'Ben je bereid om voor driehonderd dollar per week voor Paramount te werken? Alle onkosten worden vergoed. Dat bedrag is peanuts. Er vallen miljoenen te verdienen en je enige concurrenten zijn idioten. Hou het stil.' Dat was de boodschap die Herman J. Mankiewicz in 1925 per telegram liet bezorgen aan collega-scenarist Ben Hecht, en samen met zijn Oscarwinnende scenario voor Orson Welles' Citizen Kane moet het zo ongeveer het bekendste zijn wat 'Mank' ooit heeft gepend.
...

'Ben je bereid om voor driehonderd dollar per week voor Paramount te werken? Alle onkosten worden vergoed. Dat bedrag is peanuts. Er vallen miljoenen te verdienen en je enige concurrenten zijn idioten. Hou het stil.' Dat was de boodschap die Herman J. Mankiewicz in 1925 per telegram liet bezorgen aan collega-scenarist Ben Hecht, en samen met zijn Oscarwinnende scenario voor Orson Welles' Citizen Kane moet het zo ongeveer het bekendste zijn wat 'Mank' ooit heeft gepend. In David Finchers gelijknamige, nu al voor menig Oscar getipte biopic krijgt het beruchte telegram evenwel een andere bestemmeling: Hermans jongere broer Joseph, die hem als regisseur van All About Eve en Cleopatra later zou overvleugelen. Daarmee lengt Fincher feit aan met fictie, en goochelt hij met de geschiedenis om er een nog beter verhaal uit te puren. Zijn protagonist zou het toegejuicht hebben, want in zijn capricieuze carrière deed de briljante scenarist immers niets anders. Verwacht van Mank dus géén stoffige nostalgietrip, géén making-of van Citizen Kane, laat staan een cinefiel nerdvana waarin naast Orson Welles ook Irving Thalberg, Louis B. Mayer, David O. Selznick en andere grote Hollywoodproducenten opduiken. De film die David Fincher regisseerde op basis van het scenario van zijn inmiddels overleden vader Jack is een zwierige, in nicotine en bourbon gedrenkte en op feiten gebaseerde fabel over hoogmoed, machtswellust en integriteit. Of beter: het gebrek daaraan. Fincher giet zijn portret in lumineuze zwart-witbeelden, inclusief trompe-l'oeuildecors van weleer, en neppe markeerpunten die aangeven dat er van filmspoel moet worden gewisseld. Maar daarom is Mank nog geen film die klakkeloos de stijl van de jaren dertig imiteert, als een digitaal geretoucheerde pastiche. Daarvoor zit er te veel zelfbewustzijn in, en bovendien komen er te veel flashbacks in voor, waarin Mankiewicz, die meer gaf om zijn loonstrookje dan om de zevende kunst, terugblikt op sleutelscènes uit zijn leven. Precies dezelfde techniek en structuur bezigde Mank in zijn magnum opus Citizen Kane, het verhaal van de opkomst en val van krantenmagnaat Charles Foster Kane, en van een turbulent leven vol headlines en hybris. Die fictieve mediatycoon had Mankiewicz, die in de jaren dertig minstens zozeer bekend stond voor de oneliners die hij afvuurde op jetsetfeestjes als voor de dialogen die hij schreef, gemodelleerd naar William Randolph Hearst. Blij was die laatste daar niet mee. Zeer integendeel. De even almachtige als achterdochtige Hearst zag Citizen Kane als een persoonlijke aanval, aangezien Mankiewicz vaak te gast was geweest in zijn kolossale privépaleis in het Californische San Simeon, en zowel door hemzelf als zijn vriendin, actrice Marion Davies (in Mank gespeeld door Amanda Seyfried), als een vriend des huizes werd beschouwd. Toen Hearst lucht kreeg van het project liet zijn toorn niet lang op zich wachten. Niet alleen sponsorde hij (antisemitische) lastercampagnes nog voor de film van RKO Pictures in de bioscoop belandde, hij zette ook (veelal Joodse) studiobonzen onder druk om hem niet te vertonen, vaak met succes. Bovendien dreigde Hearst, die al even rancuneus bleek als zijn alter ego Kane, ermee om allerlei bezwarende informatie in de openbaarheid te gooien van iedereen die eraan had meegewerkt. De lepe Mankiewicz wist de dans grotendeels te ontspringen, en pende ook na Citizen Kane nog prestigefilms, waaronder Pride of the Yankees, waarvoor hij zijn tweede Oscarnominatie binnenhaalde. Welles daarentegen, die bewust voor Mank had gekozen wegens zijn connectie met Hearst, kreeg het hard te verduren. In de kranten van Hearst werd het wonderkind - amper 24, maar toen al een nationale