent nog geen boek uitgebracht heeft, stelde hij het afgelopen jaar tentoon in Den Haag en Helsinki en sierden zijn illustraties The New York Times. Eind januari verschijnt eindelijk White Cube, een woordeloze humorstrip in acrylverf. Een identieke kale tweeling reageert in elk kortverhaaltje op een kunstenaar of een kunstwerk. Vandenbroucke onderscheidt zich wereldwijd van de concurrentie; White Cube moet dus het begin worden van een internationale zegetocht in het zog van Olivier Schrauwen, Judith Vanistendael of Vandenbrouckes boezemvriend Brecht Evens. Die laatste mag eind januari in Angoulême een eigen expo vullen en profiteerde van de gelegenheid om 'rosse Brecht' een entree door de grote poort aan te bieden. In La boîte à Gand, een tentoonstelling die officieel deel uitmaakt van het grootste Europese stripfestival, exposeert Evens Vandenbrouckes werk samen met dat van drie andere klasgenoten aan het Gentse Sint-Lucas. En wie is de enige van de bende die in Angoulême een nieuwe strip zal kunnen presenteren? Juist, ja. A la bonne heure!
...

Eind 2013 zal de naam Brecht Vandenbroucke klinken als een forse beiaard. Daar speculeren toch steeds meer bookmakers op. Hoewel het 26-jarige talent nog geen boek uitgebracht heeft, stelde hij het afgelopen jaar tentoon in Den Haag en Helsinki en sierden zijn illustraties The New York Times. Eind januari verschijnt eindelijk White Cube, een woordeloze humorstrip in acrylverf. Een identieke kale tweeling reageert in elk kortverhaaltje op een kunstenaar of een kunstwerk. Vandenbroucke onderscheidt zich wereldwijd van de concurrentie; White Cube moet dus het begin worden van een internationale zegetocht in het zog van Olivier Schrauwen, Judith Vanistendael of Vandenbrouckes boezemvriend Brecht Evens. Die laatste mag eind januari in Angoulême een eigen expo vullen en profiteerde van de gelegenheid om 'rosse Brecht' een entree door de grote poort aan te bieden. In La boîte à Gand, een tentoonstelling die officieel deel uitmaakt van het grootste Europese stripfestival, exposeert Evens Vandenbrouckes werk samen met dat van drie andere klasgenoten aan het Gentse Sint-Lucas. En wie is de enige van de bende die in Angoulême een nieuwe strip zal kunnen presenteren? Juist, ja. A la bonne heure! WOI begon pas in 1914, maar reken maar dat u dit jaar al aan de 100e verjaardag van de Groote Oorlog herinnerd zult worden. Op één begint binnenkort Ten oorlog, een documentaire reisreeks van Arnout Hauben over het leven in de loopgraven van toen. Hauben kent u ongetwijfeld nog als de Man bijt hond-reporter die te voet naar bedevaartsoord Compostela trok en onderweg treffende ontmoetingen met toevallige passanten registreerde. Het bescheiden rubriekje leidde uiteindelijk tot het gewaardeerd reportageprogramma De weg naar Compostela. Voor Ten oorlog legt Hauben een nieuwe route af: die van het oorlogsfront van 1914-'18, dat zich uitstrekte van Nieuwpoort door Frankrijk, Zwitserland, Italië, Slovenië, Albanië, Macedonië en Griekenland tot aan de slagvelden van Gallipoli in Turkije. Deze keer reist hij niet alleen, maar krijgt hij het gezelschap van cameraman Mikhael Cops, verantwoordelijk voor onder meer De school van Lukaku, en Jonas Van Thielen, de acteur met de filmrubriek bij De laatste show - nog twee tv-makers die Woestijnvis vaarwel zegden om bij de VRT te blijven. Van Thielen zal onderweg oude dagboekfragmenten, krantenberichten en oorlogsbrieven voorlezen om de herinnering aan het oorlogsleed levendig te houden. Het gebeurt uitermate zelden dat een auteur al op zo'n jonge leeftijd Nobelprijsfähig is, maar de 38-jarige Zeh heeft alles in huis om over