Veilinghuis Brussels Art Auctions spreekt van een uitzonderlijke prijs voor dergelijk klein werk van de Oostendse schilder.

De veiling 'Ensor to Permeke' met werken van verschillende Belgische kunstenaars leverde in totaal 4,49 miljoen euro op. Het veilinghuis spreekt van een groot succes.

'Geraamten in travestie' blijft in België, een private koper won het opbod van een buitenlands museum. Veilingmeester Philip Serck is uiterst tevreden met de behaalde prijs, een van de hoogste voor een Ensor van dat formaat.

'Bijna onvindbaar'

"Werken van die periode zijn dan ook bijna onvindbaar. Ze zitten allemaal in musea." Het doek van 20 op 36,6 centimeter toont negen doodshoofden en zat na een openbare verkoop in 1932 in een privécollectie.

Het veilinghuis omschreef het doek als volgt: "Met schedels, maskers, doodshoofden, hoeden, lange tongen, slijmerige tongen illustreert Ensor de kritiek van de burgerij op zijn werk, de pijn die hij voelt bij dit onbegrip. Ondanks de levendigheid van de personages en de intensiteit van de gevoelens blijft dit schilderij bovenal een 'memento mori'", een herinnering aan de sterfelijkheid en het feit dat alles vluchtig is."

Een verre tweede tijdens de verkoop was 'Baadster voor de zee' (1910) van Leon Spilliaert. Het doek werd voor zowat 332.000 euro verkocht, waar de verwachte prijs op 130.000 tot 180.000 euro lag. Voorts gingen twee werken van Gustave De Smet aan een hoge prijs de deur uit. 'Aan het venster' uit circa 1931 leverde ongeveer 225.000 op en 'Venster op de stad. Zicht op Amsterdam' (1916-1918) was goed voor ongeveer 162.000 euro. Een ander werk van Ensor, 'De grappige maaltijd' uit 1905, leverde zowat 199.000 euro op. Een groot deel van de werken komt uit de collectie van de voormalige Davis Cup-tennisser, sportmanager en kunstverzamelaar Eric Drossart.

(Belga/RR)

Veilinghuis Brussels Art Auctions spreekt van een uitzonderlijke prijs voor dergelijk klein werk van de Oostendse schilder. De veiling 'Ensor to Permeke' met werken van verschillende Belgische kunstenaars leverde in totaal 4,49 miljoen euro op. Het veilinghuis spreekt van een groot succes. 'Geraamten in travestie' blijft in België, een private koper won het opbod van een buitenlands museum. Veilingmeester Philip Serck is uiterst tevreden met de behaalde prijs, een van de hoogste voor een Ensor van dat formaat. "Werken van die periode zijn dan ook bijna onvindbaar. Ze zitten allemaal in musea." Het doek van 20 op 36,6 centimeter toont negen doodshoofden en zat na een openbare verkoop in 1932 in een privécollectie. Het veilinghuis omschreef het doek als volgt: "Met schedels, maskers, doodshoofden, hoeden, lange tongen, slijmerige tongen illustreert Ensor de kritiek van de burgerij op zijn werk, de pijn die hij voelt bij dit onbegrip. Ondanks de levendigheid van de personages en de intensiteit van de gevoelens blijft dit schilderij bovenal een 'memento mori'", een herinnering aan de sterfelijkheid en het feit dat alles vluchtig is." Een verre tweede tijdens de verkoop was 'Baadster voor de zee' (1910) van Leon Spilliaert. Het doek werd voor zowat 332.000 euro verkocht, waar de verwachte prijs op 130.000 tot 180.000 euro lag. Voorts gingen twee werken van Gustave De Smet aan een hoge prijs de deur uit. 'Aan het venster' uit circa 1931 leverde ongeveer 225.000 op en 'Venster op de stad. Zicht op Amsterdam' (1916-1918) was goed voor ongeveer 162.000 euro. Een ander werk van Ensor, 'De grappige maaltijd' uit 1905, leverde zowat 199.000 euro op. Een groot deel van de werken komt uit de collectie van de voormalige Davis Cup-tennisser, sportmanager en kunstverzamelaar Eric Drossart. (Belga/RR)