theater- en radioberoemdheid - beschuldigd van communisme zodat hij FBI-directeur J. Edgar Hoover achter zich aan kreeg. En hoewel de aanklachten ongegrond waren en zonder direct gevolg bleven, zou hij daarna nooit nog dezelfde vrijheid en status genieten. Dat Citizen Kane toch een hit werd en zelfs de annalen inging als de heilige graal van de moderne, Amerikaanse cinema mag dan ook een mirakel heten, met dank aan de jubelrecensies van de filmcritici. Het raamverhaal van Mank, Finchers Hollywoodparabel waarin de scenarist met bravoure en een scheut ironie wordt vertolkt door Gary Oldman, speelt zich af in 1939. Op dat moment flaneerde Mankiewicz al anderhalf decennium door La La land, en had hij voor Paramount successen geboekt als scenarist van Jozef von Sternberg ( The Last Command, 1928), en als producent van de Marx Brothers-farces Horse Feathers (1932) en Monkey Business (1931). Bovendien had hij voor MGM het bejubelde Depressiedrama Dinner at Eight (1933) geschreven, en was hij diegene geweest die voor The Wizard of Oz (1939) het idee had gelanceerd om de scènes in Kansas in sepiatinten en die in de sprookjeswereld van Oz in Technicolor te filmen. Toch genoot Mank vooral naam en faam als flamboyante societyfiguur, met een sigaret in de ene hand en een whiskyglas in de andere. Hij kwam in Los Angeles aangewaaid vanuit zijn geboortestad New York, waar hij voor The New Yorker had gewerkt als theatercriticus. Als dartele dandy en erudiete intellectueel kende hij zijn literaire klassiekers. Maar naast een geestige causeur en een alom geprezen schrijver was hij ook een notoir dronkenlap, een dwangmatige gokker en een soms onbeleefde ploert die er niet voor terugdeinsde en plein public stampij te maken. Bovendien had hij er een handje van om zijn bazen royaal te negeren, of desnoods te schofferen, waardoor hij in 1939, ondanks zijn staat van dienst, werkloos was. Het verklaart waarom hij meteen bereid was om zijn diensten te lenen aan Orson Welles, ook al keek menig Hollywoodinsider op dat piepjonge, zelfbewuste baasje neer en leek het een missie die tot mislukken gedoemd was. In uitgesponnen flashbacks zoomt Fincher, die put uit anekdotes, archieven en Hollywoodmythologie, gretig in op Mankiewicz' demonen. Telkens als je hem op cocktailparty's, filmsets of in studiokantoren ziet rondstruinen, is hij beneveld. En ook op de ranch in Victorville, waar hij de eerste, 325 pagina's tellende versie van Citizen Kane schreef vanaf het ziekbed waaraan hij na een auto-ongeval gekluisterd was, blijkt de drankduivel hem te machtig. Je ziet hoe hij van Welles (Tom Burke) een krat whiskyflessen opgestuurd krijgt, waaraan hij slechts 's avonds na het schrijfwerk mag lurken. Als we de biografen mogen geloven, ging het er in het echt anders aan toe. Naar verluidt voerde zijn secretaresse Rita Alexander (Lily Colllins) hem tijdens die noeste werkweken elke avond naar een kroeg in de stad, waar hij welgeteld één borrel kreeg, om daarna braafjes weer teruggereden te worden. Het was zowat de soberste periode uit Mankiewicz' volwassen, chronisch benevelde leven. Pogingen om hem via psychoanalyse van de drank af te helpen, gingen de mist in: in 1953 bezweek hij aan nierfalen. Minstens even destructief als zijn alcoholconsumptie was zijn gokgedrag. Mank gokte op alles, naar eigen zeggen ooit zelfs op het vallen van een blad. Voor vijfduizend dollar! Toen hij midden jaren dertig even de best betaalde scenarist van Paramount was, kwam dat niet door zijn output, maar omdat hij de boekhouder had omgepraat om hem vijfhonderd dollar per week extra te geven, een bedrag dat diende om zijn gokschulden af te lossen. Door zijn hedonistische levenswandel reeg Mank de ontslagen aan elkaar, als hij zelf niet eerst was opgestapt tenminste. Toch bleef niet alleen zijn vrouw Sara (in de film gespeeld door Kate Upperton), met wie hij twee kinderen had, hem trouw. Ook filmmogol Louis B. Mayer gaf hem meerdere kansen, die hij telkens opnieuw verknalde. Toen Mayer hem in 1939 toch opnieuw in dienst nam bij MGM, eindigde de klus al een paar dagen later toen hij Mank op heterdaad betrapte op pokeren in zijn studiokantoor. Het is een verhaal dat Fincher in zijn