Als minister van Cultuur wil Jan Jambon naar eigen zeggen de sterktes van het bestaande Vlaamse cultuurbeleid verder uitbouwen, en tegelijk 'nieuwe accenten leggen om de maatschappelijke, persoonlijke én economische waarde van cultuur te maximaliseren.' Dat staat te lezen in zijn beleidsnota, die dit weekend is gepubliceerd. Tegelijk plant Jambon, die ook minister-president is, net zoals in andere sectoren een besparingsoefening.

In de werkingssubsidies wordt een generieke besparing van 6 procent doorgevoerd, behalve voor de zeven erkende kunstinstellingen. Dat zijn onder meer de Vooruit in Gent, de Ancienne Belgique in Brussel en het Kunsthuis (Opera Vlaanderen en Ballet Vlaanderen). Voor hen is de besparing beperkt tot 3 procent.

Maar Jambon snijdt vooral in de projectsubsidies. Die gaan van 8,47 miljoen dit jaar naar 3,39 miljoen volgend jaar, een daling van 60 procent . - waar de besparing op de subsidies beperkt wordt tot 3 procent. 'Het projectenbeleid (...) mag er niet toe leiden dat de illusie wordt gecreëerd dat dit automatisch leidt tot een structurele subsidie', schrijft Jambon in zijn beleidsnota. 'Bij de beoordeling gebeurt de selectie prioritair in functie van het potentieel om een internationaal niveau te bereiken. Selectiever kiezen moet ook leiden tot een betere ondersteuning.'

Projectsubsidies zijn bedoeld voor initiatieven die beperkt zijn in de tijd. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een buitenlandse tournee, de creatie van een nieuwe voorstelling of de vertaling van een boek.

Een werkingssubsidie steunt een organisatie structureel over een periode van vijf jaar. De huidige periode loopt nog tot eind 2021.

Overleg Kunstenorganisaties (oKo), de belangenbehartiger en werkgeversfederatie van meer dan 220 kunstenorganisaties in Vlaanderen en Brussel, betreurt die beslissing uiteraard. 'De Vlaamse regering stelt in haar regeerakkoord dat ze wil inzetten op cultuur, excellentie en internationale uitstraling. Tegelijk moet de hele kunstensector fors besparen: kunstinstellingen, kunstenorganisaties én kunstenaars. Hoe de regering die plannen met elkaar wil laten sporen, laat men nog in het midden', zegt oKo-directeur Leen Laconte. 'De kansen in het regeerakkoord vertalen zich voorlopig niet in beleid. De kunstensector is er jammer genoeg ook nog niet over geconsulteerd.'

Dat de regering volgend jaar al wil besparen, ligt moeilijk voor Laconte. 'De engagementen voor 2020 zijn al lang gemaakt. Besparen laat een verzwakte sector achter. We besparen bovendien al tien jaar, sinds 2010 al meer dan 25 miljoen euro. Daardoor zijn er veel vaste contracten noodgedwongen vervangen door freelance engagementen en contracten van korte duur. Ondertussen zijn de organisaties de kwaliteitslat voor zichzelf wel hoog blijven leggen.'

Laconte vraagt alvast om snel overleg met minister Jambon: 'Een dermate grote besparing blokkeert de toekomst van de kunsten. En een echt alternatief is niet voorhanden. De sector vraagt de minister-president om de projectsubsidies snel terug op peil te brengen.'

Naast de besparingen krijgen bepaalde organisaties en sectoren de komende vijf jaar ook 'nieuwe impulsen'. Onder meer het cultureel erfgoed, het Vlaams Audiovisueel Fonds en Literatuur Vlaanderen, het vroegere Vlaams Fonds voor de Letteren, kunnen op extra steun rekenen. Iets waar ook de woordvoerder van Jan Jambon op wijst in wat voorlopig de enige reactie van zijn kant is: 'Beleid is kwestie van keuzes maken en de bomen groeien jammer genoeg niet tot in de lucht. Het was al langer bekend dat zes procent zou moeten worden bespaard. We zijn er in geslaagd om de besparing bij enkele instellingen te beperken tot 3 procent. We geven ook nieuwe beleidsimpulsen. Voldoende ruimte dus voor innovatief cultuurbeleid.'