Nog net op tijd betreden we Bent Van Looys atelier in Antwerpen. De doeken die hij voor zijn expo heeft geselecteerd, penseelvruchten van de afgelopen twee jaar, staan namelijk te wachten om verpakt te worden. Straks kan het publiek in een Brusselse galerie voor het eerst kennismaken met Van Looys oudste artistieke liefde. Al kon één werk voortijdig ontsnappen: The Prophecy is de hoes van de jongste School Is Cool-plaat geworden.
...

Nog net op tijd betreden we Bent Van Looys atelier in Antwerpen. De doeken die hij voor zijn expo heeft geselecteerd, penseelvruchten van de afgelopen twee jaar, staan namelijk te wachten om verpakt te worden. Straks kan het publiek in een Brusselse galerie voor het eerst kennismaken met Van Looys oudste artistieke liefde. Al kon één werk voortijdig ontsnappen: The Prophecy is de hoes van de jongste School Is Cool-plaat geworden. 'Ik was extreem beducht voor het beeld 'BV gaat schilderen', zegt de kunstenaar die - vooraleer we onze stoelpoten zullen laten wegzakken in de keien van het aanpalende dakterras - geen minuut op dezelfde plek blijft staan. 'Daarom ben ik blij dat ik ben opgepikt door galerie Super Dakota: twee Parijzenaars die niet wisten dat ik muzikant of presentator was. Ze wilden dit puur op basis van het werk doen.' Ter beschrijving van zijn tentoonstelling, die de naam The Vessel, The Jerk and The Edge of Reason meekreeg, haalt Van Looy de adjectieven sprookjesachtig, narratief, raadselachtig en absurd boven. Op een tevreden toon die niet doet vermoeden dat hij voor de creatie van dit alles zijn leven tamelijk drastisch heeft omgegooid. 'Ik wist altijd al dat schilderen en muziekmaken mij gelukkig konden maken', stelt hij. 'Maar nooit tegelijkertijd.' Als kunstschilder heet je een colorist te zijn. Wat gezien de ernst in dit wereldje waarschijnlijk meer inhoudt dan louter een bonte variatie aan tubes leegknijpen. Bent Van Looy: Het gesatureerde en suikerzoete van die kleuren kan mensen op het verkeerde been zetten. Misschien vinden ze dat het er heel vrolijk of aanlokkelijk uitziet, maar volgens mij heeft het ook iets pervers, iets overrijps. Wat mij heel hard heeft geïnspireerd, zijn sprookjesfiguren. De échte sprookjes van de gebroeders Grimm zijn behoorlijk grimmig. Dat was de periode van de romantiek. Die hang naar folklore zie je nu opnieuw, maar op een beladen manier. Mensen grijpen vaak terug naar het volkseigene en dat soort dingen. Het spanningsveld tussen het pure van de oorspronkelijke romantiek en het dubieuze discours dat het geworden is: dat vind ik heel interessant. Je hebt wel schilderkunst gestudeerd, maar nooit consistent beoefend. Van Looy: Net op het moment dat het schilderen van de grond kwam, was Das Pop met de eerste plaat bezig. Dan is de vraag: wil ik in mijn atelier blijven of de wereld rondreizen met mijn vrienden? Hmm. (lacht) In mei 2017 heb ik een atelier gezocht en ben ik er gewoon weer mee begonnen. Het duurde wel even voor ik de juiste richting had gevonden. Ik heb heel lang niemand toegelaten, om meningen en beïnvloeding te vermijden. Tot ik Koen van den Broek (een Antwerpse kunstschilder, nvdr.) op bezoek kreeg. Hij haalde er drie schilderijen uit en zei: 'Al de rest is een smeerboel.' (glimlacht) Hij had gelijk. De schellen vielen me van de ogen. Misschien gehoorzaamde ik nog te veel aan een schuldgevoel - 'het mag niet te snel af zijn'. Maar het is niet omdat je er langer aan werkt dat het ook dieper wordt. Michaël Borremans, een van de twaalf gesprekspartners die je in je podcastreeks Pyjama Talks te gast hebt gehad, zei daarin: 'Dit beroep is niet voor mietjes.'Van Looy: En dat is waar. (lacht) Als het goed gaat, is het heerlijk, maar in het andere geval is het wroeten. Ik zou schilderen ook niet leuk noemen. Muziek wel. Sla een akkoord aan en je hebt meteen die fysieke ervaring. 