'Hoe gaat het met je?'
...

'Hoe gaat het met je?' 'Op mijn vijfde voelde ik me al angstig en kwetsbaar. Dat was op mijn 35e en 65e nog altijd zo en het is er niet beter op geworden nu ik 83 ben. Ik zou hier en nu kunnen doodvallen zonder dat het jou en je collega's zou verrassen. Jullie zouden tegen elkaar zeggen: wat wil je, hij was er al 83. ' Zelfs van een beleefdheidsvraag weet Woody Allen iets te maken. Zijn geslagen blik en broos postuur versterken het tragikomische effect. Hij gebruikt die lichaamstaal al sinds de jaren zestig. Niemand heeft meer neuroten gespeeld, bedacht, uitgelachen en getroost en daar Oscars en wereldwijd succes mee geoogst dan Woody Allen. Toch wringt er iets. Neuroten zien donkere wolken waar er geen zijn, Woody Allen ziet er vandaag geen waar er wel zijn. A Rainy Day in New York had één groot feest moeten worden. Zijn vijftigste (!) film, een romantische komedie met in de hoofdrol twee van de meest charismatische acteurs van de nieuwe generatie: Elle Fanning en Timothée Chalamet. Niet gedraaid in een Europese stad die extra toeristen wil lokken, maar in de stad van zijn leven, zijn dromen en zijn beste werk: New York. De sombere realiteit is echter dat A Rainy Day in New York niet uitkomt in de Amerikaanse bioscopen en dat de laudatio's voor zijn jubileumfilm uitblijven. Met zijn voormalige geldschieter Amazon is hij in een rechtszaak verwikkeld. Chalamet betreurde publiekelijk hun samenwerking. Zijn publicist blijft tijdens het interview op luisterafstand om te voorkomen dat hij reageert op vragen over de MeToo-kwestie (zie kader). Zelf lijkt hij voor de vlucht vooruit te kiezen en doet hij alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Het is ook niet allemaal kommer en kwel. Tot nog toe is zijn aanhang hem trouw gebleven en in Europa komt A Rainy Day in New York met wat vertraging wél uit.Ik dacht even dat dit een afscheidsinterview zou worden, maar blijkbaar wordt A Rainy Day in New York dan toch niet je laatste film? Woody Allen: Ik heb net de opnames van Rifkin's Festival afgerond. Veel kan ik je er nog niet over vertellen. Zelfs de titel zou nog kunnen veranderen. Hij speelt zich af tijdens het filmfestival van San Sebastian en gaat over een Amerikaans koppel dat het festival bijwoont omdat de vrouw er de persrelaties voor enkele genodigden verzorgt. Ik werkte samen met Christoph Waltz, Gina Gershon, de wonderbaarlijke Fransman Louis Garrel en enkele fabuleuze Spaanse acteurs, want de Spanjaarden hebben voor de film betaald. Het waren heerlijke weken. Straks keer ik naar New York terug om de film in elkaar te steken. Op dit moment ben ik in mijn nopjes, maar als ik straks begin te monteren zal ik teleurgesteld zijn door wat ik er máár van gemaakt heb. Dat is altijd zo. Een film is fantastisch zolang hij in je hoofd zit, zolang je schrijft, cast en voorbereidt. Eens hij af is, verandert dat. De titel verraadt het al: A Rainy Day in New York speelt zich af in dezelfde stad als klassiekers als Annie Hall en Hannah and Her Sisters. Idealiseer je de Big Apple niet iets te fel? Allen: Ik ben een grote fan van steden en geef ze graag een grote rol in mijn films. Of het nu Barcelona, Rome, Parijs of New York is: ik vind het belangrijk om te draaien op een plek die me bevalt en die plek te tonen. Dat hoeft niet noodzakelijk een realistische weergave te zijn. Ik toon de stad zoals ik die aanvoel. Het New York dat Martin Scorsese of Spike Lee laten zien verschilt sterk van het New York in mijn films. Hun weergave is behoorlijk realistisch en solide, de mijne niet. Ik filter New York door mijn gedachten, op een idealistische manier. Hetzelfde kun je zeggen over al die andere steden waar ik films heb gemaakt. Metropolen betekenen veel voor mij, misschien omdat ze hoogtepunten van de beschaving zijn. Daar vind je de schouwburgen, de bioscoopzalen, de musea, de boekhandels, de platenwinkels. Ik ben hier nu al twee dagen in Parijs. Mijn vrouw wil alle musea afdweilen, maar ik verdwaal liever in de straten. Dat is pas entertainend. Ik hou van het stadsgewoel, van hoe de mensen eruitzien, van de actie, de kleine drama's die je overal rond je ziet. Ik heb dat altijd al enorm aangenaam gevonden. Je zou uit de schijnwerpers kunnen verdwijnen. Je zou de hele dag kunnen lezen, klarinet spelen, sportwedstrijden bekijken of citytrippen, maar je blijft werken. Waarom