Maandag at ik drie spiegeleieren. Dinsdag ging ik op mijn koptelefoon zitten en die brak tijdens dat onfortuinlijke incident beide oren. Niet lang getreurd, echter: ik had meteen enkele kant-en-klare oplossingen.
...

Maandag at ik drie spiegeleieren. Dinsdag ging ik op mijn koptelefoon zitten en die brak tijdens dat onfortuinlijke incident beide oren. Niet lang getreurd, echter: ik had meteen enkele kant-en-klare oplossingen. De eerste was een influencer worden met een half miljoen volgers en via een betaalde post een gratis koptelefoon van Bose, Beats of Sennheiser uit de brand slepen. Dat leek me op het eerste gezicht een heel goed plan, maar op het eerste gezicht is een weekend naar de Elzas ook een leuk idee. Ook het hele deel van een schoenzool worden en leven van zever met een saus van zever erover stootte me alsnog voldoende af om toch maar voor oplossing twee te gaan. Dat was naar de winkel gaan en een nieuwe koptelefoon kopen. Drie dagen later alreeds had ik voldoende energie gespaard om een Vlaamse binnenstad aan te kunnen en naar een echte winkel te gaan. Ik stond in de winkel en zag de dozen hangen en toen had ik er plots helemaal geen zin meer in en ging naar huis, alwaar ik in Dagboek van een jaar van Tommy Wieringa las en naar The Teskey Brothers luisterde door gewone luidsprekers. De herinnering aan mijn eerste koptelefoon dateert uit het jaar 1998, toen ik met mijn allereerste mp3-speler met 16MB geheugen in mijn zak en de muziek van Deftones zo hard mogelijk door mijn oren de campus van Don Bosco in Haacht opwandelde. Koptelefoons sluiten je af, vervormen je omgeving tot een live videoclip, doen het drukke gedoe om niks verdwijnen. Ze scheppen afstand en de afstand relativeert de wereld die je visueel waarneemt. Je wordt er ook fucking doof van. En als je doof wordt, moet je het volume nog luider krijgen om dezelfde fysieke rush te krijgen. Er is geen uitzonderlijk hoog IQ nodig om te zien hoe cirkelvormig dit vicieuze proces wel is. Ik spendeerde mijn jeugd naast luidsprekers en versterkers in clubs en kelders vóór er sprake was van geluidsnormen, maar denk dat al die jaren met een koptelefoon zitten schrijven meer kwaad heeft gedaan dan al die honderden watts geschreeuw in de jaren negentig. Ik heb intussen het gehoor van iemand die tien jaar ouder is. Je trilharen geven het stilaan op en je verliest frequenties. Ik vind dat niet zo fijn, maar ik vind het ook niet heel erg. Het lichaam moet tonen wat zijn gebruiker doet. Mensen met parka's en dure zeep thuis hebben het graag over ecologisch dit en reis maar niet met een vliegtuig als het niet hoeft, en we moeten niet de hele tijd naar al de andere kanten van de wereld om eens wat te ontspannen of de indruk te krijgen dat we de sleur van het bestaan ontvluchten. Ze hebben in al hun pretentieus gelul wel gelijk. Want alles wat je nodig hebt, zijn twee grote doppen over je oren, je muziek en een wandeling of een ticket voor de bus of de trein. Zo reis je naar waar je wilt. Vermijd misschien de Elzas.