Niemand zet de alledaagsheid zo onalledaags verfijnd in scène als Hirokazu Kore-eda. In zijn nooit schreeuwerige, immer zacht fluisterende films is het niet wachten op het grote dramatische gebaar, het bloedstollende gevecht of de duizendste autoachtervolging, maar op de kleine, bijna verborgen momenten die je sprakeloos en diep ontroerd achterlaten.

De oma die in Still Walking heel eventjes totaal van slag is omdat er een vlinder binnenfladdert. De door zijn moeder in de steek gelaten jongen die in Nobody Knows omhoogkijkt naar een vliegtuig. De verzoenende stilte tussen de vader en zijn zoon die in After the Storm voor de regen schuilen in een speelpleinhuisje. De lijst adembenemende verstilde momenten is lang en Shoplifters breidt ze nog uit. Ouders zien hun kans schoon om in het midden van de dag te vrijen, maar door een stortbui zijn de kinderen vroeger thuis dan voorzien. De oma speelt op het strand met wat zand en ziet dat het goed is. Zelfs de herinnering aan de scènes maakt een mens weker dan een mossel.

Op een dag kom je er onvermijdelijk achter dat je ouders niet perfect zijn.

Cate Blanchett werd door Shoplifters omvergeblazen en omdat de actrice dit jaar voorzitter was van de jury van het festival van Cannes, mocht de 55-jarige Kore-eda een Gouden Palm in ontvangst nemen. Hier en daar was er een festivalganger verrast door de keuze, maar zo goed als niemand misgunde de humanistische rasverteller de felbegeerde filmprijs.

Alleen Japan bleef achter. Premier Shinzo Abe heeft doorgaans niet veel nodig om te pronken met Japanse artiesten die internationale successen behalen, maar Kore-eda's overwinning negeerde hij. Vermoedelijk zint het hem niet dat de regisseur met zijn diepmenselijke verhalen ook pijnpunten blootlegt en de Japanse samenleving met lastige vragen bestookt.

Wél gefeliciteerd met de Gouden Palm. Het was van Shohei Imamura met Unagi in 1997 geleden dat die nog eens naar Japan ging. Zie je in de winst ook een bekroning van de generatie die sinds Imamura het mooie weer maakt: jij, Naomi Kawase, Kiyoshi Kurosawa?

Hirokazu Kore-eda: Het enige dat we gemeenschappelijk hebben is dat onze namen met een K beginnen. (lacht) Kawase maakt een heel ander soort films dan ik, Kurosawa ook. We worden niet als een samenhorend geheel beschouwd. De oude generatie loopt tot en met Imamura. In de jaren negentig was Takeshi Kitano de man. In de jaren 2000 stonden andere regisseurs in de schijnwerpers. Zo gaat dat. Ik ben al lang geen nieuwkomer meer, en er zullen ongetwijfeld andere regisseurs opstaan.

Je wordt vaak vergeleken met de grote Yasujiro Ozu. Dat noem je een grote eer, hoewel je vindt dat de vergelijking eigenlijk niet opgaat. Welke regisseurs hebben jou dan wel beïnvloed?

Kore-eda: Ik heb het grootste respect voor de traditie, maar de invloed van Ozu en Mikio Naruse is eerder beperkt. Als je me dwingt om enkele filmregisseurs te noemen die me hebben beïnvloed, dan kies ik liever Ken Loach, de broers Dardenne, Hou Hsiao-hsien en Lee Chang-dong.

Shoplifters vraagt de kijker om mee te leven met een familie die fel afwijkt van de norm.

Kore-eda: Vijf jaar geleden vroeg ik me in Like Father, Like Son af wat er het zwaarst doorweegt in een gezin: de bloedband of de tijd die je samen doorbrengt. Die vraag heb ik nu verder uitgediept. Kun je de ouder worden van een kind dat je niet op de wereld hebt gezet? Shoplifters voert een moeder en een vader op de ouderrol willen opnemen voor kinderen die niet de hunne zijn.

'Japan heeft een andere regering nodig. Mijn land is niet ten volle democratisch.'

