Jan Fabre is gevraagd om een interventie te maken die de beroemde altaarstukken van Peter Paul Rubens, Anthony Van Dyck en Jacob Jordaens moet vervangen in de Antwerpse Sint-Augustinuskerk, nu het muziekcentrum Amuz. Dat zegt Carl Depauw, coördinator van het Barokjaar aan Knack. Depauw voert aan dat het Koninklijke Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, waar de werken momenteel verblijven, negatief advies zou hebben uitgebracht voor de heropstelling. Hij zegt ook dat dit zo werd aangemeld bij Toerisme Vlaanderen dat het Barokjaar ongeveer voor de helft - een slordige 5.7 miljoen euro - betaalt.
...

Jan Fabre is gevraagd om een interventie te maken die de beroemde altaarstukken van Peter Paul Rubens, Anthony Van Dyck en Jacob Jordaens moet vervangen in de Antwerpse Sint-Augustinuskerk, nu het muziekcentrum Amuz. Dat zegt Carl Depauw, coördinator van het Barokjaar aan Knack. Depauw voert aan dat het Koninklijke Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, waar de werken momenteel verblijven, negatief advies zou hebben uitgebracht voor de heropstelling. Hij zegt ook dat dit zo werd aangemeld bij Toerisme Vlaanderen dat het Barokjaar ongeveer voor de helft - een slordige 5.7 miljoen euro - betaalt. Vorige week zei Peter De Wilde, directeur-generaal van Toerisme Vlaanderen, nog dat hij daarvan niet op de hoogte was. Hij onderstreepte ook dat de betoelaging die Toerisme Vlaanderen voorziet enkel betrekking heeft op het terugplaatsen van de Oude Meesters, niet op een nieuw project. Het is nog maar de vraag waarom men nu - net voor het terugplaatsen - voor een andere optie kiest, terwijl het dossier al een hele tijd geleden werd opgestart en er toen blijkbaar nog geen negatief advies was. Peter De Wilde stelt ook duidelijk dat het Sint-Augustinusproject net aansluit bij zowel de algemene cultuurpolitiek als bij het beleid van Toerisme Vlaanderen, om zoveel mogelijk kunstwerken in situ, op de plaats waarvoor ze werden gecreëerd, te bewaren en te ontsluiten. "Daardoor komt men ook op minder bekende plaatsen belangrijke kunstwerken bewonderen, wat de toeristische druk op de grote centra verlicht, en ontdekt men het land," aldus Peter De Wilde. Dit sluit ook internationaal aan bij de cultuurpolitiek om kunstwerken op hun originele plaatsen te bewonderen, waarvoor ook in het buitenland steeds sterker wordt gepleit. Met de Sint-Augustinuskerk heeft Antwerpen bovendien een bijzondere troef van internationaal formaat. De Wilde zegt over het terugplaatsen trouwens: "Dat vinden wij een fantastisch idee van groot kunsthistorisch belang en zo vormt dit samen met het Rubenshuis zowat het kloppend hart van het Barokjaar. Bovendien geeft de aanwezigheid van deze werken ook een meerwaarde aan Amuz." Hij vindt het kiezen voor een nieuw project, volgens Depauw dus een creatie van Jan Fabre, een grote fout. Want de kapel van Amuz wordt, mét de altaarstukken van Rubens, Van Dyck en Jordaens, weer een iconische plek die door internationale kunsthistorici vergeleken wordt met de wereldberoemde Contarellikapel in de San Luigi dei Francesi en de Cerasi Kapel in de Santa Maria del Populo in Rome, waar men van over de hele wereld werken van Caravaggio komt bewonderen op hun originele plaats. Men kan zich afvragen in hoeverre het Rubenianum, het internationaal vermaarde onderzoekscentrum van de Vlaamse kunst van de 16de en 17de eeuw, alsook Onroerend Erfgoed, bij deze beslissing werden betrokken. Ondertussen weten we weinig meer over het definitieve programma van het Barokjaar 2018 dat over een jaar van start gaat. Wel is duidelijk dat de curator van de grote tentoonstelling in het MAS, de Amerikaanse essayist Teju Cole, niet langer deel uitmaakt van het team; de mede-curator dr. Bert Watteeuw, die ondertussen eveneens ontslag genomen heeft, blijkt niet bereikbaar voor commentaar. Voor zover we weten zijn er enkele veelbelovende expo's, zoals "Designed by Rubens" in het Rubenshuis, een tentoonstelling waar in het buitenland naar wordt uitgekeken. Maar blijkbaar is lang nog alles niet definitief. Het programma van het Barokjaar wordt immers pas eind februari bekendgemaakt, aldus coördinator Carl Depauw. Vermoedelijk worden nu ook Rubens en zijn kompanen wat ongeduldig.