Na Far from Heaven, Mildred Pierce en Carol - films die bol stonden van de gestileerde emoties en als visueel verrukkelijke retroballades voorbij schreden - was het zo reikhalzend uitkijken naar de nieuwste film van Todd Haynes dat elke cinefiel er een stijve nek van kreeg. En ook al haalt Wonderstruck misschien niet hetzelfde meesterlijke niveau, ook dit keer tekent Haynes voor een melodrama waar een melancholische voile om gedrapeerd is en waarin h...

Na Far from Heaven, Mildred Pierce en Carol - films die bol stonden van de gestileerde emoties en als visueel verrukkelijke retroballades voorbij schreden - was het zo reikhalzend uitkijken naar de nieuwste film van Todd Haynes dat elke cinefiel er een stijve nek van kreeg. En ook al haalt Wonderstruck misschien niet hetzelfde meesterlijke niveau, ook dit keer tekent Haynes voor een melodrama waar een melancholische voile om gedrapeerd is en waarin het raffinement van elk shot afdruipt. Bovendien is deze verfilming van Brian Selznicks jeugdroman wellicht zijn meest ambitieuze werk, met zijn twee vertelniveaus - een deel speelt zich af in 1927, een ander in 1977 - die twee uur lang dooreen worden geweven, en zijn wonderlijke, op 35 mm geschoten reconstructies van het New York van de twenties en seventies. Alsof je door een teletijdmachine wordt geflitst. Het raamverhaal, in diepe, gesatureerde kleuren, gaat over een jongen die, na de dood van zijn moeder en een ongeval waarbij hij zijn gehoor verliest, in The Big Apple op zoek gaat naar zijn vader die hij nooit heeft gekend. Parallel daarmee, en met zwierige overgangen op de tonen van componist Carter Burwell (één van de onbetwiste hoofdpersonages), toont Haynes in prachtig zwart-wit hoe een doof meisje vijftig jaar daarvoor een gelijkaardige tocht onderneemt om haar moeder terug te vinden; een steractrice uit het stille filmtijdperk. Af en toe zijn de symbolen en toevalligheden een beetje too much en op een scheut sentiment wordt zeker in de slotscènes (waarin alle narratieve touwtjes nog gauw even moeten worden samengeknoopt) niet gekeken. Maar één: wie alleen oog heeft voor het verhaal, moet niet naar de bioscoop, maar naar de bibliotheek. Twee: Haynes toont zich ook nu een rasstilist die pellicule door zijn aderen heeft lopen en weemoed en tristesse kan bottelen zonder er een kitschsoufflé à la The Curious Case of Benjamin Button van te maken. En drie: ook dit keer deinst Haynes er, samen met zijn onvolprezen cameraman Ed Lachman, niet voor terug om alle registers open te trekken (inclusief stille film-pastiches, stop motion-sequenties, funky urban jungle-scènes) van die wonderlijke toverdoos die cinema heet. Een film waar zowel het kind als de cinefiel in u warm van zal worden.