Sinds vorige maand maakt Machelen-Leie, deelgemeente van Zulte, zich op voor een heus Roger Raveeljaar. Een hommage aan de gevierde kunstenaar en beroemdste inwoner van de gemeente die er honderd jaar geleden werd geboren. De geplande activiteiten, die als gevolg van Covid-19 ingrijpend werden gewijzigd, zijn talrijk: raampoëzie in de belangrijkste straten, tentoonstellingen in het Raveelmuseum en Huis de Leeuw, een poëziebundel van Paul Demets, atelierbezoeken, een volksfeest aan de oevers van de Leie, enzovoort. Stuk voor stuk manifestaties waarbij de focus meer op de figuur van Raveel is gericht, dan op zijn impact als kunstenaar en invloed op de Belgische schilderkunst. Dat laatste wordt ruimschoots gecompenseerd door Bozar, waar onder het motto 'Raveel wereldberoemd in Vlaanderen', een grootse tentoonstelling in de steigers staat.

Een originele benadering waarvoor Dr. Franz Wilhelm Kaiser, een internationale curator, als 'buitenstaander' met een objectieve blik werd aangetrokken. Het is alvast een opmerkelijke benadering van het werk van Raveel rond wie de voorbije jaren heel wat expertise werd opgebouwd en tal van publicaties zijn verschenen.

Blijft Roger Raveel wereldberoemd in Vlaanderen?

Het belang en de invloed van Raveel mag vast en zeker niet worden onderschat. Na het expressionisme, en wars van het succes van CoBrA, zorgde hij na de Tweede Wereldoorlog voor een keerpunt in de schilderkunst. Zelfbewust als hij was ging hij ervan uit dat zijn schilderijen en tekeningen volstonden om bekendheid te verwerven. Toen Hugo Claus hem destijds influisterde naar de Verenigde Staten te verkassen, antwoordde hij: 'Ik denk niet dat ik in New York de kosmos anders zal aanschouwen dan in Machelen. Ik kan dus maar beter hier blijven.' Al die tijd bleef hij onverstoord, gesteund door echtgenote Zulma, eigenzinnig verder schilderen en tekenen. De grote belangstelling bleef uit. Het duurde tot in de jaren zestig alvorens, dankzij Documenta in Kassel en de Biënale van Venetië, zijn naam in eigen land enige weerklank kreeg, Het is dan ook zeer de vraag of hij zich ooit iets aan internationale bekendheid gelegen liet liggen. Het ging bij hem veeleer over erkenning van zijn Nieuwe Visie, zijn grensverleggende plastische taal, dan over buitenlandse bekendheid. Toch liet hij zich af en toe ontvallen dat in tegenstelling tot andere landen door de overheid niet voldoende inspanningen werden geleverd om Belgische kunst te exporteren. Het zat hem bijvoorbeeld hoog dat James Ensor, die hij ooit in Oostende sprak, geen internationaal beroemde naam was geworden.

Blijft de vraag waarom hij, ondanks zijn universele plastische taal, nog altijd geen internationaal beroemde naam is? Een pertinente vraag als je bedenkt dat tal van hedendaagse kunstenaars er ogenschijnlijk moeiteloos in slagen het buitenland te veroveren. Ondanks enkele belangrijke internationale exposities reikt de bekendheid van Roger Raveel, over de jaren heen, nog altijd niet verder dan Nederland. Dit in fel contrast met zijn vroegere leerling Raoul De Keyser - beiden werkten indertijd nauw samen voor de muurschilderijen in de keldergangen van het kasteel in Beervelde - die zowel in de Verenigde Staten, Duitsland als Japan wordt geprezen. Een opmerkelijk gegeven dat heel wat vragen oproept. Waar de omstandigheden en de tijdsgeest er niet naar om Raveel internationaal te lanceren? Of waren het invloedrijke curatoren, kunstcritici of museumdirecteuren die niet op het juiste moment zijn pad hebben gekruist?

Feit is dat hij als kunstenaar eigengereid en bewust van zijn genialiteit in het leven stond. Zo wilde hij onder geen enkele voorwaarde een exclusiviteitscontract afsluiten met een galerij die bijvoorbeeld een pendant heeft in de Verenigde Staten of andere landen. Dat hij geen internationale bekendheid genoot was volgens hem allerminst aan zichzelf te wijten. Daar waren anderen nu eenmaal verantwoordelijk voor. Zo vroeg hij zich gedurende zijn laatste levensjaren herhaaldelijk af of er vanuit het Raveelmuseum, via uitwisseling met buitenlandse musea, wel voldoende inspanningen werden geleverd om zijn oeuvre aan een internationaal publiek te vertonen.

Ten slotte heeft een lang juridisch dispuut tussen de Stichting Roger Raveel, waarin tal van competente leden zitting hadden, en zijn weduwe zijn naam in een kwalijk daglicht geplaatst. Of een tentoonstelling in Bozar nu plotseling voor een omwenteling zal zorgen is een overbodige en retorische vraag. Wereldberoemd in Vlaanderen en amper bekend in de rest van de wereld, het was zijn grootste zorg niet. Hij wist wel beter. Hoe vaak tekende ik tijdens onze gesprekken niet op: 'Het zal nog jaren duren alvorens men mijn kunst en plastische taal volledig zal begrijpen, laat staan analyseren. De tijd staat aan mijn zijde.'

Zo is dat, meester Raveel. Dus binnenkort met z'n allen naar Bozar in Brussel waar je op je honderdste verjaardag alvast internationaal wordt bekeken en geprezen.