pakweg dertig jaar een glorieus tripje richting Zweden te maken. In haar filosofische romans schuwt de Duitse schrijfster geen enkel maatschappelijk en ethisch probleem, en als onze grondrechten echt in gevaar komen, draait ze haar hand niet om voor een vlijmscherp essay. Zo verpakte ze in Vrije val het dilemma van vrije wil in een spannende politiethriller, waarschuwde ze in Corpus delicti voor de nakende gezondheidsterreur en hekelde ze samen met Ilija Trojanow de flagrante schendingen van onze privégegevens onder het mom van terrorismebestrijding - het essay Aanslag op de vrijheid uit 2010 is nog steeds schrikbarend relevant. Klinkt allemaal pamflettair, maar Zeh weet kundig de valkuilen van symboolpersonages en drammerigheid te vermijden, en met haar adembenemend zwierige stijl maakt ze van elke zin een streling voor het oog. In Nultijd wordt een driehoeksverhouding onder water uitgevochten (nultijd is een duikterm), maar Zeh kennende, zal er véél meer op het spel staan dan wat amoureuze geometrie. Nultijd verschijnt halverwege maart. Zelden zo naar de lente verlangd. Je hebt artiesten die zuinig zijn met releases, en je hebt Jai Paul. Zelfs zijn platenfirma XL Recordings durft de hand niet in het vuur te steken voor de jonge twintiger uit Londen. 'Niemand weet waar hij mee bezig is, laat staan wanneer er iets verschijnt', aldus de Belgische XL-afgevaardigde. En toch. Noem het buikgevoel, noem het een dwaze gok, maar in 2013 zetten wij ons geld op Jai Paul. We zouden niet de eersten zijn om de zanger-producer prematuur een glansjaar toe te dichten: eind 2010 belande Jai al op de shortlist van BBC's Sound of 2011-poll, en dat op basis van één, via MySpace verspreide, demo. U leest het goed: één demo, getiteld BTSTU. Pas in april 2011 verscheen de officiële versie, maar toen had Paul al lang de harten der bloggers veroverd met zijn pijnlijk fragiele falsetstem en minimale, overstuurde beats. Uiteindelijk duurde het nipt geen jaar, tot maart 2012, voor Paul met een opvolger op de proppen kwam: Jasmine, opnieuw een veredeld probeersel, met opnieuw die geschaafde falset in de hoofdrol, naast weggemoffelde beats en een bluesy gitaarloopje. Goed voor de tweede stek in onze eigen singlestop 50. Twee singles in twee jaar tijd dus, tot eind november Flip Out uitlekte, een derde Jai Paul-track, waarvan op het internet inmiddels bijna elk spoor weer verdwenen is. Inclusief zijn gastoptreden op Big Boi's Vicious Lies and Dangerous Rumours heeft hij dus zijn output verdriedubbeld ten opzichte van 2011. Een teken aan de wand, als je het ons vraagt. 'I am the one who knocks.' Die quote van Walter White uit het vierde seizoen van Breaking Bad is in de VS ondertussen een populair opschrift op T-shirts geworden. De scène waarin hij de zin uitspreekt tegen zijn doodsbange vrouw is dan ook een kantelmoment in de serie. Voorgoed weg is de duffige, grijze chemieleraar die noodgedwongen, om geld te verdienen, crystal meth begon te maken, in zijn plaats komt het alter ego Heisenberg, de kille, gewetenloze drugsdealer die tot alles in staat is om zijn vel te redden. De transformatie van brave huisvader naar harde crimineel - van 'Mr. Chips naar Scarface', zoals bedenker Vince Gilligan het bij de start van Breaking Bad omschreef - is daarmee zo goed als rond. Nu wacht de schrijvers een nog moeilijker taak: een passend einde breien aan de beste en meest baanbrekende tv-serie van de laatste jaren. Het vijfde en laatste seizoen werd in twee gesplitst: de eerste helft is afgelopen zomer in de VS uitgezonden (en komt dit voorjaar bij ons op Prime), de laatste acht afleveringen volgen vanaf juli. Een summer of