Vijf gloednieuwe, potent geregisseerde en politiek actuele films voor de prijs van géén: dat is het niet te missen koopje waarop BBC First vanaf vandaag trakteert met Small Axe, een anthologiereeks van vijf op zichzelf staande films van videokunstenaar en filmmaker Steve McQueen. Daarin peilt de regisseur van mokerslagen als Hunger (2008), Shame (2011) en 12 Years a Slave (2013) naar wat het betekende om in de seventies en eighties zwart te zijn in monocultureel Groot-Brittannië. McQueen, een in Londen geboren immigrantenzoon, baseerde zich deels op eigen jeugdherinneringen, maar toch vooral op waargebeurde verhalen van institutioneel racisme en discriminatie die rimpels trokken in de Union Jack maar niet de popculturele canon haalden.
...

Vijf gloednieuwe, potent geregisseerde en politiek actuele films voor de prijs van géén: dat is het niet te missen koopje waarop BBC First vanaf vandaag trakteert met Small Axe, een anthologiereeks van vijf op zichzelf staande films van videokunstenaar en filmmaker Steve McQueen. Daarin peilt de regisseur van mokerslagen als Hunger (2008), Shame (2011) en 12 Years a Slave (2013) naar wat het betekende om in de seventies en eighties zwart te zijn in monocultureel Groot-Brittannië. McQueen, een in Londen geboren immigrantenzoon, baseerde zich deels op eigen jeugdherinneringen, maar toch vooral op waargebeurde verhalen van institutioneel racisme en discriminatie die rimpels trokken in de Union Jack maar niet de popculturele canon haalden. In de eerste film, Mangrove, toont McQueen hoe een zwarte restauranthouder uit Notting Hill wordt lastiggevallen door een racistische, blanke flik, waarop de buurt zich achter hem schaart en richting rechtbank trekt - een zaak die in 1970 de annalen inging als de Mangrove Nine Trial. Film drie, Red, White and Blue, vertelt over Leroy Logan, een idealistische twintiger die begin jaren tachtig wil toetreden tot de Londense politie maar daarbij botst op vooroordelen van zowel korpsleden als zijn eigen pa. Deel vier, Alex Wheatle, vertelt het verhaal van de Britse schrijver met Jamaicaanse roots die in 1981 in de gevangenis belandde na de rassenrellen in Brixton. Film vijf, Education, gaat over een twaalfjarige knul die na een akkefietje meteen naar een kostschool wordt gestuurd, en bij uitbreiding over hoe ras en klasse al te zeer het onderwijs dirigeren. Buitenbeentje van Small Axe, een episch vijfluik dat met een beetje goede wil de Heimat van Black Britain kan worden genoemd, is deel twee, Lovers Rock. De enige fictieve maar meest immersieve film van de vijf sleurt je mee op de dansvloer van een zogeheten bluesparty anno 1980 en doet je de opwinding, romantiek, extase maar ook de toxische mannelijkheid binnen de zwarte gemeenschap haast proeven. Als films maken draait om timing en het instinctief aanvoelen van de tijdsgeest, dan had Small Axe op geen beter moment kunnen komen. Hoewel de films - die verschillen van lengte, stijl en toon - zich afspelen in een gepatineerd verleden, gaan ze namelijk evenzeer over de wereld van nu. Over de protesten van de Black Lives Matter-beweging. Over George Floyd en de strijd tegen politiegeweld. Over de beeldenstorm tegen het koloniale verleden. Het zijn films die ontleden hoe de powers that be het altijd al extra lastig hebben gemaakt voor gekleurde mensen van gewone komaf om aan hun sociale ketenen te ontsnappen. Maar dan zonder in sloganesk simplisme te vervallen, trefzeker op hoofd en hart mikkend én met visuele flair, zoals dat van de man die zowel een Oscar als de Turner Prize won kon worden verwacht. 'Mensen kennen deze verhalen niet', aldus McQueen, die begin dit jaar in Tate Modern nog een retrospectieve had van zijn al even indrukwekkende, intens fysieke en in sociale topics gedrenkte videowerk. 