Hand in hand met vurige verdedigers van de mensenrechten, verenigd in Human Rights Watch, bracht een gelegenheidsteam uit de Antwerpse kunstwereld werk van zestig hedendaagse Belgische kunstenaars samen rond een oud godsdienstig motief. 'Ecce Homo!', de Bijbelse uitroep bij de deerniswekkende aanblik van de gegeselde Christus laat zich moeiteloos uitbreiden tot de compassie met elke mishandelde mens. Terwijl de zoon van God met het kruis op de rug een barre tocht over veertien staties naar de Calvarieberg en zijn dood moest ondernemen, wandelt de kunstliefhebber langs diverse leuke sites in de binnenstad, eer hij vier etages van de instortende Fierensblokken beklimt en het einde nabij weet.
...

Hand in hand met vurige verdedigers van de mensenrechten, verenigd in Human Rights Watch, bracht een gelegenheidsteam uit de Antwerpse kunstwereld werk van zestig hedendaagse Belgische kunstenaars samen rond een oud godsdienstig motief. 'Ecce Homo!', de Bijbelse uitroep bij de deerniswekkende aanblik van de gegeselde Christus laat zich moeiteloos uitbreiden tot de compassie met elke mishandelde mens. Terwijl de zoon van God met het kruis op de rug een barre tocht over veertien staties naar de Calvarieberg en zijn dood moest ondernemen, wandelt de kunstliefhebber langs diverse leuke sites in de binnenstad, eer hij vier etages van de instortende Fierensblokken beklimt en het einde nabij weet. De eerste halteplaats gaat de werkjes van de hedendaagse kunstenaars die er zijn ondergebracht niet zo goed af. Het Museum Mayer van den Bergh is een uiterst verzorgd schrijntje, van beneden tot boven dicht bezet met al de oude kunst die de frenetieke verzamelaar ridder Fritz Mayer van den Bergh (1858-1901) er beliefde onder te brengen toen het nog zijn woonhuis was. Er hangt een sfeer van veelal vrome ernst en hoogstaande esthetiek. Drie schilderijtjes - van Sophie Kuijken, Luc Tuymans en Francis Alÿs - een foto van Dirk Braeckman en een sculptuur van Sofie Müller, die elk op hun manier een aspect van vervreemding verbeelden, kaarten een moderne problematiek aan die hier geen poot aan de grond krijgt. Alleen de precieus ogende objecten van Ricardo Brey lijken te sporen met de bibliofiele kleinoden van Mayer van den Bergh. Helaas, ze koketteren met geheime betekenissen die vloeken met de deemoedige klaarheid die uit de boeken van de ridder spreekt. Andere koek in het Maagdenhuismuseum, luttele huizen verder in de Lange Gasthuisstraat. Het aantal topwerken van oude meesters in dit voormalige opvangtehuis voor weeskinderen is vrij gering, en er is aanzienlijk meer ruimte om eigentijdse Ecce Homo-accenten aan te brengen. Ik denk aan Sven 't Jolles gipsen beeld van een ontredderd meisje zonder aangezicht. Ze staat op de binnenplaats met een kapot springtouw in haar handen, beduidend dat ze de eindjes niet langer aan elkaar kan knopen. In de kapel laat Joris Van de Moortel de duivel en zijn hoeren los in een religieus drieluik dat meteen verandert in een bordeel, netjes afgeboord met rood neonlicht. Zie de mens! In de hoek van een kamertje in het Maagdenhuismuseum, onder een middeleeuws drieluik van een Madonna met Kind, stapelde Berlinde De Bruyckere dekentjes in een enkel ledikant, verwarmd door de grote convector tegen de muur. Was er een even schrijnend gebrek aan plaats voor de wezen die hier ooit strandden als voor de dakloze kinderen uit verre landen die vandaag her en der in de stad worden ondergebracht? In een akelige lege ruimte werd ik bijna bang van de waanzinnige grijns op het gezicht van een zwarte vliegenier. De rare, veel te lange vleugels van zijn tuig torst hij als een kruis. Was getekend: Panamarenko. Zie de mens! De expositie verliest wat scherpte in de andere fijne locaties, al wordt het Ecce Homo-motief nog enkele keren vol getroffen. Een bittere, politiek geladen roestekening van de geboren Zuid-Afrikaan Kendell Geers en mishandelde hoofden in waterverf door Haider Jabbar uit Irak bliezen me van mijn sokken. Het geschilderde liefdesverdriet met wrede kantjes van Fred Bervoets vrolijkte me op. Elke Boons video over het dichtnaaien van een opengereten hoofd alsook de honderdvoudige zelfbewening in polaroid door de jonge Elizabeth Geers hielden me in de juiste, peinzende stemming van compassie met mijn arme menselijke soortgenoten.