Op de affiche van de expo groet hij ons met een hand die van achter een paal tevoorschijn komt. Zijn gezicht zien we niet maar we herkennen hem aan zijn onafscheidelijke vilten hoed en mouwloos vestje, en uiteraard aan het bijschrift op de foto: Joseph Beuys/Groeten van de Euraziaat.
...

Op de affiche van de expo groet hij ons met een hand die van achter een paal tevoorschijn komt. Zijn gezicht zien we niet maar we herkennen hem aan zijn onafscheidelijke vilten hoed en mouwloos vestje, en uiteraard aan het bijschrift op de foto: Joseph Beuys/Groeten van de Euraziaat. Het lijkt alsof de grote Duitse kunstenaar (1921-1986) ons postuum beduidt dat ook hij een gewone, vriendelijke mens was met manieren, niet alleen een mythische actiekunstenaar en charismatische leraar, geestelijke leider en sjamaan. In werkelijkheid is de foto geplukt uit een video van de actie Eurazische staf, die Beuys in 1968 in Antwerpen hield. De hand groet niet, maar maakt magische bewegingen rond de koperen staf waarmee de kunstenaar symbolisch de tegenstellingen tussen het materialisme in Europa en de Aziatische spiritualiteit wilde opheffen. Eurazië, supercontinent van vrije, creatieve mensen die in een systeem van directe democratie leven, met respect voor de natuur en de dieren. Nu liet de Euraziaat wel degelijk groeten, zij het alleen in woorden op een postkaart waar hij gewoon op staat zonder te verroeren. Hij verspreidde zijn leerstellingen tijdens geruchtmakende acties en aan de hand van sculpturale installaties met een monumentaal karakter. Ze gaven hem een imago van onaantastbaarheid en maakten zijn kunst uiterst doeltreffend: zijn gehoor reikte tot ver buiten de kunstwereld. Kort na zijn dood al ontstond de vrees dat deze werken tot louter relicten zouden verstarren, zijn woorden tot holle frases, beroofd als ze waren van Beuys' aura en bezielende betogen. Zo wordt in het M HKA de cruciale Honingpomp op de werkplaats onvermijdelijk gepresenteerd als een hoop op de vloer uitgestalde onderdelen. Niets herinnert nog aan de vloeibare honing die op de Documenta 6 in Kassel (1977) in een gesloten buizencircuit stroomde zoals bloed dat door het hart van een lichaam wordt gepompt. Bij de pomp werd honderd dagen lang het 'sociale lichaam' gevoed door discussies die de kunstenaar en de mensen van zijn Free International University voerden met het publiek. Het zijn de kleine sculpturale objecten en de tekeningen die nog het best de kunst van Beuys intact houden. Ze hebben dan ook niet zo veel grote woorden nodig. Een telefoon, aangesloten op een klomp aarde (Aardtelefoon), staat voor de vruchtbare verbinding tussen natuur en techniek, net zoals een geel lampje dat in een citroen is geplugd (Capri-batterij).Een bloeiend rood roosje in een maatglas symboliseert een revolutie van een type dat door natuurlijke transformatie en evolutie - van blad en steel in dit geval - ontstaat (Roos voor directe democratie). De tekeningen getuigen van een vrije hand, geïnspireerd door de spontane groei van de natuur en de primitieve kracht van de dieren (Uit het leven van de bijen; Zwanen). De expo behandelt het werk met liefdevolle zorg en onbevangenheid. Curator Nav Haq (41), te jong om hem ooit aan het werk te hebben gezien, haalde aspecten van Beuys' werk naar boven die in de periode van diens acties en revolutionaire retoriek wat in de schaduw bleven. Haq heeft aandacht voor de muzikale, de humoristische, de intieme en de vreemde kanten van de kunstenaar. Zijn mooiste installatie, de enige die zijn aanwezigheid niet nodig heeft, biedt een melancholische bespiegeling op zijn jeugd en romantisch verlangen (Ik zou mijn bergen willen zien). En van de gietijzeren Ruggensteun voor een fijngebouwde mens (type haas) uit de 20ste eeuw kan ik alleen vermoeden dat Beuys dat zonderlinge ding voor zichzelf ontwierp, misschien omdat hij niet de supermens was voor wie iedereen hem hield.