Het Museum voor Schone Kunsten van Gent exposeert sinds eind vorig jaar een verzameling kunstwerken toegeschreven aan de iconen van de Russische avant garde: Wassily Kandinsky, Kazimir Malevich, Olga Rozanova, Alexandra Exter, Michail Larionov en Ljoebov Popova, El Lissitzky, Natalia Goncharova, Alexander Rodchenko en Vladimir Tatlin. In de topmusea van New York, Londen en Parijs kunnen ze daar alleen maar van dromen.

Maar nadat een aantal internationale specialisten eerder deze week in de gereputeerde Art Newspaper hun twijfel uitten over de authenticiteit van de werken en er vervolgens uitgebreid over werd geschreven in de pers, dringt zich een onderzoek op van de collectie. Minister van cultuur Sven Gatz (Open VLD), de stad Gent en het MSK willen klaarheid brengen in deze zaak. Daarom zouden ze een expertencommissie oprichten om een aantal werken te laten screenen op hun authenticiteit.

Buitenlandse experts

Dat is op zich niet eenvoudig, want in ons land is geen enkele deskundige thuis in deze materie. De specialisten van Russische avant-garde kunst moet je in het buitenland zoeken. Trouwens, enkele van deze topexperten hebben zich eigenlijk al laten horen via de Art Newspaper. Het is evenmin evident om hen dit soort onderzoek in een kort tijdsbestek te laten doen. Zo'n operatie zal ook een stevig kostenplaatje krijgen, want deskundigen voor dergelijke kunsthistorische iconen engageren zich niet zomaar.

Het museum zou, aldus het communiqué van de minister, een grondig kunsthistorisch onderzoek hebben doorgevoerd, maar geen materiaal-technisch onderzoek. Toch is dit essentieel voor elk geëxposeerd kunstwerk van dit niveau, zeker als het over topwerken gaat uit het begin van de 20ste eeuw, toegeschreven aan iconische kunstenaars. Je hangt ook geen Picasso in een museum zonder voor tweehonderd procent zeker te zijn van de echtheid en de herkomst. Ook dat laatste is van belang, want er is aardig wat gestolen goed in omloop.

Gemeenschap betaalt

Normaliter is het aan de verzamelaar die een werk in bruikleen geeft om dit materiaal-technische onderzoek te voeren en te betalen. Maar nu zou, gezien het vele stof dat is opgewaaid, de gemeenschap dit bekostigen. Dat kan een voorbeeld worden voor andere bruikleengevers, want dergelijk onderzoek is prijzig en arbeidsintensief. Dat betekent ook dat zo'n onderzoek niet snel wordt afgerond. Men kan bijvoorbeeld niet zomaar het Koninklijk Kunstpatrimonium in Brussel binnenstappen om 26 werken te laten testen. Het volstaat uiteraard niet om slechts enkele werken te bekijken. Men moet immers zeker zijn van al wat er wordt geëxposeerd.

Ook voor de verzekering is dat essentieel, want deze collectie is vele miljoen waard - gesteld dat het om authentieke werken gaat. Het gaat om een enorme som en dat houdt bepaalde verantwoordelijkheden in. Ook interessant: voor welk bedrag is deze collectie momenteel verzekerd, en op basis van welk onderzoek? Waarborgt een verzekering ook kunstwerken waarvan de echtheid niet voor honderd procent vaststaat?

Indien de kunstwerken authentiek zijn, dan duikt er opnieuw een probleem op, ditaal van diplomatieke aard. Dan behoort de collectie immers tot het nationale patrimonium van het land van herkomst. Dan gaan de Russen hun cultureel erfgoed terug eisen. Indien er geen enkele twijfel over de authenticiteit zou bestaan, dan waren er misschien wel al demarches in deze richting gedaan.