eigenlijk? Allen: Werk is mijn verstrooiing. Werken voorkomt dat ik moet nadenken over het feit dat ik 83 ben en elk moment kan doodvallen, want dat is een van de dingen die 83-jarigen nu eenmaal doen. Het werk verplicht me om te focussen op allerlei problemen die moeten worden opgelost: de ontwikkeling van de personages, de kostumering, de fotografie enzovoort. Belangrijk is dat allemaal niet. Als ik een fout maak, zal niemand me neersteken. Ik hou inderdaad van lezen, wandelen en sportwedstrijden, maar dan nog hou ik te veel tijd en ruimte over om het leven en de wereld te overpeinzen, en dat leidt tot grimmige gedachten. Daarom begraaf ik me liever de hele tijd in werk. Is elk werk goed om je te verstrooien of moet het film zijn? Allen: Het hoeft geen film te zijn. Ik maak alleen maar films omdat mensen daar vijftien tot twintig miljoen voor op tafel leggen. Dat is zo zeldzaam dat het ongehoord zou zijn om er nee tegen te zeggen. Maar als ik morgen te horen krijg dat mijn films ineens verlieslatend zijn en dat men er om die reden niet meer in wil investeren, dan verzin ik wel iets anders. Met evenveel plezier schrijf ik een theaterstuk of boek. Maar ik moet iets doen, ik moet werken om mijn gedachten af te leiden van de realiteit. Een autobiografie zou misschien geen slecht idee zijn. Allen: Komt er vroeger aan dan je denkt. Ik gok op volgend jaar. Wat leer je bij over jezelf terwijl je zo'n autobiografie aan het schrijven bent? Allen: Dat ik geen al te opwindend leven heb geleid. Mijn leven is dat van een middenklasser, van een bakker of zakenman. Ik sta op, doe wat lichaamsoefeningen, ontbijt, ga aan de slag, neem een pauze om wat op de klarinet te oefenen of te wandelen met mijn vrouw. Ik doe niets overdreven spannends. Ik heb geen strandhuis, buitenverblijf, boot of vliegtuig. Er is niets verschrikkelijks gebeurd. Een journaliste concludeerde in Cosmopolitan dat er geen grootse Woody Allen-verhalen bestaan. Dat is waar. Ik heb geen grote verhalen. Af en toe vond ik tijdens het schrijven van mijn autobiografie wel iets van enig belang, maar ik heb geen dynamisch leven geleid, boordevol ontmoetingen met illustere mensen. Ik werd niet geconfronteerd met existentiële beslissingen. Mijn films liepen van een leien dakje. Maakt zo'n gebrek aan opwinding je niet wat verbitterd? Allen: Ik wist op zeer jonge leeftijd al hoe hardvochtig, onaangenaam, moeilijk, beangstigend en hartverscheurend het leven kan zijn. Later zag ik dat gevoel bevestigd. Het leven is voor iederéén een harde, zware reis. Met heel veel geluk ben ik ontsnapt aan de vele mokerslagen die het leven uitdeelt. Ik heb een goede gezondheid, mijn ouders hebben lang geleefd, ik heb een gezin en een lieftallige vrouw en sta dicht bij mijn zus. De showbizz is een vrij harde business, maar telkens als ik een pauze nodig had, heb ik die kunnen nemen. Als ik rond me kijk, zie ik overal mensen die een vreselijk bestaan leiden. Ik besef dus hoeveel geluk ik heb gehad. Mijn leven is slechts een haartje verwijderd van een vreselijk leven, maar dat haartje volstaat. In A Rainy Day in New York moeten de personages van Elle Fanning en Timothée Chalamet kiezen welke richting ze met hun leven uit willen. Herinner je je het moment waarop jij zo'n keuze moest maken? Allen: Ik herinner me dat mijn vrienden zich op de middelbare school het hoofd braken over hun verdere studies. Ze wilden dokter, jurist, docent, wetenschapper of architect worden. Ik voelde de druk om ook mijn toekomst uit te stippelen. Ik ontdekte dat ik gevoel voor humor had. Mensen aan het lachen brengen was mijn talent. Tijd om aan die identiteit te twijfelen was er niet, want professioneel liep alles meteen op wieltjes. Als tiener kon ik alles aan de man brengen wat ik produceerde. Ik schreef voor televisie, radio, cabaret en uiteindelijk ook film. Ik wist vrijwel meteen dat ik daar de rest van mijn leven zou kunnen van leven. Dat is ook gebleken. Timothée Chalamet speelt een nostalgische dromer en pokeraar. Staat zijn personage het dichtst bij u? Allen: Ja. Ik had in mijn jeugd al last van nostalgie. Net als het personage van Chalamet hield ik van zaken waar mijn leeftijdsgenoten geen enkele belangstelling voor hadden. Zij hielden van de populaire muziek van het moment, ik hield van Rodgers en Hart, Charlie Parker en Cole Porter. Ik hield van kaartspelen en van New York in de regen. Vele jaren geleden was ik ook een verwoed pokerspeler. Toen ik zelf nog geen films maakte, speelde ik mee in het catastrofale Casino Royale(een James Bond-parodie uit 1967 met Peter Sellers, Ursula Andress en Orson Welles, nvdr.). Als kleine, onbekende acteur had ik niets te doen. 