Sinds hij in 2012 een vierde Oscar won, voor het scenario van Midnight in Paris, heeft Woody Allen de wind almaar meer van voren gekregen. In 1992 had Allens ex Mia Farrow hem er al van beschuldigd dat hij zich aan zijn toen zevenjarige pleegdochter Dylan Farrow had vergrepen. Maar de pers had vooral belangstelling voor Allens destijds nieuwe relatie, met een andere pleegdochter van Farrow: de toen 21-jarige Soon-Yi Previn. Allen was op dat moment al 56. De twee zijn nog steeds samen en al jaren gehuwd.
...

Sinds hij in 2012 een vierde Oscar won, voor het scenario van Midnight in Paris, heeft Woody Allen de wind almaar meer van voren gekregen. In 1992 had Allens ex Mia Farrow hem er al van beschuldigd dat hij zich aan zijn toen zevenjarige pleegdochter Dylan Farrow had vergrepen. Maar de pers had vooral belangstelling voor Allens destijds nieuwe relatie, met een andere pleegdochter van Farrow: de toen 21-jarige Soon-Yi Previn. Allen was op dat moment al 56. De twee zijn nog steeds samen en al jaren gehuwd. Maar de laatste tien jaar kregen de aantijgingen van de Farrows steeds meer aandacht. De ondertussen volwassen Dylan herhaalde ze. Adoptiefzoon Moses Farrow acht de beschuldiging vals en verklaarde gemanipuleerd te zijn geweest door zijn moeder. Maar biologische zoon Ronan Farrow, een journalist die met zijn onderzoek naar Harvey Weinstein een sleutelrol speelde in het ontstaan van MeToo, schaart zich wel achter Dylan. Allen is altijd blijven ontkennen. Ondertussen weigeren sommige filmsterren nog voor hem te acteren en verbrak Amazon een contract voor vier films. De grote uitgeversgroep Hachette zag vorig jaar na protest van werknemers af van de publicatie van zijn memoires Apropos of Nothing. Het kleinere Arcade Publishing gaf het boek dan maar uit. Het recentste hoogtepunt van de controverse is de HBO-documentaire Allen v. Farrow, die de zaak in vier afleveringen reconstrueert, inclusief een nooit publieke vertoonde video met de kleine Dylan. Het ene kamp zag zich gesterkt in zijn overtuiging, het andere verweet de makers extreme vooringenomenheid. Woody Allen laat het niet aan zijn hart komen en vond in Europa wel nog de vrijheid en de middelen voor een nieuwe film, zo vertelde hij ons in december vorig jaar (dus nog voor de HBO-reeks). In Rifkin's Festival maakt een door zijn echtgenote naar het filmfestival van San Sebastián meegesleurde neurotische filmsnob een veel jongere dokteres het hof. De met zwart-witpersiflages op scènes van Fellini, Truffaut en Bergman opgesmukte routineuze film is lang geen Annie Hall (1977), Hannah and Her Sisters (1986) of Match Point (2005). Maar dat de film er überhaupt is, is al een half mirakel als je rekening houdt met Allens hoge leeftijd - hij is 85 - en dat vijandige klimaat. Je gebruikte eerder al Rome, Barcelona, Londen en Parijs als decor voor je films, maar is het deze keer niet eerder uit noodzaak dat je naar Europa trok? Omdat acteurs als Timothée Chalamet in Amerika niet meer met je willen werken? Woody Allen: Neen, want er zijn nog altijd genoeg acteurs die wel met me willen werken. Het pijnpunt is de financiering. Een oud zeer. Omdat ik Rifkin's Festival in Europa wel kon financieren ben ik naar San Sebastián getrokken (waar de film vorig jaar ook in première ging, nvdr.). Zaken zoals je uitgever die in laatste instantie afziet van publicatie van je autobiografie, dat moet toch pijn doen? Allen: Neen. Ook al lieten ze me vallen, ik kon goed met de uitgever opschieten. Ze hebben me na de beslissing om het boek