Ik was een alleen-kind. Niet dat ik eenzaam was, maar wel vaak alleen. Gelukkig waren er boeken. Ik heb er veel gelezen. Het was een manier om me te verliezen in een wereld waar ik deel van wilde uitmaken, of die ik op z'n minst wilde kennen. Een manier om mannen en vrouwen te ontdekken die ten dienste van een stevig verhaal onmogelijk of innemend waren - en het liefst allebei. Ik las Bart Moeyaerts Duet met valse noten en voelde maar de helft van de pijn, de helft ook van de liefde van Liselot en Lander. Later probeerde ik vruchteloos om een van De ingewijden te zijn van Hella S. Haasse, en nog later meende ik in mezelf een mannelijke v...