Op zoek naar iets ongebruikelijks dat de familie samenhoudt, kwam ik uit bij de kleine misdaad, in dit geval fraude en winkeldiefstal. Wat ze doen is verkeerd, maar je merkt dat het een warm nest is. Dat roept bij de Japanse kijker heel wat complexe emoties op. Veel traditionele gezinnen kennen er maar weinig intimiteit en liefde, en veel Japanners hebben een conservatief beeld van hoe een familie er moet uitzien. Shoplifters stelt dat beeld in vraag.

Het wordt je zeker niet in dank afgenomen dat je armoede toont.

Kore-eda: Nochtans verzin ik niets. Japan wordt al twee decennia lang geteisterd door een neergaande economie. In mijn kinderjaren leek iedereen tot de middenklasse te behoren. Het ene gezin had wat meer dan het andere, maar iedereen leek te kunnen terugvallen op een minimum aan materieel of economisch geluk. Helaas is Japan geëvolueerd naar een klassenmaatschappij. Er gaapt vandaag een veel grotere kloof tussen rijk en arm dan vroeger. Meer mensen leven in armoede en hebben overheidssteun nodig om te overleven.

In plaats van na te denken over de beste manier om gezinnen die het moeilijk hebben te helpen, wordt er op hen neergekeken. We bestempelen ze als losers. De modewoorden zijn 'persoonlijke verantwoordelijkheid' en 'onafhankelijkheid'. Anders gezegd: de samenleving weigert om die armoede als een maatschappelijk probleem te beschouwen en geeft individuen de schuld. Degenen die het al moeilijk hebben, krijgen het door die gedachtegang nog zwaarder.

Wat heeft Japan nodig om er weer bovenop te raken?

Kore-eda: Het ontbreekt ons, denk ik, vooral aan diversiteit. We missen de maturiteit om diversiteit te aanvaarden en neigen steeds meer naar totalitarisme. Zij die niets meer hebben - geen werk, geen gezin - hebben het moeilijk om uit de klauwen van het nationalisme te blijven. Ze klampen zich vast aan het enige dat ze nog denken te hebben: hun natie.

We hebben een andere regering nodig. De mensen moeten het stuur weer in handen krijgen. Dat lijkt simpel, maar Japan is niet ten volle democratisch. Ondanks de corruptie blijft dezelfde politieke partij altijd weer de macht uitoefenen. Dat is ontzettend ontmoedigend. We hebben nog een hele weg af te leggen als we een echte democratie willen zijn.

Het is ook hoog tijd om ons verontschuldigen bij onze Aziatische buren. Japan moet in het reine komen met zijn verleden. Duitsland maakte het na de Tweede Wereldoorlog weer goed met Europa. Japan liet dat in Azië na. Volgens mij is dat een van de redenen waarom we in de huidige situatie zijn beland.

Japan moet dringend in het reine komen met zijn verleden. Duitsland heeft dat gedaan na WO II, mijn land niet.

Speel je nog steeds met het idee om een film te maken over WO II?

Kore-eda: Dat project spookt al heel lang door mijn hoofd. Ik zou het willen hebben over wat er in Mantsjoerije is gebeurd. (Japan gebruikte in 1931 een zelf georkestreerde aanslag op de Zuid-Mantsjoerije-spoorlijn als excuus om China binnen te vallen en Mantsjoerije te bezetten. Het Kanto-leger toonde zich van zijn wreedste kant, nvdr.). Ik denk na over een film over Chinezen, Japanners en Koreanen die in opdracht van een Japanse generaal in een filmstudio samenwerken aan propagandafilms. Maar er zijn veel hindernissen. Een historische film kost veel tijd en geld en voor een Japanse regisseur ligt het niet voor de hand om in China zo'n pijnlijke geschiedenis te reconstrueren. Je zult nog wat geduld moet hebben.

Was je vader er in Mantsjoerije bij als soldaat?

Kore-eda: Mijn vader was geen beroepsmilitair, maar hij was wel opgeroepen om mee te vechten in WO II. Na de nederlaag van het Japanse leger is hij als krijgsgevangene in Siberië beland. Drie jaar heeft hij daar vastgezeten. Dat gedwongen verblijf heeft van hem een oorlogsslachtoffer gemaakt en zijn leven volledig overhoop gehaald.