toch niet te publiceren erg vriendelijk behandeld. Ik vond dezelfde dag nog een andere uitgever en die kreeg het hele pakket netjes toegestuurd: de prints, de correcties, de cover, het artwork. Je wordt een slachtoffer van cancel culture genoemd. Voel je je ook een slachtoffer? Je autobiografie is inderdaad toch uitgegeven, je vorige film A Rainy Day in New York raakte uiteindelijk wel in de bioscopen en nu presenteer je een nieuwe film. Allen:If you're going to be cancelled by a culture, this is the culture to be cancelled by. Het kan me met andere woorden werkelijk totaal niets schelen. Ik doe mijn werk zonder mij dáár het hoofd over te breken. Ik ben erg blij dat ik word gecanceld. Ik blijf met plezier in mijn eigen wereld. Ik ben trouwens nooit echt thuis geweest in Hollywood. Ik heb vanuit New York altijd mijn ding kunnen doen. Ik ben geen grote fan van cancel culture. Ik wil daar niks mee te maken hebben. Volgens mij waait dat wel weer over. We hebben nog tijden meegemaakt waarin de vrijheid van expressie werd gecontesteerd en de drang naar politieke correctheid enorm groot was. Achteraf kijken we daar meestal meewarig of vol verbazing op terug. Waarom precies heb je je autobiografie opgedragen aan je echtgenote Soon-Yi? Allen: Als je me toen ik jong was had verteld dat ik een zoveel jongere vrouw van Aziatische origine zou huwen en twee kinderen met haar zou grootbrengen, ik zou je nooit hebben geloofd. Ik ging vooral uit met actrices uit New York en af en toe uit Californië, Amerikaanse meisjes die ik begreep en die mijn leeftijd hadden. Door het belachelijkste toeval, de absurdste combinatie van gebeurtenissen, kwam Soon-Yi in mijn leven. Ik was al eens getrouwd. Ik had jarenlang als vrijgezel geleefd. Ik heb met verschillende vrouwen relaties gehad en met sommigen had ik korte of lange tijd samengewoond. Maar Soon-Yi heeft mijn leven gered. Ik heb alles aan haar te danken. Ze is een heel grote inspiratie. Als ik haar niet had ontmoet, was mijn leven nog veel en veel ellendiger geweest. Is een hypochonder, zoals ook driekwart van je hoofdpersonages, beter voorbereid op een pandemie en quarantaine? Allen: Ben je op je hoofd gevallen? Ik heb me de hele tijd onder mijn bed verstopt. Ik zette mijn masker amper af, liet me om de zoveel tijd testen en ging amper naar buiten. De quarantaine zelf was geen al te grote ramp. Zo hard veranderde mijn leven niet. Ik ben een schrijver, weet je. Ook al als er geen pandemie woedt, breng ik het gros van de dag in mijn huis door met schrijven of wat klarinet oefenen. Maar na een dag hard werken vind ik het zeer aangenaam om met mijn vrouw of vrienden te gaan dineren. Die etentjes en de bijbehorende gesprekken heb ik harder gemist dan de reizen naar Parijs, Londen en de andere grote Europese steden. Daar kan ik straks wel weer naartoe. Die pandemie blijft niet duren. Het advies van Rifkin's Festival: 'Wrap your troubles in dreams en dream your troubles away.' Allen: Volgens mij is dat het beste wat je kunt doen. Wat is de zin van het leven? Hoe best te leven? Het zijn vragen waar we allemaal mee worstelen. Mijn conclusie was: zoek zoveel mogelijk afleiding van de lelijke werkelijkheid. Als jongetje vond ik verstrooiing in film. Elke dag ging ik naar de bioscoop, want films konden me afleiden van de pijn die inherent is aan het nare bestaan. Toen ik ouder werd, leek het me een uitstekende bezigheid om zelf voor verstrooiing te zorgen en mensen met films even hun zorgen en ongeluk te doen vergeten. Je hoofdpersonage is deze