'Aah, dat doet deugd' of 'oei, dat wringt', maar dan leidt het wel naar iets anders. Bij schilderkunst moet je je concentreren, opletten dat je niets te veel doet en tegelijkertijd dúrven. Het is heel eenzaam en stresserend. Zo'n schilderij maken is echt wel een kibbelpartij. Ongeveer één keer op vier wint het doek. En dan? Overschilderen, hè. Net als bij iedereen in het culturele veld maakte corona van je agenda een troosteloze woestijn. Van Looy: Alles viel plots weg, ja: voorjaar, zomer, najaar. Griezelig. Ik had het geluk dat ik net deze tentoonstelling aan het voorbereiden was. Een eenzame activiteit op vijfhonderd meter van mijn deur, dat kon nog. Je eerste podcastaflevering, met fotograaf Stephan Vanfleteren, verscheen op 5 april. Waaruit ik afleid dat je dat verwijlen in je atelier toch al snel beklemmend vond. Van Looy: Ik ben graag alleen hier op het werk - ja, zo noem ik het - en thuis bij mijn gezin. Maar op den duur wordt dat een kleine vijver. Dus ja, ik wilde een beetje uit dat isolement breken. Ik was heel blij met de gesprekken die ik van hieruit voerde. Altijd ging ik helemaal herbrond naar huis. In feite wilde ik al járen een podcast maken, maar ik zag niet in waarom ik er nog eentje op de berg moest bijgooien. Nu had ik een excuus, ook al was het een beetje egoïstisch: 'Het is quarantaine en ik heb niks te doen.' Vijf jaar geleden ben je van Parijs, waar je tien jaar had gewoond, naar Antwerpen verhuisd. Sindsdien is je levensritme aanzienlijk vertraagd. Van Looy: Het heeft me veel tijd gekost om me daaraan aan te passen, om het mijn lichaam en ziel te vertellen. In het begin probeerde ik mijn oude levensstijl te transplanteren op dit andere decor, maar dat lukte totaal niet. Ik heb het dan over wandelen. Antwerpen is zo klein, ik liep direct de stad uit! Aangezien ik al wandelend schrijf, kon dat dus niet meer. Na twee jaar tegen de muur op lopen ben ik weer aan het schilderen geslagen. Dat is mijn introverte kant, die in feite groter is dan mijn extraverte kant. Alleen was het zo leuk om twintig jaar lang van de ene opwindende situatie in de andere te rollen: muziek, televisie, mode, noem maar op. Natúúrlijk is het dan moeilijk om een stap terug te zetten. Misschien begint dat leven ooit opnieuw, maar op dit ogenblik eist de situatie iets anders. Reizen na covid-19 zal misschien nooit meer hetzelfde zijn. Hoe kijkt een kosmopoliet die opnemen in LA of concerteren in Japan niet vreemd is daar tegenaan? Van Looy: Ik moet nog zien hoe dat zijn plaats kan krijgen in de nieuwe realiteit, want reizen was toch een groot deel van wat mij gelukkig maakte. Een grens die dicht is: zo bizar en vooroorlogs! Ongelofelijk dat ik nu mijn vrienden in Parijs niet kan opzoeken. Of erger nog: ik kan het kostuum dat ik had laten maken en daar klaarhangt niet halen. Dat is verschrikkelijk! (lacht) Nu ja, ik zie er ook wel de mooie kanten van. We zullen al blij zijn als we eens naar de Ardennen mogen gaan. Bouillon, een verre droom! (lacht)Nog even over wandelen: iederéén wandelt tegenwoordig.Van Looy: Het is inderdaad niet langer exclusief en dat ergert me zeer. Wandelen is je eigen weg zoeken, niet in een stoet lopen. Je interesse voor muziek is indertijd gewekt door Michael Jackson in zijn Bad-periode. Wie was er levensbepalend voor je in de schilderkunst?Van Looy: Er zijn verschillende aha-momenten geweest. Een jaar vóór Michael Jackson was de grote held in mijn leven Anton Pieck. Echt waar! We hadden een boek met sprookjes van Grimm, door hem geïllustreerd. Dat lees ik nu aan mijn oudste dochter voor. Pieck tekende een verleden dat nooit is geweest, een geïdealiseerde, kneuterige versie. Als kind was dat voor mij eten en drinken. Ik knipte zijn tekeningen uit kunstboeken en hing ze boven mijn bed. Later werd Franquin mijn held, en nog andere kunstenaars. Maar in deze schilderijen zit veel Anton Pieck. Bij wijze van research ben ik zelfs eens alleen naar de Efteling getrokken. Op een