love zit er dit jaar dus niet echt in. (Voor wie nog een en ander in te halen heeft: het derde seizoen van Breaking Bad gaat begin februari van start op Canvas en bij de Nederlandse VPRO.) Hoewel ze zeker niet het eerste belangrijke vrouwelijke hoofdpersonage in de gamegeschiedenis is - die eer gaat naar Ms. Pac-Man, uit 1981 - blijft Lara Croft een icoon om u tegen te zeggen. Met haar strakke shortje, nauw aansluitend topje en over-dreven geaccentueerde boezem hielp deze hupse avontuurlijke archeologe in 1996 heel wat jonge gamers door hun puberteit. Angelina Jolie bracht haar naar de bioscoopzalen (over de belabberde kwaliteit van de Tomb Raider-films zullen we niet uitweiden) en er kwam een berg lucratieve merchandising. Toch bleef ze als personage nooit meer dan een door mannelijke ontwerpers bedachte natte droom, het valse ideaalbeeld van een vrouw die niet bestaat. In maart komt er een einde aan die inmiddels zeventien jaar oude illusie. Tomb Raider krijgt een volledige reboot, waarbij niet alleen het grafische en technische gedeelte van nul heropgebouwd worden, maar ook Lara zelf. Anno 2013 is Lara Croft realistischer, menselijker en emotioneler dan ooit tevoren. Ze is eindelijk een écht personage van vlees en bloed door wie ook vrouwelijke spelers zich aangesproken voelen - wij werden bij onze eerste kennismaking alvast compleet lam geslagen. Ziet eruit als een koorknaap, maar speelt als een mofo? Dat kan alleen de Gentse drummer Lander Gyselinck zijn. We moeten hem gaan zoeken in een paar dozijn groepen en projecten, van het trio van pianist Kris Defoort tot zijn eigen door hiphop en beats geïnspireerde Stuff en het jonge LABtrio. Gyselinck wordt onder lofbetuigingen en prijzen bedolven. Afgelopen jaar zette hij nog de Sabamprijs voor jong talent bij op de kast. Wordt 2013 zijn jaar? 'Voorlopig zit ik nog even in New York', zegt hij zelf. 'Ik check heel veel concerten, en ontmoet talloze muzikanten. Uiteindelijk hoop ik hier een nieuwe band op te kunnen starten. Iets met twee saxen, bas en drums lijkt me wel wat. Maar tot nog toe is de grootste uitdaging mensen te vinden die daarin tijd en energie willen steken. Want in New York is prioriteit nummer één geld verdienen... Ik voel me hier soms eenzaam met mijn muzikale fantasieën. Wie ik nog het meeste mis, is een creatieve geest als pianist Fulco Ottervanger (van De Beren Gieren, nvdr.). Hopelijk kunnen we gauw met ons duo BeraadGeslagen weer gaan beraadslagen.' In april wordt Gyselinck artist in residence van het Storm-festival in Oostende en in het najaar gaat hij met Stuff de La Chapelle-studio's in voor nieuwe opnames. 'Ook van LABtrio staat er een nieuwe plaat aan te komen. Ik ben heel blij met het ruwe materiaal en trots op de evolutie die we samen hebben doorgemaakt. Met het Kris Defoort Trio werken we dan weer vanaf juni aan de Franstalige versie van An Old Monk, de fantastische theatervoorstelling van en met Josse De Pauw. Daarin kan ieder van ons zo vrij zijn als hij maar wil. Zo heb ik het graag.' Met bordkartonnen bijrollen in Zot van A., Groenten uit Balen en Weekend aan zee als enige wapenfeiten kun je bezwaarlijk stellen dat de filmcarrière van Matteo Simoni inmiddels veel voorstelt. Tenzij je on screen Veerle Baetens binnendoen als een tour de force beschouwt. De fotogenieke Italo-Belg is dan ook nog altijd maar 25. Wie weet brengt Stijn Coninx' Marina daar dit jaar wel met de klap verandering in. Simoni, die met FC Bergman zijn strepen in het theater verdiende en de voorbije jaren af en toe in tv-series opdook, kruipt daarin in de getaande huid van de jonge Rocco Granata. De film begint in diens geboortedorp