keer een schrijver die aanvaardt dat hij nooit Dostojevski en Stendhal zal evenaren. Was het ooit jouw geheime ambitie om je te meten met de grote filmmeesters die je persifleert in Rifkin's Festival, met namen als Bergman, Buñuel, Fellini of Truffaut? Allen: Ja, maar ik heb die ambitie opgegeven. Ik ben ondertussen 85. Ik heb ruimschoots de kans gekregen om een grote filmkunstenaar te worden. Ik heb die ambitie niet kunnen waarmaken. Ik berust daarin. Dat maakt me kwaad noch triest. Ik vind dat ik enkele fijne films heb gedraaid. Ik heb er vooral veel gemaakt. Bijna vijftig. Sommige zijn best goed maar ik aanvaard het feit dat ik niet ben uitgegroeid tot een van de grote filmkunstenaars. Ik ben blij dat ik mijn leven heb kunnen slijten in de film en goed genoeg verdiende om met mijn gezin comfortabel te leven. Wanneer heb je die ambitie opgegeven? Allen: Rijkelijk laat. Tien jaar geleden, zoiets? Ineens besefte ik dat ik nooit een grote film zou maken omdat ik die grootsheid niet in me heb. Ik kan een goeie film maken, zelfs meer dan één, maar daar blijft het bij. En zo is het goed. Door zo oud te worden weet ik dat het er helemaal niet toe doet. Wat zou het verschil zijn als ik wél een grote filmregisseur was geworden, iemand van het kaliber van Akira Kurosawa? Ik zou vandaag nog steeds 85 zijn, me onder mijn bed verstoppen voor een pandemie en beseffen dat ik in een nabije toekomst dood zal gaan. Wat maakt het uit of ik nu een grote of een mediocre regisseur ben? In beide gevallen wacht me het graf. Mijn nalatenschap interesseert me geen zier. Van mij mag je al mijn films in de prullenmand gooien. Dood heb ik daar niets meer aan. Ingmar Bergman is de enige van die regisseurs naar wie je in Rifkin's Festival meer dan één keer knipoogt. Allicht geen toeval. Allen: Bergman was niet alleen een groot kunstenaar die de filmtaal beheerste, een sterke visie had en bijgevolg grote films maakte. Zijn onderwerpen waren altijd diepzinnig en zijn visie op het leven resoneerde heel sterk in mij. Daarom was hij mijn idool. Je zit nooit om een grap of een oneliner verlegen maar van optimisme kan men je bezwaarlijk beschuldigen. Allen: Mijn levensvisie is altijd pessimistisch geweest. Het leven is een zinloze ervaring. Voor veel mensen, waar ter wereld ze ook wonen, komt daar nog eens heel wat lijden bovenop. Aan een deel van hun ellende kunnen ze niets doen, omdat ze erin geboren zijn. Door dwaas gedrag en inschattingsfouten halen velen zich extra ellende op de hals. Het leven is een wrede ervaring. Sommigen vinden dat ik dat niet luidop mag zeggen omdat ik successen heb gekend en best wel wat geld heb verdiend. Daar ben ik het niet mee eens. Natuurlijk zijn er mensen die veel meer ellende hebben gekend dan ik. Maar mijn punt is dat het leven zelfs voor de grootste gelukzakken betekenisloos is. Hoe succesrijk of rijk ook, we maken dezelfde verschrikkelijke dingen mee: geliefden verliezen, oud worden, aftakelen, doodgaan. Volgt er een vijftigste film? Allen: Jazeker. Ik stond vorig jaar op het punt om naar Parijs af te reizen om er te draaien toen de pandemie toesloeg. Het is nu wachten tot iedereen gevaccineerd is om die film alsnog te maken. Maar of er daarna nog volgen, valt nog te bezien. Misschien wordt de vijftigste mijn laatste, misschien ga ik door. Voor het eerst ben ik niet helemaal zeker. Films belanden tegenwoordig zo vaak rechtstreeks op het kleine scherm. Zalen sluiten, de filmindustrie verandert razendsnel. Ik moet nog uitvissen of ik daar wel aan mee wil doen.