Sinds jaar en dag laat het Museum voor Schone Kunsten (MSK) regelmatig een frisse wind van hedendaagse kunst door zijn zalen waaien. Omgekeerd confronteert het S.M.A.K. zelden of nooit zijn jonge meesters met oude kunst.
...

Sinds jaar en dag laat het Museum voor Schone Kunsten (MSK) regelmatig een frisse wind van hedendaagse kunst door zijn zalen waaien. Omgekeerd confronteert het S.M.A.K. zelden of nooit zijn jonge meesters met oude kunst. Het is geen typisch Gents fenomeen: de blik op het verleden actualiseren lukt veel beter dan het historiseren van een hedendaagse situatie. Een goed onderwerp voor een symposium, maar het MSK heeft daar niet op gewacht om een volgende stap te zetten. In de nieuwe opstelling van zijn vaste collectie heeft het op drie plaatsen werk van hedendaagse kunstenaars geïntegreerd. Patrick Van Caekenbergh schonk het museum een sprookjesachtige installatie die midden in De Gouden Eeuw (17e) is beland. Het gaat om zijn werkplaats in de vorm van een bewoonbaar Sigarenkistje, eivol boeken en objecten die hem helpen om de leer van de ontwikkeling van de wereld, de aarde en de mensheid te verzoenen met de kinderlijke verbeelding. Daaruit ontstaan wonderlijke denkmodellen die niet zouden misstaan in de curiositeitenkabinetten van de 16e en 17e eeuw. Er is echter weinig in de collectie van het MSK wat daaraan vast te knopen valt. Maar met een tijdelijke toevoeging van voldoende eigen werken, gaf de kunstenaar de afdeling toch het uitzicht van een Wunderkammer. Luc Tuymans zocht voor zijn allereerste fresco het einde van een lange gang op, achteraan in het museum. Het werk is nogal geïsoleerd van de rest, al staat de Kop van Pierre de Wissant in de buurt. Die kop is ontrukt aan een beeldengroep van Auguste Rodin, De burgers van Calais, slachtoffers en helden van de Honderdjarige Oorlog. Ook het troebele tafereel The Arena dat Tuymans in een sequentie van drie fresco's schilderde, ademt de branderige sfeer van oorlog en het einde der tijden, waarvoor een groep menselijke schimmen op de vlucht is. De geest en het Bijbelse landschap deden me afdwalen naar De Bedevaart naar San Isidro, uit de reeks zwarte schilderijen van Goya in het Prado. Een volledig harmonieuze verhouding ontstaat in de zalen waar het werk van minder bekende laatmiddeleeuwse meesters gewoonlijk veel minder aandacht krijgt dan de Kruisdraging en de Heilige Jheronimus in gebed van Jheronimus Bosch. De Brugse kunstenares Ria Verhaeghe liet Bosch wijselijk ongemoeid. Haar intrigerende, met goudverf bestreken paneeltjes (Verticals) hangen tussen laatgotische voorstellingen van het lijden, de kruisdood en bewening van Christus. De Verticals snijden in bedekte termen een verwant thema aan: onder het goud en de geschilderde, ruim geplooide gewaden die lichaamsvormen doen vermoeden, zitten goeddeels onzichtbaar gemaakte foto's van doden die ooit de krant haalden en publiek bezit werden. Ze stammen uit de Provisoria van Verhaeghe, een grote mediabeeldenvoorraad, gerangschikt volgens thema en kleur. Voor de krant worden de doden gefotografeerd zoals ze meestal gevonden worden, liggend. Maar de kunstenaar zette ze recht, met de nauwelijks verholen verzuchting om hen een wederopstanding toe te wensen. Het goud geeft een notie van transcendentie aan, misschien niet meteen het goddelijke en onsterfelijke uit de middeleeuwse gedachte, maar niettemin een verbindingskleur tussen hemel en aarde. Opgekleed en groot tekenen de gestalten zich af tegen een lege achtergrond, even fel als de helden, acteurs en courtisanes uit de Japanse ukiyo -e, de prenten van de vlietende wereld waaraan de Verticals me tegen beter weten in doen denken.