'Zelfs zwarte Britten hebben er amper van gehoord. Ik beschouw het daarom als mijn taak om deze verhalen te vertellen, om duidelijk te maken dat politiegeweld en racisme niks nieuws zijn, maar ingebakken zitten in de machtsstructuren, tot op de hoogste echelons. Het project is ook persoonlijk belangrijk voor me, want het zijn verhalen die deel uitmaken van mijn eigen achtergrond en culturele erfenis.' Hoe persoonlijk dan? Steve McQueen: Mijn vader was bevriend met activist Rhodan Gordon, een van de Mangrove Nine. Als kind hoorde ik mijn pa vaak over die zaak praten en ik zag ze later ook voorbijkomen op tv, maar zonder echt te weten waarover het precies ging. Het geweld hield trouwens niet op na die gewonnen rechtszaak. Een van de Mangrove Nine werd de dag na de uitspraak keihard aangepakt door de politie, een incident waar hij een gebroken been en een gevangenisstraf aan overhield. Het trauma is voor velen nog steeds niet verwerkt. Werd je als kind zelf met racisme geconfronteerd? McQueen: Ik ben nooit opgepakt of zo, en er was niet één specifiek voorval dat me de ogen opende. Maar als je mijn achtergrond hebt, kun je niet anders dan al op vroege leeftijd politiek bewust worden. Je hoort en ziet wat je hoort en ziet. Je merkt dat bepaalde mensen een heel ander leven leiden dan jij. Je wordt anders bekeken door de politie. Bewustwording is een gradueel proces. Discriminatie werkt ook vaak subtiel. Ik had het geluk dat ik naar een lagere school ging die haast uit een sprookje leek te komen. Elke nationaliteit en etnische achtergrond was er vertegenwoordigd: Grieks, Italiaans, Pools, Turks, Indiaas, Afrikaans, Brits. Het was Utopia. Maar eens je een jaar of zeven, acht wordt, begin je steeds meer de hoe-wat-en-waaromvragen te stellen. De realiteit van de buitenwereld dringt steeds meer door. Hoeveel geld hebben je ouders, wat is je huidskleur, je geslacht, je seksuele voorkeur? Naarmate je ouder wordt, word je steeds meer gelabeld door zaken die je toekomst en kansen mee bepalen. Mijn fotoproject Year 3 (een verzameling van ruim drieduizend klasfoto's met Londense schoolkinderen van negen jaar oud, nvdr.) ging daar ook al over. Welke dingen bepalen wie we uiteindelijk worden? Jij bent als zwarte immigrantenzoon een gevierd kunstenaar en filmmaker geworden, wat uitzonderlijk is. Denk je dat de filmwereld nog lang een hoofdzakelijk blank ons-kent-onswereldje zal blijven? McQueen: Het gaat om kansen krijgen. Er zal pas écht iets veranderen als de mensen die de hoogste machtsposities bekleden binnen de filmwereld ook diverser kleuren. De reden waarom ik ineens vijf films heb gemaakt, is omdat ik wilde compenseren voor alle films die indertijd níét werden gemaakt. Ik had Mangrove dolgraag in de bioscoop gezien in de jaren zeventig. Ik had Red, White and Blue dolgraag in de bioscoop gezien in de jaren tachtig. Maar ik zag ze niet, omdat dat soort films er toen gewoon niet waren. We hebben twee generaties zwarte filmmakers, monteurs en producers verloren, en ik hoop dat gat met Small Axe op te vullen. Small Axe werd al in 2014, vlak na je Oscartriomf met 12 Years a Slave, aangekondigd door de BBC, maar toch hebben we er nog zes jaar moeten op wachten. Waarom heeft het zo lang geduurd? McQueen: Ik was er nog niet klaar voor. Ik voelde me niet rijp genoeg. Soms komen dingen zo dicht bij je, dingen die je zelf hebt meegemaakt, dat je er eerst afstand moet van nemen om er een klare kijk op te hebben. Ik had dat perspectief nodig, fysiek, mentaal en geestelijk, om zeker te weten wat ik wilde zeggen en hoe ik het wilde zeggen. Mijn eerste speelfilm was Hunger, en toen dacht ik dat het meteen mijn laatste ging zou worden, dus was mijn redenering: doe geen toegevingen, doe wat je wil. Zoek de extremen op die Bobby Sands (de IRA-militant die in 1981 de hongerdood stierf uit protest tegen het feit dat IRA-leden door de Britse regering niet als politiek gevangenen werden beschouwd, nvdr.) ook opzocht en kijk niet achterom. Voor Small Axe moest ik wel achterom kijken om te weten welk pad ik als mens heb afgelegd om het punt te bereiken waarop ik me nu bevind. De tweede film, Lovers Rock, springt uit de band, al was het maar omdat het de enige fictiefilm is van de vijf. McQueen:Lovers Rock heeft een fictief verhaal maar is wel opgebouwd uit persoonlijke ervaringen. Emotioneel en fysiek is de film waargebeurd. Mijn moeder ging in de sixties vaak naar bluesparty's, ik in de jaren tachtig. In het Verenigd Koninkrijk waren zwarten lange tijd niet welkom in dansclubs. Of er mochten er hooguit drie, vier in. Vandaar dat mensen in het weekend thuis zelf feestjes organiseerden waar zwarte muziek werd gedraaid, waar je je vrijheid kon beleven zonder geconfronteerd te worden met racisme en dat soort crap. Mensen gingen