in Calabrië, toont vervolgens hoe hij in de jaren vijftig met zijn arbeidersfamilie in het grauwe Limburg belandt en eindigt met diens deuntje Marina, waarmee de immer vrolijke mijnwerkerszoon op zijn achttiende meteen een wereldhit scoort. Nu maar duimen voor Simoni dat deze biopic, die dit najaar in de bioscoop wordt verwacht, beter wordt dan Coninx' truttige bidprentje over zingende non Soeur Sourire, al heeft hij met Evelien Bosmans als tegenspeelster en Granata's eeuwige optimisme als voorbeeld alvast niks te klagen. Oh no no no no no. De titel van Ilja Leonard Pfeijffers vuistdikke verzamelde gedichten, De man van vele manieren,vat zijn carrière perfect samen: de Nederlandse veelschrijver is van zowat alle literaire markten thuis. Classicus van opleiding (wat hem ertoe noopte de Griekse mythen te hervertellen), begenadigd dichter, gevreesd columnist, maar ook een speelse essayist die met verbijsterend gemak een boompje opzet over Second Life (toen daar nog iemand rondhing) of tips en tricks uitdeelt aan aspirant-auteurs die een beroemd schrijver willen worden. Bovenal is Pfeijffer een vernieuwende romancier. Zijn Het ware leven, een roman behoort tot de beste boeken die het afgelopen decennium in de Lage Landen zijn verschenen. Dat het onbekroond is, blijft een raadsel. Maar misschien wordt die schandvlek uitgewist met zijn eerste roman in zes jaar tijd, La Superba, een kloeke ode aan Genua, waar Pfeijffer al enige jaren woont. Ver heeft hij het dus niet gezocht, en de eerste van zijn terrastafel geroofde fragmenten beloven opnieuw een intelligent spel tussen feit en fictie, en een taalgebruik dat los uit de geniale pols alle mogelijke registers bespeelt. Gelukkig is februari een korte maand, want aan het einde daarvan ligt La Superba in de winkelrekken. In 2012 viel er van Leonardo DiCaprio niet veel te bespeuren, al was het maar omdat zijn angelieke snoetje in J. Edgar (waarin hij de beruchte FBI-baas J. Edgar Hoover incarneerde) vakkundig was weggemoffeld onder een dikke laag make-up. Dit jaar is DiCaprio - 38 inmiddels - weer in volle glorie te bewonderen in twee topproducties, en als zijn mentor Martin Scorsese zich een beetje rept met het monteren van zijn corporate crime dramaThe Wolf of Wall Street zelfs in drie. Het DiCaprio-jaar opent op 16 januari met Quentin Tarantino's Django Unchained, een spaghettiwesternpastiche waarin hij zich de cowboyhoed en sadistische grijns aanmeet van een meedogenloze plantage-eigenaar en slavendrijver uit Mississippi. In mei is het uitkijken naar Baz Luhrmanns succulente adaptatie van F. Scott Fitzgeralds The Great Gatsby. Die was oorspronkelijk al voorzien voor december, maar werd met een half jaar uitgesteld wegens 'productieproblemen' en wordt sindsdien in Cannes verwacht. Het geeft Moulin Rouge-maestro Luhrmann alvast de tijd om DiCaprio nog chiquere kostuums aan te meten en blitser in beeld te borstelen als Jay Gatsby, de steenrijke, mysterieuze oorlogsveteraan die zich tijdens de roaring twenties en de drooglegging verliest in privémuizenissen en decadente jetsetfeestjes. Let's get this Leo-party started! Kreeg u ook de kriebels van de misplaatste chauvinistische trots omtrent Gotye? Geef ons maar globaal succes van een échte Belg, weliswaar wereldburger met Amerikaanse vader maar tenminste geboren én getogen in Gent. Wie anders dan Trixie Whitley zal ons dit jaar doen glimmen van vaderlandse trots? Met twee ep's, de opvallend modieuze clip voor A Thousand Thieves en verschillende, op verdiende jubelrecensies onthaalde festivalpassages in ons land was 2012 alvast een ideale aanloop naar wat komen zal. Dat is in de eerste