Carlos Alleene is publicist-journalist en biograaf van Roger Raveel.

Sinds vorige maand maakt Machelen-Leie, deelgemeente van Zulte, zich op voor een heus Roger Raveeljaar. Een hommage aan de gevierde kunstenaar en beroemdste inwoner van de gemeente die er honderd jaar geleden werd geboren. De geplande activiteiten, die als gevolg van Covid-19 ingrijpend werden gewijzigd, zijn talrijk: raampoëzie in de belangrijkste straten, tentoonstellingen in het Raveelmuseum en Huis de Leeuw, een poëziebundel van Paul Demets, atelierbezoeken, een volksfeest aan de oevers van de Leie, enzovoort. Stuk voor stuk manifestaties waarbij de focus meer op de figuur van Raveel is gericht, dan op zijn impact als kunstenaar en invloed op de Belgische schilderkunst. Dat laatste wordt ruimschoots gecompenseerd door Bozar, waar onder het motto 'Raveel wereldberoemd in Vlaanderen', een grootse tentoonstelling in de steigers staat.Een originele benadering waarvoor Dr. Franz Wilhelm Kaiser, een internationale curator, als 'buitenstaander' met een objectieve blik werd aangetrokken. Het is alvast een opmerkelijke benadering van het werk van Raveel rond wie de voorbije jaren heel wat expertise werd opgebouwd en tal van publicaties zijn verschenen.Het belang en de invloed van Raveel mag vast en zeker niet worden onderschat. Na het expressionisme, en wars van het succes van CoBrA, zorgde hij na de Tweede Wereldoorlog voor een keerpunt in de schilderkunst. Zelfbewust als hij was ging hij ervan uit dat zijn schilderijen en tekeningen volstonden om bekendheid te verwerven. Toen Hugo Claus hem destijds influisterde naar de Verenigde Staten te verkassen, antwoordde hij: 'Ik denk niet dat ik in New York de kosmos anders zal aanschouwen dan in Machelen. Ik kan dus maar beter hier blijven.' Al die tijd bleef hij onverstoord, gesteund door echtgenote Zulma, eigenzinnig verder schilderen en tekenen. De grote belangstelling bleef uit. Het duurde tot in de jaren zestig alvorens, dankzij Documenta in Kassel en de Biënale van Venetië, zijn naam in eigen land enige weerklank kreeg, Het is dan ook zeer de vraag of hij zich ooit iets aan internationale bekendheid gelegen liet liggen. Het ging bij hem veeleer over erkenning van zijn Nieuwe Visie, zijn grensverleggende plastische taal, dan over buitenlandse bekendheid. Toch liet hij zich af en toe ontvallen dat in tegenstelling tot andere landen door de overheid niet voldoende inspanningen werden geleverd om Belgische kunst te exporteren. Het zat hem bijvoorbeeld hoog dat James Ensor, die hij ooit in Oostende sprak, geen internationaal beroemde naam was geworden.Blijft de vraag waarom hij, ondanks zijn universele plastische taal, nog altijd geen internationaal beroemde naam is? Een pertinente vraag als je bedenkt dat tal van hedendaagse kunstenaars er ogenschijnlijk moeiteloos in slagen het buitenland te veroveren. Ondanks enkele belangrijke internationale exposities reikt de bekendheid van Roger Raveel, over de jaren heen, nog altijd niet verder dan Nederland. Dit in fel contrast met zijn vroegere leerling Raoul De Keyser - beiden werkten indertijd nauw samen voor de muurschilderijen in de keldergangen van het kasteel in Beervelde - die zowel in de Verenigde Staten, Duitsland als Japan wordt geprezen. Een opmerkelijk gegeven dat heel wat vragen oproept. Waar de omstandigheden en de tijdsgeest er niet naar om Raveel internationaal te lanceren? Of waren het invloedrijke curatoren, kunstcritici of museumdirecteuren die niet op het juiste moment zijn pad hebben gekruist? Feit is dat hij als kunstenaar eigengereid en bewust van zijn genialiteit in het leven stond. Zo wilde hij onder geen enkele voorwaarde een exclusiviteitscontract afsluiten met een galerij die bijvoorbeeld een pendant heeft in de Verenigde Staten of andere landen. Dat hij geen internationale bekendheid genoot was volgens hem allerminst aan zichzelf te wijten. Daar waren anderen nu eenmaal verantwoordelijk voor. Zo vroeg hij zich gedurende zijn laatste levensjaren herhaaldelijk af of er vanuit het Raveelmuseum, via uitwisseling met buitenlandse musea, wel voldoende inspanningen werden geleverd om zijn oeuvre aan een internationaal publiek te vertonen. Ten slotte heeft een lang juridisch dispuut tussen de Stichting Roger Raveel, waarin tal van competente leden zitting hadden, en zijn weduwe zijn naam in een kwalijk daglicht geplaatst. Of een tentoonstelling in Bozar nu plotseling voor een omwenteling zal zorgen is een overbodige en retorische vraag. Wereldberoemd in Vlaanderen en amper bekend in de rest van de wereld, het was zijn grootste zorg niet. Hij wist wel beter. Hoe vaak tekende ik tijdens onze gesprekken niet op: 'Het zal nog jaren duren alvorens men mijn kunst en plastische taal volledig zal begrijpen, laat staan analyseren. De tijd staat aan mijn zijde.'Zo is dat, meester Raveel. Dus binnenkort met z'n allen naar Bozar in Brussel waar je op je honderdste verjaardag alvast internationaal wordt bekeken en geprezen.Carlos Alleene is publicist-journalist en biograaf van Roger Raveel.