gaan werken om zulke weekends te bekostigen. Die feestjes hadden zowel fysiek als geestelijk iets bevrijdends, alsof je even aan de krokodillen en slangen om je heen kon ontsnappen. Die sfeer wilde ik weergeven, en ook opzoeken. Hoe bedoel je precies? McQueen: Als regisseur wil je perfect voorbereid zijn. Tussen de eerste scriptpagina en de eerste draaidag zitten vaak drie, vier jaar. Alsof je een wapen vasthoudt en vier jaar moet wachten om de trekker over te halen. Al het harde werk is al gedaan eens je op de set komt. Toen ik die kamer van Lovers Rock binnenkwam, wist ik wat de acteurs zouden doen, welke muziek er zou worden gedraaid. Ik was als zwarte regisseur ook omringd door alleen maar zwarte mensen, wat niet vaak voorkomt. Iedereen kon zichzelf zijn. Als kunstenaar ben je vaak een toerist, een bezoeker. Je wordt uitgenodigd in een bepaald milieu of op een bepaalde plek, maar die afstand was er hier niet. Er was ruimte om spontane dingen te laten gebeuren, zoals dat moment waarop de muziek stopt en iedereen Silly Games (een hit uit 1979 van Janet Kay, nvdr.) minutenlang a capella blijft doorzingen. Als in trance. Dat stond niet in het script. Het gebeurde gewoon. Als kunstenaar zet je bepaalde dingen in gang, manipuleer je situaties, maar kunst gaat over loslaten, over ik die out of the fucking way ga. Dan pas is het écht goed. (lacht)Elke film van Small Axe heeft een andere stijl en toon. Wat was daar de gedachte achter? McQueen: Ik en Shabier Kirchner, mijn cameraman die ook een zeiler en een skater is en dus alles weet van balans en beweging, hebben vooraf alle verhalen doorgenomen. Je gaat als een schilder te werk. Hoe benader je het canvas? Gebruik je een borstel of penseel? Welke pigmenten wil je zetten? Voor Mangrove heb ik 35 millimeter gebruikt, omdat die look en textuur overeenstemmen met die van de foto's uit die tijd. Niet omdat ik ze wilde imiteren, wel omdat de tijdsgeest in dat specifieke materiaal besloten zit. Lovers Rock is digitaal gedraaid, omdat er veel in bewogen wordt, en omdat je met lange takes de flow van een dansvloer kunt vatten. Education is geschoten op 16 millimeter omdat de tv-films die indertijd op de BBC werden uitgezonden er ook zo uitzagen. Het voelt als nostalgie, als de saaiste zondag die je kunt doorbrengen. En zo heb ik er in mijn jeugd vele doorgebracht. (lacht)Is er een verschil in de manier waarop je werken benadert als visueel kunstenaar of als filmregisseur? McQueen: Als filmmaker ben je een romancier. Videokunst is meer poëzie. Het is fragmentarischer, dichter. Je hebt maar twee, drie paragrafen om je verhaal te vertellen. Het gaat meer om de rimpels die je in het oppervlak creëert dan om de steen die je in het water gooit. Film gaat ook om rimpels maken, maar het is meer de steen zelf, een vastere massa. Toen je aan Small Axe begon, was er nog geen sprake van Black Lives Matter. Heeft het project door de protesten en de bewustwording ongewild een andere, meer gewichtige betekenis gekregen? McQueen: We hebben deze films gemaakt voor de dood van George Floyd, en voor de protesten tegen racisme en politiegeweld losbraken, omdat het verhalen waren die nooit eerder verteld waren. Dat neemt niet weg dat de films nu uitkomen binnen een veranderd klimaat en een veranderde realiteit, en natuurlijk komen ze daardoor anders binnen. Ik zou liever hebben dat George Floyd nog onder ons was, maar één ding is zeker: hij is niet vergeefs gestorven. Ik hoop dat deze films het debat helpen voortzetten. Dat is wat elke kunstenaar hoopt te bereiken met zijn werk. Waar heb je als kunstenaar zelf het meest aan gehad tijdens het maken van deze films? McQueen: Dat ik eindelijk opnieuw controle had over mijn werk. Niet dat ik dat vroeger niet had, maar toen ik Widows draaide, mijn eerste film voor een Hollywoodstudio, moest ik plots onderhandelen en ruzie maken met producers, desnoods tussen de takes door. Ik dacht: ik ben aan het bekvechten én tegelijk een film aan het maken. Wow. Dit is gekkenwerk. Iedereen zei me: 'Dat is normaal, Steve, als je in Hollywood werkt.' Maar dat is niet hoe ik wil werken. Voor Small Axe hebben de BBC en coproducent Amazon me hun volledige vertrouwen geschonken. Kunst moet vrij kunnen zijn. Je moet als baas - wat een filmregisseur uiteindelijk