Johannes Vermeer schilderde het 'Meisje met de parel' voor een gordijn en mét wimpers. Dat zijn enkele resultaten van het internationale onderzoek 'Het Meisje in de Schijnwerper' naar het wereldberoemde werk uit 1665 in het Mauritshuis in Den Haag. Er werden beeld- en scantechnieken, digitale microscopie en verfmonsteranalyses uitgevoerd. Op die manier werden sporen van het groene gordijn gevonden.

'Met de nieuwe technieken zijn diagonalen en kleurverschillen rechtsboven in het schilderij waargenomen die geplooide stof suggereren. Het gordijn verdween in de loop der eeuwen door het ontkleuren van de groene verf', meldt het Mauritshuis. Wie met het blote oog naar de nog altijd onbekende jonge schone op Vermeers meesterwerk kijkt, ziet geen wimpers, maar 'met macro-röntgenfluorescentie-scanning en onder de microscoop werden toch kleine haartjes rond beide ogen waargenomen die in de loop der eeuwen eveneens zijn verdwenen', aldus het museum verder.

Vermeer zette het schilderij eerst op in verschillende tinten bruin en zwart, is voorts vastgesteld. Met dunne zwarte lijnen schilderde hij de contouren van het meisje. Hij was er niet meteen uit: 'De positie van het oor, de bovenkant van de hoofddoek en de achterkant van haar hals werden veranderd.'

Vermeer werkte van de achtergrond naar de voorgrond toe: 'Na het opzetten van de groenige achtergrond en de huid van het gezicht van het meisje, schilderde hij daarna achtereenvolgens haar gele jas, witte kraag, hoofddoek en parel. De parel is slechts illusie van doorschijnende en dekkende vegen witte verf, waarbij een haakje om de parel aan te hangen ontbreekt', vertelt het museum.

In de verf zijn haartjes van Vermeers kwast teruggevonden. De ingrediënten voor de verf kwamen vanuit de hele wereld. Opmerkelijk vindt het kunstmuseum het overvloedige gebruik van ultramarijn van zeer hoge kwaliteit uit het huidige Afghanistan. Die stof was 'kostbaarder dan goud'. (Belga)

Johannes Vermeer schilderde het 'Meisje met de parel' voor een gordijn en mét wimpers. Dat zijn enkele resultaten van het internationale onderzoek 'Het Meisje in de Schijnwerper' naar het wereldberoemde werk uit 1665 in het Mauritshuis in Den Haag. Er werden beeld- en scantechnieken, digitale microscopie en verfmonsteranalyses uitgevoerd. Op die manier werden sporen van het groene gordijn gevonden. 'Met de nieuwe technieken zijn diagonalen en kleurverschillen rechtsboven in het schilderij waargenomen die geplooide stof suggereren. Het gordijn verdween in de loop der eeuwen door het ontkleuren van de groene verf', meldt het Mauritshuis. Wie met het blote oog naar de nog altijd onbekende jonge schone op Vermeers meesterwerk kijkt, ziet geen wimpers, maar 'met macro-röntgenfluorescentie-scanning en onder de microscoop werden toch kleine haartjes rond beide ogen waargenomen die in de loop der eeuwen eveneens zijn verdwenen', aldus het museum verder. Vermeer zette het schilderij eerst op in verschillende tinten bruin en zwart, is voorts vastgesteld. Met dunne zwarte lijnen schilderde hij de contouren van het meisje. Hij was er niet meteen uit: 'De positie van het oor, de bovenkant van de hoofddoek en de achterkant van haar hals werden veranderd.' Vermeer werkte van de achtergrond naar de voorgrond toe: 'Na het opzetten van de groenige achtergrond en de huid van het gezicht van het meisje, schilderde hij daarna achtereenvolgens haar gele jas, witte kraag, hoofddoek en parel. De parel is slechts illusie van doorschijnende en dekkende vegen witte verf, waarbij een haakje om de parel aan te hangen ontbreekt', vertelt het museum. In de verf zijn haartjes van Vermeers kwast teruggevonden. De ingrediënten voor de verf kwamen vanuit de hele wereld. Opmerkelijk vindt het kunstmuseum het overvloedige gebruik van ultramarijn van zeer hoge kwaliteit uit het huidige Afghanistan. Die stof was 'kostbaarder dan goud'. (Belga)