Wie de episch lange filmdocumentaires van Frederick Wiseman bekijkt - ze klokken zelden af onder de drie uur -, komt vroeg of laat op het punt waarop de perceptie van tijd begint te vervagen, en men haast bang wordt dat het einde nadert, terwijl er nog zo veel te ontdekken en te leren valt. Datzelfde kan van de Amerikaanse grootmeester worden beweerd, want sinds die de kaap van de tachtig rondde - een leeftijd waarop veel filmmakers hun camera hebben ingeruild voor een golfclub - lijkt Wiseman scherper en relevanter dan ooit.
...

Wie de episch lange filmdocumentaires van Frederick Wiseman bekijkt - ze klokken zelden af onder de drie uur -, komt vroeg of laat op het punt waarop de perceptie van tijd begint te vervagen, en men haast bang wordt dat het einde nadert, terwijl er nog zo veel te ontdekken en te leren valt. Datzelfde kan van de Amerikaanse grootmeester worden beweerd, want sinds die de kaap van de tachtig rondde - een leeftijd waarop veel filmmakers hun camera hebben ingeruild voor een golfclub - lijkt Wiseman scherper en relevanter dan ooit. Veel is er aan zijn onderwerpen en methodiek over de decennia heen evenwel niet veranderd. Wiseman is al van in de jaren zestig gebiologeerd door instituten allerhande: hoe ze een microkosmos van de maatschappij vormen, en hoe je daarin alle sociale fricties kunt detecteren. Tenminste: zolang je maar lang genoeg en op een discrete manier - zonder voice-over, interviews of muziek - observeert wat er gebeurt. Een psychiatrische instelling ( Titicut Follies, 1967), een middelbare school ( High School, 1968 en High School 2, 1994), een politiekantoor ( Law and Order, 1969), een ziekenhuis ( Hospital, 1970), een opleidingscentrum van het leger ( Basic Training, 1971), een jeugdrechtbank ( Juvenile Court, 1973), een sociaal woonproject ( Public Housing, 1997), een universiteit ( At Berkeley, 2012). Geen overheidsinstelling die aan Wisemans ragfijne doorlichting ontsnapte. Het inspireerde The New York Times ertoe om hem terecht te omschrijven als 'de man die Amerika zichzelf liet ontdekken'. Ook zijn nieuwste film Ex-Libris is vintage Wiseman. Daarin neemt de veteraan - een jurist uit Boston die Uncle Sam nog diende tijdens de Koreaanse Oorlog - je 197 minuten lang mee door alle afdelingen van de New York Public Library. Als een vlieg op de muur ben je getuige van lezingen, workshops en directievergaderingen, van ogenschijnlijk banale gesprekken en anekdotes met schrijvers, lezers, bedienden en werkzoekenden. Tot het 'Wiseman-wonder' ook nu weer geschiedt, en de bibliotheek langzaam verandert in een grootstedelijk utopia, in een plek van kennis en ontmoeting die ons er glashard aan herinnert wat het woord 'maatschappij' concreet inhoudt, en waarom het voor een democratie essentieel is om dergelijke openbare instituten te hebben en te koesteren. 'Je vindt er zes miljoen boeken, ' aldus Wiseman. 'maar waar het in het de bibliotheek én in mijn films om draait, zijn mensen. Die zijn stukken interessanter om te filmen.' Ex-Libris gaat ook amper over boeken. Ben je zelf geen bibliofiel? Frederick Wiseman: Ik heb al zestig jaar geen bibliotheekkaart meer. Ik koop alles wat ik lees. Een bibliotheek blijft in de eerste plaats een archief van kennis. Heeft de film in deze Trumptijden een extra politieke dimensie gekregen? Wiseman: Het is Trump die er een politieke film van heeft gemaakt, niet ik. Een bibliotheek vertegenwoordigt alles waar Trump níét voor staat. Interesse in anderen, kennis verspreiden, wetenschap bevorderen, werkzoekenden, immigranten en laaggeschoolden helpen. Ik hoop dat de film toont dat Amerika niet enkel Trump is, maar dat er ook Amerikanen zijn die wél inzitten met het lot van anderen, zoals de mensen die in de bibliotheek werken, en echt geven om hun klanten, waar die ook vandaan komen. Veel van je films dragen die humanistische boodschap uit. Wiseman: Mogelijk. Hopelijk. Maar ik heb mezelf nooit als