In Shoplifters leert de vader de kinderen stelen. Vaders die het goed bedoelen maar tekortschieten duiken regelmatig op in je films.

Kore-eda: Haal je niets in het hoofd. Mijn vader heeft me níét geleerd hoe ik winkeldiefstallen moet plegen! (lacht) Shoplifters is deels een coming-of-ageverhaal. De jongen beseft dat zijn vader hem verkeerde dingen leert. Stelen mag niet, dat ondermijnt het vertrouwen van de samenleving. Hij is teleurgesteld in zijn pa, maar hij houdt wel van hem. Dat gevoel ken ik. Mijn vader werkte in een chemische fabriek. In mijn verbeelding droeg hij een wit hemd en speurde hij met een microscoop naar de geheimen van het allerkleinste. Ik zag in hem een scheikundige. Op een dag mocht ik hem in de fabriek opzoeken. In werkelijkheid droeg hij eenvoudige werkmanskleren die besmeurd waren met olie. Ik was zwaar teleurgesteld, maar dat voelde niet goed, dus probeerde ik mijn teleurstelling te verbergen.

© FilmMagic

Volgens mij maken alle kinderen zoiets mee. Je begint met het idee dat je ouders de rots in de branding zijn, mensen die geen fouten maken en altijd weten wat je moet doen. Maar onvermijdelijk kom je er op een dag achter dat ze niet perfect zijn. Dat is een cruciale stap richting volwassenheid, een overgangsrite waar we allemaal door moeten.

Anderhalf jaar geleden bezwoer je dat je genoeg had van al die films over families. 'Voortaan vermijd ik het thema. Ik kan er altijd nog op terugkomen als ik de kaap van de zestig gerond heb', zei je toen. In Shoplifters gaat het als vanouds weer over een familie en je bent nog lang geen zestig.

Kore-eda: Dat heb ik inderdaad gezegd. Maar als ik me toch een beetje mag verdedigen: het is geen 'familie-familiefilm'. Dit keer bekijk ik het vanuit een veel breder perspectief en hecht ik meer belang aan de positie van de familie in de samenleving. Al moet ik toegeven dat ik op dit moment in Parijs een film draai die focust op de relatie tussen een moeder en haar dochter. Familieverhalen intrigeren me nu eenmaal. De conclusie lijkt me duidelijk: vertrouw nooit een filmregisseur. Wij zijn leugenaars. (lacht)

Die film, La vérité, is je eerste westerse avontuur. De hoofdrollen zijn voor Catherine Deneuve, Juliette Binoche en Ethan Hawke. Vlotten de opnames?

Kore-eda: Ik praat er liever niet te veel over. Juliette Binoche polste tien jaar geleden al eens of ik met haar wilde samenwerken. Catherine Deneuve kende ik ook al enige tijd, maar pas twee jaar geleden deed ik haar een concreet voorstel. Ethan Hawke zocht ik op kort nadat ik de Gouden Palm op had gewonnen. Je moet het ijzer smeden als het heet is.

In het begin was het wat onwennig, maar we zijn nu anderhalve maand ver en vandaag zie ik amper nog een verschil met filmopnames in Japan. De manier van werken is exact dezelfde, alleen ben ik omringd door een aantal tolken. Het zijn drukke maar interessante dagen.

Ik hou je niet langer op.

Shoplifters

Vanaf 12/12 in de bioscoop.

Hirokazu Kore-eda

Geboren in 1962 en vergroeid met de metropool Tokio. Wil aanvankelijk schrijver worden.

Maakt eind jaren tachtig documentaires voor een onafhankelijk televisiebedrijf.

Zet in 1995 de stap naar fictie. Het erg mooie Maborosi wordt meteen internationaal opgepikt. Het wonderlijke After Life (1998) levert hem een pak trouwe fans op.

Valt in 2004 met Nobody Knows in de prijzen in Cannes (beste acteur) en op verschillende festivals. Bevestigt in 2008 met het verstilde Still Walking.

Is een specialist in tafelscènes en een van de allerbesten in het regisseren van kinderen.

Stribbelt onterecht tegen als hij met Yasujiro Ozu wordt vergeleken.

Steven Spielberg heeft de rechten voor een Amerikaanse remake van Like Father, Like Son gekocht.