film, net als Citizen Kane een patchwork van flashbacks, achterwege laat. Waar Mank wél op inspeelt, is de gespannen relatie tussen Mankiewicz en zo ongeveer alle studiobonzen die hij frequenteerde. Irving Thalberg, de jonggestorven MGM-legende die nochtans te boek stond als een briljante filmproducer en intellectueel, kon hij niet luchten. Een subplot toont hoe Mayer en Thalberg met succes neppe nieuwsreels produceren om de verkiezing van de linkse gouverneurskandidaat Upton Sinclair te dwarsbomen, waarop Mank zich ontfermt over de suïcidale cameraman die zich had laten verleiden tot het regisseren van die fakenewsfilmpjes. Hoewel Thalberg effectief die dubieuze newsreels in elkaar liet flansen, tot horreur van de Hollywood liberals van weleer, is de link die Fincher legt met Mankiewicz echter zo goed als zeker fictief. Politiek gesjacher was immers niet de reden waarom Mank studiobobo's hartsgrondig haatte. Het was hun inhaligheid, controledrang en opportunisme, dingen waar hij als vrijgevochten, goedhartige maar immer beschonken geest van gruwde. Bovendien was hij politiek hoogst inconsistent, om het zacht uit te drukken. Hij had de ballen om in 1933, amper twee maanden nadat Hitler tot Duits kanselier was verkozen, het scenario te pennen van de antinazifilm The Mad Dog of Europe, die evenwel nooit zou worden gemaakt. Een paar jaar later sprak hij als zoon van Joods-Duitse immigranten evenwel zijn sympathie uit voor Charles Lindbergh, hoewel hij weet had van diens antisemitische denkbeelden. Bovendien kantte hij zich tegen de Amerikaanse inmenging in WO II, passages waar Fincher evenwel glad aan voorbijgaat. Die eigengereidheid, of laconieke houding, hypothekeerde Mankiewicz' artistieke erfenis. Jaren na zijn dood mag de beruchte filmcritica Pauline Kael hem dan wel 'de missing link tussen veel van de beste Hollywoodfilms ooit' hebben gedoopt, het blijft tot vandaag speculeren wat zijn bijdrage aan welke films is geweest. Binnen het oude studiosysteem waren scenaristen immers weinig meer dan huurlingen die nauwelijks controle hadden over hun werk. De credits van The Wizard of Oz vermelden zijn naam alvast nergens, en toen hij zijn contract tekende voor Citizen Kane, deed hij dat onder de voorwaarde dat enkel Welles een vermelding als scenarist zou krijgen. Tenminste: tot hij besefte dat hij zichzelf overtroffen had en zijn trots toch begon op te borrelen. Sommige Hollywoodhistorici menen dat Welles flink wat eindredactie deed op Manks oorspronkelijke script en het monumentale ding, dat aanvankelijk American heette, volledig naar zijn hand zette. Anderen claimen dat zeker zestig procent uit Manks koker kwam. Kael trok dat in haar controversiële essay Raising Kane (1971) zelfs op tot honderd en beargumenteerde dat niet Welles maar Mankiewicz de ziel en de motor van de film was. Feit is dat beide heren - die ondanks hun entente nooit vrienden waren - in 1942 uiteindelijk de Oscar voor beste scenario zouden delen, meteen de enige die het in negen categorieën genomineerde Citizen Kane wist te winnen. Geen van de twee kwam echter opdagen voor de ceremonie. Om contractuele redenen, maar evenzeer uit balorigheid. De cynische dankspeech die Mankiewicz volgens biograaf Richard Meryman had voorbereid, zou niemand te horen krijgen. Die luidde: 'Ik ben blij deze prijs te mogen ontvangen in meneer Welles' afwezigheid, omdat het scenario geschreven werd in meneer Welles' afwezigheid.' Staat Orson Welles tot vandaag te boek als een van de grootste genieën en vormvernieuwers die de zevende kunst ooit kende, dan doet de naam Herman J. Mankiewicz enkel nog bij diehard cinefielen een belletje rinkelen. Was het Hollywood, waar zijn concurrenten idioten waren zoals hij in zijn infame telegram aan Ben Hecht beweerde, die hem in de vergetelheid deed glijden? Of was het toch vooral hemzelf, met zijn driftige karakter en destructieve drankzucht? Met het magnifieke Mank lijkt David Fincher alvast meer aan zijn kant te staan dan aan die van Welles, waardoor Herman J. Mankiewicz misschien alsnog de eeuwige roem krijgt die hij verdient, hoewel hij die eigenlijk nooit wilde. Tenminste: toch niet voor die filmprullen die hij om den brode pende.