een politiek filmmaker beschouwd. Alles wat ik weet over de overheid, heb ik uit mijn films geleerd. Ik heb met Law and Order een film gemaakt over een politiekorps uit Kansas, maar of de politie in Amerika tegenwoordig racistisch is? Het zou pretentieus zijn om dergelijke veralgemenende uitspraken te doen, dus doe ik die niet. Instellingen allerhande zijn wel altijd jouw fetisj geweest. Zie je jouw oeuvre als een bibliotheek van kennis over Amerika? Wiseman: Dat hoop ik toch. Ik merk dat sommige van mijn films al vijftig jaar meegaan, en als je ze allemaal zou bekijken, zou je toch een en ander te weten kunnen komen over hoe de Amerikaanse maatschappij ineenzit. In die zin zou je wel meer algemene conclusies kunnen trekken, maar dat laat ik aan de kijker over. Voor zover die überhaupt tijd heeft om al mijn films te bekijken, uiteraard. Ze duren redelijk lang. (grijnst)En ze bevatten geen interviews, voice-over of muziek. Waarom kies je telkens weer voor die observerende filmstijl? Wiseman: Omdat ik de kijker niets wil opdringen. Ik wil dat hij of zij de dingen ontdekt zoals ik die zelf ontdek terwijl ik de film maak. Ik ben nog nooit ergens naartoe getrokken met een bepaalde these in mijn hoofd. Ik weet doorgaans niets over de plek waar ik naartoe ga. Filmen is mijn research. Je methode is al die tijd nooit veranderd. Wiseman: Doorgaans trek ik zes weken uit om een instelling zonder camera te ontdekken. Om te zien wie er werkt en hoe het werkt. Daarna film ik er zes weken met een klein team. Vervolgens bekijk ik al het materiaal dat ik gedraaid heb, gooi daarvan de helft weg en monteer uit de rest een film die meestal een halfuur langer duurt dan de finale versie. Daar doe ik gewoonlijk acht maanden over. Daarna zoek ik naar het interne ritme van de film en bekijk ik alle materiaal nog een keer om te zien of ik niets vergeten ben. Als alles goed gaat, krijg je op die manier een film die op twee niveaus werkt. En 'niveaus' mag je letterlijk nemen. Het gaat over een bibliotheek, over de mensen die er werken, de boeken die er staan. Op het abstracte niveau gaat het over de vraagstukken die uit die mensen en die boeken voortvloeien. Wat impliceert de suggestie dat een bibliotheek openbaar is en dus voor iedereen toegankelijk? Wat betekent het feit dat de bib voor de helft gefinancierd wordt met overheidsgeld en voor de helft met privaat geld? Wat zegt dat over het Amerikaanse klassenstelsel? Over solidariteit? Wat zijn de gevolgen daarvan voor het functioneren van een democratie, en hoe is die er momenteel in Amerika aan toe? Hoe komt het dat veel mensen in Amerika vergeten zijn dat ze zelf ook een immigratieachtergrond hebben, zoals zoveel bibliotheekgangers? Niet ik stel die vragen. Het materiaal stelt ze. Ondanks die rigide werkmethode heb je wel altijd een hekel gehad aan de term 'objectieve documentaire'. Wiseman: Objectiviteit is een zinsbegoocheling. In film, maar ook in journalistiek. Je kunt nu eenmaal geen abstractie maken van jezelf. Als filmmaker maak je voortdurend keuzes. Je zet je camera op een bepaalde plek. Je filmt bepaalde mensen. Je stopt op een bepaald moment. Daar is niets objectief aan. Door niets in scène te zetten, kan het wel gebeuren dat je bepaalde dingen mist. Wiseman: En dan? Aangezien ik er niet bij was, weet ik toch niet wat ik gemist heb. Ik heb al mijn hele leven hoerengeluk. Daar ga ik van uit. Ik moet wel. Heb je nooit gedacht: dit wordt niets? Uit deze plek en deze mensen kan ik nooit een goede film puren? Wiseman: Eén keer. Law and Order zou oorspronkelijk over de LAPD gaan, maar de voorwaarde was dat ik niet in politiewagens zou draaien. Daarom ben ik toen na een week naar Kansas uitgeweken. Daar kon ik wél doen wat ik wilde. Je bent inmiddels 88. Wat wil je nog doen? Wiseman: Nog meer films maken. What else? It's fun. En mensen interesseren me. Ik heb nog tientallen ideeën op het schap liggen. Ik zal me moeten haasten.