plaats Fourth Corner, Trixies langverwachte debuut, dat op 11 februari verschijnt. De poulain van Daniel Lanois werkte daarvoor samen met producer Thomas Bartlett, zelf een begenadigd muzikant die meespeelde op platen van The National, Antony & The Johnsons en Rufus Wainwright. En nu we toch met klinkende namen strooien: zowel Robert Plant als Marianne Faithfull konden het oertalent van Whitley al appreciëren, en op de Fleetwood Mac-tributeplaat Just Tell Me That You Want Me stond ze tussen kleppers als MGMT, Lykke Li en The Kills. En toch wordt het een debuut zonder extra ronkende namen op de tracklist, beloofde de verwekster. Tenzij eentje: die van Trixie Whitley zelf. Hou komende zomer die hoofdtabel van Werchter maar in de gaten. 1997. De Londense Royal Academy opent met de ophefmakende tentoonstelling Sensation, die een hele rist jonge kunstenaars op de kaart zet. Een van hen is Ron Mueck. De op dat moment 39-jarige Britse Australiër pakt uit met een hyperrealistische voorstelling van zijn overleden vader. Dead Dad ligt spiernaakt op een lage, witte sokkel. Het onmogelijk echt ogende lichaam is een stuk kleiner dan een mens van vlees en bloed, maar verder vallen er nauwelijks verschillen te noteren. Een paar jaar later piekt Mueck nog een keer op de Biënnale van Venetië. Hij zet er een reusachtige jongen neer: Boy, vijf meter hoog en meer dan vijfhonderd kilo glasvezel, hars en siliconen. Het werk is een aardbeving. Mueck, ooit begonnen als poppenmaker, onder meer in de Muppets Workshop, verstaat de kunst te ontroeren. Met reusachtige pasgeboren baby's, misnoegde zwaarlijvigen, zieke oudjes en andere schoonheden die het nooit tot in glanzende magazines schoppen. Een paar maanden geleden deed hij een gepluimde kip zo groot als een mens uit de doeken. Still Life hing met bloot kippenvel en iele vleugeltjes ondersteboven in een deftige Londense galerie. In de lente wordt Ron Mueck verwacht bij Fondation Cartier in Parijs. Benieuwd met wat voor hyperrealistische pronkjuwelen hij nu weer voor de dag komt. 'Mijn rolluiken zijn nooit helemaal naar beneden zodat ik door het spleetje naar mensen kan loeren die denken dat ze alleen zijn', verklapt Femke Heijens. De leading lady van punktheatercollectief Eisbär put inspiratie uit het dagelijkse leven. Haar stukken zijn rockconcert, maatschappijkritische satire, beeldende kunst, dj-set, comedy, rauw reality theatre, tragedie, slapstick en performance in één. Met It's All about Me, Me, Me Get F*cking Used to It (2012) nam Eisbär de eenzaamheid van Hollywooddiva's onder de loep. Het stuk beroerde alle zintuigen - de zaal baadde in rook, geurde naar Pritt en zinderde van de gitaarriffs - maar klonk én oogde even herkenbaar als futuristisch. Dit jaar brengt het gezelschap Behind the Jolly Roll-Down Shutter, Where People Lik(e) Eachother, over onze drang tot zelfprofilering. Buni Lenski, Hannes D'Hoine (beiden onder meer van DAAU) en Dez Mona-frontman Gregory Frateur zijn de muzikale maestro's van dienst. 'We zoeken naar esthetiek maar laten ook chaos, mislukking en tederheid toe. De technicus, de muzikant, de acteurs: iedereen vertelt verhalen, vertrekkend vanuit het concept dat ik aanreik. En zo, al vertellend, jammend, improviserend en dwalend door (fotografie)boeken en langs YouTube-filmpjes groeit het stuk.' Heijens zou weleens de moeder van het toekomstige theater kunnen zijn: sensueel, tactiel, integer en als een langgerekte muzikale trip. GERT MEESTERS; HANS VAN GOETHEM; RODERIK SIX; JONAS BOEL; STEFAAN WERBROUCK; DIMITRI DEWEVER; FREDERIK GOOSSENS; DAVE MESTDACH; RODERIK SIX; DAVE MESTDACH; JONAS BOEL; ELS FIERS; ELS VAN STEENBERGHE