regenachtige dag, in een beige regenmantel. Daar zat ik dan in die bootjes naast allemaal kinderen. (grijnst)Ongetwijfeld scherp in de gaten gehouden door de veiligheidsploeg. Van Looy: Juist. (lacht) Maar het was wel belangrijk voor dit schildersverhaal. Als kind ging je zodanig in fantasie op dat je weleens verkleed naar school ging. Van Looy: In een boerenkiel en op klompen, of als ridder, ja. Door me te verkleden kon ik me een soort identiteit aanmeten, waardoor ik comfortabeler door de wereld bewoog dan in sweater en jeansbroek. Op de steinerschool vonden ze dat vast geweldig.Van Looy: Net níét. ( lacht) Toch zit de steinerschool zeker ook in deze werken. Goed, ik was een buitenstaander die raar bekeken werd. Niet zo erg, maar ik zocht wel heel erg mijn toevlucht in verhalen en mijn versie van sprookjes. Als je daar zelf hard in gelooft, is het ook een vorm van realiteit. Later, als volwassene, kun je daar nog versies van bouwen als je wilt. Hoe dan? Van Looy: Wel, ik koester nog altijd de hoop dat, wanneer ik dat pak uit Parijs zal aandoen, ik eindelijk de definitieve versie van mezelf zal worden. (grijnst) Het is een heel simpel houtskoolgrijs pak in Schotse frescowol - allemaal woorden die voor mij magisch zijn! Maar in mijn hoofd bestaat zo'n pak uit meer dan alleen Schotse frescowol. Literatuur, schilderijen en films geven het een lading. Dingen die je kunt dragen en die op dat moment hun kracht aan je doorgeven, snap je? Wat is frescowol? Van Looy: Een heel droge, hardgedraaide wol die niet snel kreukt en een beetje stijf is, als karton. Heel dun, het is een ideaal zomerpak. Goed om in te reizen! Het heeft een heel mooie, over elkaar geweven korrel. Klinkt dat zwaar? Het is hyperlicht, je kunt er bijna doorheen kijken. Als je wol heel hard opwindt, wordt het ook iets hards. High twist heet dat. Waarmee weer is bewezen dat als iets jouw interesse eenmaal heeft gewekt, je daar tot over je oren induikt. Van Looy: Ik zeg altijd lachend dat ik hobby's haat. Ik gun mensen dat, maar ik vind: als je aan iets begint als hobby, heb je al opgegeven. (glimlacht) Voor mij moet je pas iets doen als het op leven en dood is. Tomas De Soete, een van jouw beste vrienden, zei vorig jaar in dit blad: 'Er is één iets aan Bent dat weleens vermoeiend kan zijn: hij kan echt álles.' Van Looy: Dat is niet waar. Ik kan heel veel dingen niet. Echt. Daar ben ik me heel goed van bewust. Maar als iemand me voorstelt iets te proberen, is de kans niet onbestaande dat ik tegenover mezelf wil bewijzen dat ik het wél kan. Ik heb zeker ook al dingen ondernomen die niet uitgepakt zijn zoals ik wilde. Zijn die wel publiekelijk bekend?Van Looy: Door het feit dat jij er niet over begint, valt het wel mee, zeker? (lacht) Ik heb bijvoorbeeld eens een paar verhalen geschreven. Zelfs al waren sommige mensen daar min of meer over te spreken, ik had niet het gevoel: dit is het. Best confronterend, omdat er maar weinig voor mij zo belangrijk is als literatuur. Och, misschien is het net goed dat het een van de grote raadselen blijft. Want neem popmuziek. Daar kan ik vandaag niet meer naar luisteren zonder meteen de samenstelling van de mayonaise te kennen. In het begin vond ik popmuziek een wonderlijk, abstract mirakel. Die combinatie van klank, melodie, sound en beeld was een van de meest drijvende elementen in mijn leven. Die magie is een beetje weg. Dat is droevig. Gelukkig kan ik nog wel terecht bij muziek die ik niet snap: Spotifylijsten met allerlei rare jazz en veel akkoorden. Die queeste naar betovering houdt nooit op. Om Tomas De Soete op te monteren: het verbaasde me hoeveel tikfouten jouw tweets bevatten, Bent. Van Looy: Ik wéét het! Tweeten doe ik heel impulsief. Op de iPhone kan ik ook niet zo goed schrijven en bovendien ben ik tegen autocorrectie. (lacht) Maar om een schildersmetafoor te gebruiken: ik ben van het grote gebaar, niet de fijne penseelstreken.