's Nachts pokerde ik met de acteurs die op een nabijgelegen set The Dirty Dozen opnamen: Lee Marvin, John Cassavetes, Telly Savalas, Charles Bronson. De anderen dronken, lachten, grapten en zeverden. Zij amuseerden zich, voor mij was het business. Ik won aanzienlijke bedragen maar amuseerde mij niet. Ik ben gestopt met pokeren nadat de Amerikaanse producer David Merrick mij erop had gewezen hoe verschrikkelijk veel tijd je met pokeren verspilt. Greta Gerwig en Colin Firth betreuren dat ze met jou hebben samengewerkt. Chalamet schonk zelfs zijn salaris voor A Rainy Day in New York weg. Wat heb je daarop te zeggen? Allen: Ik kan alleen maar zeggen dat ik het zelf een heerlijke samenwerking vond. Zoals altijd. Ik heb nooit problemen gehad met acteurs. Ze waren altijd vriendelijk en leverden goed werk. Voor de rest kan ik er niet veel aan doen. Acteurs zijn vrij om te zeggen wat ze willen. Misschien zijn sommigen bang dat ze op sociale media zullen worden aangevallen. Ik volg dat allemaal niet zo. Het staat hun vrij om niet meer met me samen te werken. Dan zoek ik wel verder. Ik heb net met tal van goede acteurs een nieuwe film gedraaid. Ben je niet boos op Chalamet? Allen: Ik herhaal: Ik kan alleen maar zeggen dat ik het zelf een heerlijke samenwerking vond. Hij was me aangeraden door mijn artdirector die off-Broadway een stuk van Tsjechov opvoerde. Ik heb Chalamet ontmoet en ik mocht hem meteen. Het probleem van veel jonge acteurs is dat ze de neiging hebben om mij te spelen. Ik heb dat liever niet, maar ik besef dat ik hen in die situatie duw: elke zin, elk woord, elke grap komt van mij. Oudere acteurs hebben daar minder last van. Voor Midnight in Paris huurde ik Owen Wilson in. In zijn vertolking was er geen spoor van mij te bekennen. Hij had een eigen persona. Over de rechtszaak tegen Amazon mag je van je advocaten niets zeggen, maar hoe blik je terug op Crisis in Six Scenes, de serie die je voor Amazon Studios maakte? De pers was niet echt enthousiast. Allen: Ik heb geleerd dat tv-series me weinig interesseren. Ik heb mijn hart niet in die serie kunnen leggen. Ik ben het al vele jaren gewoon om films te maken die in de bioscopen worden uitgebracht. Vervolgens komen de mensen kijken of niet. Dat is duidelijk. Een serie in hoofdstukken streamen is heel wat anders. Ik was niet op mijn gemak. Misschien moet ik het nog eens proberen en zal ik dan meer op mijn gemak zijn. Het is wat het is. Ik heb mijn best gedaan, maar volstaat dat? Geen fan van streaming? Allen: Ik ben opgegroeid in een tijd dat bioscoopbezoek een van de grote geneugten des levens was. Je ging ernaartoe met je lief, je vrienden, je ouders of alleen. Vandaag kijkt mijn dochter in bed naar de laptop die op haar knieën ligt. Dat is niet hetzelfde. Ik vind het heel droevig dat cinema langzaam erodeert, maar misschien zal zij later nostalgisch terugblikken op die momenten in haar kamer. Slotvraag. In mei 2016 zei je in dit blad dat het niet uitmaakte of Donald Trump de presidentskandidaat voor de Republikeinen werd, want dat Hillary Clinton toch zou winnen. Maak je je zorgen om zijn beleid en het oprukkende antisemitisme? Allen: Straks zijn er weer presidentsverkiezingen en hopelijk wint dit keer wel een Democraat. Rechts zal de macht weer moeten afgeven en dat zal een kalmerend effect hebben op de hele wereld. Het zou een drama zijn mocht ik mij opnieuw vergissen. We hebben een mooie, beschaafde samenleving. Extreemrechts heeft nog nooit iets goeds gedaan voor de mensheid. Freud zei dat er altijd antisemitisme zou bestaan omdat het menselijk ras een betreurenswaardige soort is. Volgens mij klopt dat. Mensen zijn bang van het leven, zo bang dat ze teruggrijpen naar zeer slechte dingen. Naar antisemitisme is het gemakkelijk teruggrijpen. Het is er altijd geweest en dat zal zo blijven. Als de joden de schuld niet krijgen van wat er allemaal fout loopt, dan zijn het de zwarte mensen. Als het de zwarte mensen niet zijn, dan zijn het de immigranten en ga zo maar door. Er zijn altijd anderen die je de schuld kunt geven en die je pijn kunt doen.