Ik schrijf niet zo vaak over beeldende kunst. Meestal weet ik ook niet zo goed wat ik ermee moet. In dit blad lees ik weliswaar Jan Braet en op mijn boekenplank ligt een stapeltje bundels die mij allemaal een inleiding beloven op de beeldende kunsten - grotendeels ongelezen. Toen ik in Brussel naar Rik Wouters ging kijken, moest ik dus mijn best doen om de aandacht erbij te houden. De man kan schilderen, en beeldhouwen ook, maar het is niet hard gelogen dat ik me het meeste amuseerde met de soms la...

Ik schrijf niet zo vaak over beeldende kunst. Meestal weet ik ook niet zo goed wat ik ermee moet. In dit blad lees ik weliswaar Jan Braet en op mijn boekenplank ligt een stapeltje bundels die mij allemaal een inleiding beloven op de beeldende kunsten - grotendeels ongelezen. Toen ik in Brussel naar Rik Wouters ging kijken, moest ik dus mijn best doen om de aandacht erbij te houden. De man kan schilderen, en beeldhouwen ook, maar het is niet hard gelogen dat ik me het meeste amuseerde met de soms lachwekkende titels die zijn schilderijen - vermoedelijk pas achteraf - hebben gekregen. Het overkomt me wel vaker in musea. In deze 450 woorden ga ik geen robbertje uitvechten met het legertje kunstcritici die lange essays en dure catalogussen volschrijven. Nee, het ligt uiteraard aan mij. Nog veel meer dan ik dacht. Daar kwam ik vorige week achter toen Koen Fillet - een radiomaker met een benijdenswaardige interviewstijl - in Humo vertelde over zijn prille kunstenaarscarrière en zijn eerste tentoonstelling. Vijf jaar geleden begon hij te schilderen, als tegengif voor het meningencircus dat de journalistiek vandaag toch is - u weet wel. Yves Desmet, de interviewer van dienst, stelt hem de nu al memorabele vraag: 'Is dat kapotte bruggetje op die schilderijen daar een metafoor?' Waarop Fillet antwoordt: 'Beeldende kunst gaat over wie ernaar kijkt. Mensen vertellen mij vaak wat ze denken dat ik hun met een schilderij probeer te vertellen, maar eigenlijk zijn ze dan over zichzelf aan het praten, niet over mij. Ik schilder omdat ik een bepaalde lichtinval of een contrast interessant vind, niet om een boodschap te vertellen.' En dat schilderij van de voormalige aartsbisschop Léonard dan? 'Ook mijn portret van [...] Léonard indertijd was geen aartsbisschop, maar wel lichtinval en contrast. En dat licht viel dan per toeval op een aartsbisschop, die me eigenlijk niet echt interesseerde.' Even later begint Desmet er opnieuw over. Fillet buigt en noemt dat portret dan toch 'keihard' en 'misschien genadelozer dan ik als interviewer ooit zou kunnen'. Maar het blijft aan de kijker om de betekenis ervan in te vullen. Aan mij dus. Maar ik heb helemaal geen zin om mijn eigen verhaal te moeten verzinnen bij de geweldige lichtinval die een schilder op doek heeft proberen te vatten. Ik wil net andermans verhalen horen om niet aan m'n eigen wissewasjes te moeten denken. Niets daarvan dus. Een tentoonstelling is blijkbaar groepstherapie.