is - ook anderen vrij laten. Geef mensen de kracht en de mogelijkheden om zichzelf te zijn, en ze zullen hun beste werk leveren. Dat is een van de aangenaamste zaken aan de positie waarin ik me bevind. Behandel mensen zoals je zelf behandeld wilt worden. Sommige producers willen controle maar weten niet eens waarover ze precies controle willen. Je bent dus geen regisseur die zijn acteurs als marionetten behandelt? McQueen: Ik wil mijn acteurs gidsen. Ik wil hen niet controleren. Acteren gaat over de tijd tussen de noten. Het is als Miles Davis. Als je het kunt zeggen in drie noten, de juiste noten op het juiste moment, moet je er geen honderd spelen. Het enige wat een regisseur kan doen, is zijn acteurs het zelfvertrouwen geven om die drie noten te plaatsen. Hoe, waar, wanneer, dat kiest hij zelf. Wat mij kan verrassen, wat hemzelf kan verrassen, wat de kijker kan verrassen. Zo is het leven ook. Iets anders. Door hun stijl, thematiek en setting passen de films in de Britse sociaal-realistische traditie van Ken Loach, Mike Leigh en Alan Clarke, regisseurs die in de seventies en eighties ook heel wat tv-films voor de BBC maakten. Mee eens? McQueen: Ik ben Brits en bijgevolg deel van die traditie, dus natuurlijk is er een link. Maar ik ben niet alleen maar dat. Ik ben ook schatplichtig aan Hollywood, Kieslowski, Godard, Hou Hsiao-hsien, aan filmmakers van over de hele wereld. Als tiener zag ik soms drie films per dag. Ik zag in de bioscoop de wereld voorbijkomen. Die films maakten me bewust van de kracht en de autonomie van beelden. Met alle respect voor Mike Leigh, maar zijn films draaien meer om dialoog dan om beelden. Hij komt uit het theater, ik ben opgevoed door cinema, wereldcinema. Er zijn raakvlakken met de Britse kitchen sink-traditie, maar artistiek heb ik een ander parcours afgelegd. De zoveelste protestfilm maken of een moreel standpunt innemen interesseert me niet. Ik ben geïnteresseerd in de kijker opwinden, triggeren, door beelden te bezigen die het verhaal ontstijgen. Zowel je videowerk als je films zijn danig fysiek en immersief. Is het dan niet frustrerend dat Small Axe door de coronacrisis enkel op tv- en computerschermen te zien zal zijn? McQueen: Zoals iedereen hoop ik dat deze pandemie snel voorbij is, maar ik denk dat mensen de bioscopen zullen overspoelen zodra dat het geval is. Het zal een lawine zijn, een stortvloed van mensen die terug de zaal in willen. Omdat samen verhalen beleven ons in de genen zit. Het is een menselijke behoefte. Dat is het al van in de prehistorie, toen mensen samentroepten rond het kampvuur. Ik heb het geluk gehad dat Red, White and Blue vorige maand te zien was op het filmfestival van Rome. Je hoorde de oohs en aahs van het publiek. Dit is wat we als mensen zijn: een soort die graag samenzit om verhalen te horen. Of het nu in de cinema is, of op school waar een leraar een boek voorleest. Zal cinema verdwijnen door of na corona? Zullen mensen voortaan enkel nog willen streamen? Hell no. Het wordt straks een stormloop op de bioscopen. Ik geloof dat echt. Small Axe moet het nu met vertoningen op tv stellen, maar de films waren geselecteerd voor de festivals van Cannes, Rome en Londen. Op die manier hebben ze toch het stempel 'cinema' gekregen, en dat was heel belangrijk voor mij. Slotvraag. Beschouw je jezelf ook deels als een historicus, aangezien je met Small Axe bepaalde hiaten in de moderne, Britse, haast exclusief wit kleurende geschiedenis opvult? McQueen: De geschiedenis laat ik aan historici en de geschiedenisboeken over. Hoewel mijn films op feiten gebaseerd zijn, kun je altijd zeggen: dit is niet echt gebeurd, of dit gebeurde anders. Ik ben een filmmaker, een verhalenverteller. Ik ga op zoek naar de emotionele waarheid. Toen ik de films liet zien aan enkele historici, reageerden die erg ontroerd, en ik zei hen: 'Maar jullie kennen het verhaal toch? Jullie weten toch wat er gebeurd is?' Toen werd me nog maar eens duidelijk wat de unieke kracht van cinema is, en wat geen enkel ander medium kan: mensen raken tot in het diepste van hun ziel. Geschiedenisboeken geven je de data, plekken en feiten. Film verbindt die dingen en brengt ze tot leven. Zoals ik al zei: Miles Davis had gelijk. Het gaat niet om de noten. Het gaat om de ruimte tussen de noten.